Commerciele overdaad schaadt Oosteuropese gezondheidszorg; Westerse 'oplossingen' helpen niet

Hoe kan worden vermeden dat de farmaceutische industrie gretig het Oosteuropese afzetgebied afgraast en onnodige, te kostbare en zelfs niet voldoende onderzochte geneesmiddelen dumpt temidden van mensen die voorlopig onverzadigbaar zijn?

Hoe kunnen de nieuwe (onervaren) regimes voorkomen dat high tech medische 'dwars door je heen-kijkende' apparatuur als CT scans en MRI's tegen zogenaamde billijke voorwaarden worden verkocht, terwijl de deskundigen om de apparatuur te bedienen schaars zijn, en veel beter voor andere taken kunnen worden gezet?

Niet bekend

Hoe kan in korte tijd zoveel informatie over mensen worden uitgestrooid, dat in ieder geval de allergrootste blunders worden vermeden en mensen het geduld kunnen opbrengen om met elkaar en van de ervaringen van anderen te kunnen leren. Welke instantie kan devoorlichting verzorgen die nodig is om zelf verantwoorde beslissingen te nemen in plaats van zich over te leveren aan happige organisatie- en advieskundigen die van de onzekerheden willen profiteren?

Wie vertelt zonder opgeheven vinger of moralistisch oordeel dat het natuurlijk heel socialistisch is om iedereen aan een (niet betrouwbare) AIDS-test te onderwerpen, maar dat het daarvoor uitgetrokken geld echt heel wat doelmatiger zou kunnen worden besteed ?

Het zijn maar een paar, huiveringwekkende, vragen. Zij liggen allemaal in het verlengde van het indringende boze stuk dat Peter Michielsen op 17 oktober op deze pagina schreef over het medeleven jegens Oost-Europa dat zijn grenzen heeft.

De vragen kwamen op tijdens de Eerste Malta Conferentie over Europees Gezondheidsbeleid, half oktober, met kopstukken uit Oost en West, een initiatief van de Leuvense universiteit.

En het Oosteuropese antwoord? 'Hulp graag, en veel ook, maar alsjeblieft behoedzaam, niet te overhaast, niet te veel tegelijk en vooral niet in de vorm van pasklare Westerse oplossingen. Laat ons maar even in de chaos sudderen, laat ons proberen eigen antwoorden te vinden voor de urgente problemen. Wissel ervaringen met ons uit, adviseer ons of wat wij denken een goede aanpak is. Want natuurlijk willen wij een toegankelijker en doelmatiger gezondheidszorg dan we hadden.'

Vrije keuze

De Bulgaarse 'schaduwbewindsman', hoofd planning en economie van het ministerie van volksgezondheid, dr. I. Bukarev, gaf de stemming als volgt weer: 'Iedere Bulgaar van enige betekenis verkondigt iedere 45 minuten een mening, maar wat kun je daarmee? Op het departement weten we heus wel dat een vrije markt bij schaarste grote nadelen heeft voor de gezondheidszorg, maar de bevolking wil vrijekeuze en prive-klinieken en een particuliere verzekering. Kun je het de mensen kwalijk nemen dat zij niet meer in de Staat geloven?'

De Hongaarse staatssecretaris voor volksgezondheid dr. A. Javor die ambitieuze plannen a la Dekker voor zijn land in petto heeft, excuseerde zich dat onder grote druk van de bevolking vermoedelijk ook in Hongarije maatregelen worden genomen waarvan de Westeuropeanen inmiddels hebben ervaren dat zij slecht zijn. Trots vertelde Javor dat de (partij)directeuren van alle ziekenhuizen kort geleden zijn ontslagen. Zij zijn vervangen door personen die het vertrouwen van de medische staf genieten. Een grote bron van corruptie en willekeur is daarmee uit de weg geruimd, maar het impliceert natuurlijk niet dat alle patienten nu ineens voorbeeldig worden geholpen.

