Zes jaar celstraf en tbs geeist voor verkrachtingen

AMSTERDAM, 6 nov. 'Het was net of ik gearresteerd wilde worden. Toen de politie me kwam halen had ik het gevoel: nu ben ik eindelijk van die rottigheid af.' Dit zei gisteren de 29-jarige storingsmonteur R. S. uit Zaanstad die terechtstond voor de Amsterdamse rechtbank wegens verkrachtingen, poging tot verkrachtingen en aanrandingen.

Officier van justitie mr. P. Kortenhorst eiste zes jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling (tbs) met bevel tot verpleging. Hiermee nam hij het advies over van de deskundigen van het Pieter Baan Centrum, de psychiatrische observatiekliniek van Justitie in Utrecht.

De man werd op 13 mei van dit jaar gearresteerd na het verkrachten van een studente in een Amsterdamse studentenflat. Hij heeft bekend vanaf 1985 tot zijn arrestatie 24 zedendelicten te hebben gepleegd. De politie heeft in totaal vijftig zaken tegen S. aangebracht, waarvan het openbaar ministerie er vijf ten laste legde.

Deskundigen van het Pieter Baan Centrum hadden geconcludeerd dat S. bij het plegen van de verkrachtingen verminderd toerekeningsvatbaar was. Ook achtten zij de kans op recidive zonder behandeling zeer groot. De raadsvrouw van S., mr. A. C. Herweijer, bepleitte behalve tbs een gevangenisstraf van maximaal twee jaar. Volgens Herweijer neemt rendement van een medische behandeling na een langere detentie alleen maar af. 'Mijn client komt hoe dan ook ooit weer op straat. Het is beter voor iedereen als hij dan genezen is', aldus Herweijer.

S. zelf zei tijdens de zitting spijt te hebben van zijn daden. Met het advies tot tbs was hij het 'volkomen eens'. 'Ik wil nu hard aan mezelf gaan werken', aldus S. Het ergst vond hij de verkrachting van een studente in de buurt van Uilenstede, een studentenflat in Amstelveen. Haar heeft hij onder bedreiging vier maal achter elkaar vaginaal en anaal verkracht.

Uit de rapportage van het Pieter Baan Centrum blijkt dat S. een man is met twee gezichten. Hij zou verlegen zijn maar soms ook spontaan. Zachtaardig maar ook hard. En hoewel hij in de observatiekliniek huilend kon vertellen over het leed dat hij zijn slachtoffers heeft aangedaan, was hij ook betrokken bij het beramen van een uitbraakpoging.

S. werd in mei min of meer bij toeval gearresteerd omdat hij na zijn daad de aandacht had getrokken van twee surveillerende agenten. Tijdens zijn verhoor bekende S. aanvankelijk twaalf andere verkrachtingen. Aan de hand van de bijzonderheden die hij vertelde concludeerden de rechercheurs van de Jeugd-en Zedenpolitie dat S. de al jaren gezochte 'Nachtwachtlaanverkrachter' moest zijn. Hij werd zo aangeduid omdat hij gedurende enige tijd vooral toesloeg in de buurt rondom het Rembrandtpark in Amsterdam.

De politie heeft in de afgelopen jaren op allerlei manieren geprobeerd S. te snappen. Vrouwelijke 'lokvogels' werden ingezet, er werd gepost in parken en er werd een gedragsanalyse gemaakt. Ook werden weergegevens van het KNMI geanalyseerd; de rechercheurs kwamen tot de ontdekking dat de man alleen toesloeg als de vochtigheidsgraad van de lucht meer dan 85 procent was.

Na zijn arrestatie bleek dat S. niet alleen in Amsterdam actief was geweest, maar in heel de Randstad. Overal waar hij wedstrijden liep als lange-afstandsloper maakte hij slachtoffers. De officier somde (pogingen tot) verkrachtingen en aanrandingen op in Den Haag, Castricum, Utrecht, Leiden en Alkmaar. Hij benaderde zijn slachtoffers op twee manieren: hij volgde vrouwen tot hun woning en sloeg dan toe, of hij sleurde ze eenvoudig van hun fiets af en trok ze de bosjes in. Altijd bedreigde hij de vrouwen met ernstig geweld. Volgens de analyse van het Pieter Baan Centrum ging het 'niet zozeer om seksuele delikten maar om geweldsdelikten die voortkwamen uit onmachtgevoelens die hij ook zijn slachtoffers wilde opleggen'.

Uitspraak 19 november.