Academies bouwkunst wijzen sluiting af; Opheffing vanacdemies in provincie getuigt van 'puur randstedelijke denken'

ROTTERDAM, 7 nov. In Arnhem vinden ze het voorstel om de academie van bouwkunst daar te sluiten 'belachelijk', in Groningen heeft men het op de academie over 'puur randstedelijk denken'. De bewoordingen zijn ongeveer dezelfde als vorig jaar, toen in Groningen werd gesproken over 'klinkklare onzin' en in Tilburg over 'een denkfout'.

Gisteren bracht een commissie aan de vereniging van hogescholen, de HBO-Raad, het advies uit de academies in Arnhem, Groningen en Maastricht te sluiten. De opleiding tot architect of stedebouwkundige zal aan kwaliteit winnen als deze wordt geconcentreerd in Amsterdam, Rotterdam en Tilburg, meent de commissie.

Academies van bouwkunst zijn deeltijd-opleidingen tot architect of stedebouwkundige voor afgestudeerden uit het hoger beroepsonderwijs. Het is tweede-fase-onderwijs voor bijvoorbeeld tekenaars op architectenbureaus. Maar de meeste studenten komen tegenwoordig rechtstreeks uit het hoger beroepsonderwijs. Omdat het opdoen van praktijkervaring tijdens de studie ook voor hen verplicht is, haken veel studenten af: de druk van baan, gezin en hypotheek is zwaar. De opleiding duurt zes jaar, de gemiddelde studieduur is negen jaar. Een ander probleem is dat er meer architecten afstuderen dan de arbeidsmarkt vraagt.

Om dit soort problemen het hoofd te bieden, hebben tot nu toe drie commissies de toekomst van de academies en de opleiding tot architect ofstedebouwkundige aan de bouwkunde-faculteiten van de technische universiteiten in Delft en Eindhoven bekeken. In 1987 kwam de commissie-Herweijer tot de conclusie dat twee academies voldoende waren, en dat de studie kon worden ingekort tot vier jaar. Vorig jaar kwam een door de toenmalige minister Deetman ingestelde verkenningscommissie tot een soortgelijke, iets verdergaande conclusie. Volgens deze commissie was een academie genoeg. Ook raadde zij aan de bouwkunde-faculteiten van Delft en Eindhoven te laten fuseren.

Dit laatste is volgens de huidige minister van onderwijs Ritzen niet nodig. Een beperking van het aantal academies wel, reden waarom een derde commissie moest uitzoeken welke academies kunnen verdwijnen en hoeveel HTS'en een afstudeervariant architectuur en stedebouwkunde moeten krijgen. Het is deze commissie, genoemd naar voorzitter en rijksbouwmeester prof.ir. K. Rijnboutt, die gisteren voorstelde om de academies in Maastricht, Arnhem en Groningen te sluiten. De commissie vindt 90 afgestudeerden per jaar wenselijk, de verkenningscommissie vond 50 al genoeg. Voorgesteld wordt om zes HTS'en een op de academies voorbereidende afstudeervariant te laten verzorgen.

Het aantal voor de arbeidsmarkt nodige architecten is steeds een knelpunt geweest in de rapporten. De cijfers zijn onzeker, al zijn met name de afgestudeerden van de bouwkunde-faculteiten vaak werkloos: zes tot tien procent, voor een technische studie extreem hoog. Ook de afgestudeerden van de academies worden lang niet allemaal daadwerkelijk architect of stedebouwkundige. De commissie-Rijnboutt meent dat een vermindering van de huidige 750 studenten naar 500 in ieder geval 'kan leiden tot een verhoging van de bekostiging per student', wat 'gunstige voorwaarden schept voor kwaliteitsverhoging'.

Niet iedereen is dat met hem eens. Volgens J. C. Carp, directeur van de academie in Arnhem, moeten de academies nu bloeden voor de problemen van de universitaire opleidingen. 'Onze studenten studeren in deeltijd. Ze hebben een baan en betalen zodoende hun studie zonder studiefinanciering. De studenten die van de technische universiteiten komen, weten niet hoe een gemeentelijke dienst werkt, hebben nog nooit iets gebouwd, kennen geen aannemers en ga zo maar door. In die opleidingen moet gesaneerd worden.'

Ook het aantal van drie academies is slecht gevallen, al is het getal gunstiger dan wat de eerste commissies voorstelden. Rijnboutt is op drie uitgekomen 'omdat minder dan drie nadelig zou zijn voor de verscheidenheid en landelijke spreiding' en meer 'te weinig studenten per vestiging' zou betekenen.

Rotterdam en Amsterdam zijn gekozen om hun ligging in een cultureel en economisch aantrekkelijk gebied, hun huidige omvang het zijn de grootste academies en het feit dat zij zowel de afstudeerrichting architectuur als stedebouwkunde hebben. Groningen en Maastricht vielen af als 'excentrisch' en omdat ze alleen opleiden tot architect, Arnhem omdat ook die academie maar een afstudeerrichting heeft en de academie kleiner is dan de Tilburgse.

De Bond van Nederlandse Architecten (BNA) wil vier academies: Amsterdam, Rotterdam, Tilburg en Zwolle (als nieuwe locatie voor de gefuseerde academies in Groningen en Arnhem). In Maastricht vindt directeur P. A. M. Mertens dat het 'evenwichtige' rapport van de commissie maar een weeffout heeft: dat Maastricht moet sneuvelen. Mertens: 'Als de commissie pleit voor verscheidenheid, moet zij juist een excentrisch gelegen academie als die in Maastricht handhaven.' In Groningen zegt stafdocent S. Hiddema dat opheffing van zijn academie 'een grote slag zou zijn voor de architectuur in het noorden'. 'Je kunt van hieruit niet in de avonduren naar Amsterdam.'

Volgens de commissie zelf is het advies 'finaal'. Het moet een einde maken 'aan de reeds jaren durende onzekerheid'. De HBO-Raad zal over een paar weken met een standpunt komen.