De Roemeense afgevaardigde van de Wereldgezondheidsorganisatie, dr. S. Luculescu verzuchtte: 'Abortus en voorbehhoedmiddelen waren onder Ceaucescu verboden, maar wat nu gebeurt is nog erger. Alleen dokters worden er beter van. Twee miljoen keer abortus en 400.000 bevallingen per jaar in zulke slechte hygienische omstandigheden dat de moeder- en kindsterfte nergens in de wereld wordt geevenaard. Iedereen wil particuliere klinieken, maar hoe moet het met de publieke sector? Niemand zegt iets helder'.

De Oosteuropese landen kampen met het frustrerende gevoel dat zij door buitenstaanders als een homogene groep worden beschouwd. Natuurlijk, hun gezondheidszorg wordt gekenmerkt door een aantal gemeenschappelijke elementen. 'Ga maar na wat er gebeurt wanneer tien tot vijftien jaar lang onvoldoende wordt geinvesteerd in een systeem waarin de staat de baas is, patienten geen keuze hebben tenzij zij flink betalen, dokters geen prikkels hebben om doelmatig te werken, elementaire zaken als zeep, spuiten, geneesmiddelen ontbreken en de zwarte markt floreert', aldus de Roemeen Luculescu.

Wat hebben de Westeuropeanen deze bevolkingen, hoe verschillend ook, te bieden?

Michielsen slaat de spijker op z'n kop met het pleidooi voor schuldenverlichting en ruimhartige economische hulp. Immers, zonder mogelijkheden voor economische opbouw, kan een sector als de volksgezondheid het helemaal vergeten.

Bestudering van de sterftecijfers tot voor kort 'top secret' zei de Hongaarse staatssecretaris heeft de Leuvense hoogleraar demografie, dr. R. Lesthaege, er echter ervan overtuigd dat alle Oosteuropese landen veel beter naar een uitmuntende minister voor verkeersveiligheid kunnen zoeken dan naar een geschikte bewindsman voor volksgezondheid.

In de leeftijd twintig en 35 jaar sterven dramatisch veel personen als gevolg van verkeersongevallen. De verwachting is dat hun aantal zal toenemen omdat het streven naar een auto hoge prioriteit geniet en verkeersveiligheid omgekeerd evenredig in de aandacht ligt.

Tel daarbij de doden als gevolg van gevaarlijk werkomstandigheden, intense vervuiling van lucht, bodem en rivieren, verkeerde voeding, zelfmoord, te veel alcohol en buitensporig veel roken, dan zou het Westen zich veel beter op de voorlichting en gezondheidsbevordering kunnen storten, met respect voor de cultuur-historische achtergronden, dan op de bouw van ziekenhuizen voor aantallen patienten die tot de helft kunnen worden teruggebracht. Zelfs de meest geavanceerde gezondheidszorg kan aan oorzaken die buiten haar competentie liggen niets in gunstige zin veranderen.

De Wereldgezondheidsorganisatie en de Wereldbank zien in Oost-Europa wel mogelijkheden. De Westeuropese conclusie en troost is dat ongeacht de rol van de overheid alle landen van de wereld kampen metdezelfde problemen: grote druk op specialistische hulp, gebrek aan opvang voor ouderen, onnodig beroep op hulpverlening en grote verschillen tussen arm en rijk. De overtuiging groeit dat voor bepaalde taken de centrale overheid verantwoordelijk blijft. Met alle begrip voor de psychologische afkeer in Oost-Europa jegens alles wat staat is, zullen keuze voor verzekeringsstelsel, verdeling vanbudgetten en voorzieningen, voorlichting en preventie en bewaking van kwaliteit, volgens de vice-voorzitter van de Nederlandse Gezondheidsraad, dr. E. Borst-Eilers, niet kunnen worden geprivatiseerd.

Met Michielsen zou je willen hopen op geduld en behoedzaamheid van de kant van de Oosteuropeanen om na het 'mirakel van de eeuw' eigen grenzen te kunnen stellen aan mogelijke (commerciele) overdaad van het verkeerde soort medeleven.