Akkoord in de landbouw

DE EUROPESE MINISTERS van landbouw hebben ten langen leste hun verzet opgegeven tegen aantasting van het Europese landbouwbeleid. Hun akkoord verdient geen schoonheidsprijs, maar voor het eerst erkennen zij dat eendrastische vermindering van de landbouwsteun onontkoombaar is. De Europese Commissie, het dagelijkse bestuur van de EG, heeft eindelijk een mandaat gekregen voor de zogenoemde Uruguay-ronde, de onderhandelingen over handelsliberalisatie. De onderhandelingen tussen de EG, de Verenigde Staten, Japan en de overige handelsnaties kunnen serieus beginnen. Over enkele weken moeten zij in Brussel leiden tot het meest verregaande handelsakkoord dat ooit is gesloten: over agrarische produkten, de textiel- en dienstensector, de bescherming van intellectueel eigendom, de investeringsvrijheid en een ruimere toegang van tropische produkten tot de markten van industrielanden.

ALLEEN Nederland en Groot-Brittannie hebben zich van meet af aan opgesteld als principiele voorstanders van vrijere handel in agrarische produkten. De twee grote dwarsliggers, Duitsland en Frankrijk, hebben de EG een slechte dienst bewezen. De Duitsers wilden uit electorale overwegingen op 2 december zijn de eerste gemeenschappelijke Bondsdagverkiezingen de romantiek van kleine boeren in Beieren bewaren en de nieuwe staatsburgers op de failliete agrarische bedrijven in Oost-Duitsland met EG-steun aan het werk houden. Frankrijk hield vast aan de meest succesvolle Franse exportsector, de regering is bevreesd dat minder bescherming de concurrentiepositie van de landbouwexporteurs zal aantasten.

Voor de Verenigde Staten en voor de veertien landen van de Cairns-groep van agrarische exporteurs is het EG-mandaat om de landbouwsteun met dertig procent te verminderen onvoldoende. Zij zullen in de slotfase van de Uruguay-ronde eisen dat de Europese Gemeenschap de landbouwsteun veel verder afbreekt. Dat is pijnlijk voor de Europese boeren, maar in het belang van de Europese industrie, de dienstensector en de consumenten. De steun aan de boeren kost een gezin van vier personen in Europa gemiddeld 55 gulden per week extra aan nodeloos hoge voedselprijzen en subsidies.

HET AKKOORD zal van de EG niet de open markt voor agrarische produkten maken waarop Oost-Europa en ontwikkelingslanden met recht aandringen. Maar na 28 jaar heeft de EG de eerste stap gezet naar vermindering van de agrarische protectie. Daarmee wordt erkend dat zij in de toekomst eenopen economisch handelsblok moet zijn en geen beschermd landbouwgebied.