Zelfs met Zimerman is hele avond Debussy te veel van hetgoede

Debussy zelf was er geen voorstander van om zijn 24 Preludes als een geheel aan het publiek te presenteren. Volgens hem waren vooral de twaalf Preludes uit Boek II, die drie jaar na Boek I in 1913 gepubliceerd werden, niet allemaal even goed. Welke dat waren zei hij er niet bij en omdat Debussy ook in zijn zwakkere momenten nog altijd blijft boeien, lijkt het gerechtvaardigd zijn adviezen in de wind te slaan.

De Poolse meesterpianist Krystian Zimerman bracht gisteravond alle Preludes van Debussy over het voetlicht, Boek I voor de pauze en Boek II na de pauze. Een daad die van een zekere heldenmoed getuigt, want Debussy's Preludes vergen niet alleen enorme muzikale en technische kwaliteiten van de pianist, maar verlangen ook van de toehoorder een soort beschouwelijke overgave aan 'betekenisloze' klanken. Wie uit is op een avond emotie en dramatiek komt bedrogen uit. Zoals ook degene die verwacht dat Debussy de poetische situaties, waarnaar de pas achteraf gegeven titels van zijn Preludes verwijzen, suggestief in klanken heeft willen schilderen.

De titels behelzen niet veel meer dan een aanleiding, waaruit abstracte muzikale ideeen voortvloeiden. Een ansichtkaart van het Alhambra was genoeg om Debussy tot zijn imposante la Puerto del Vino te inspireren, een dichtregel van Baudelaire leidde tot het serene Les Sons et les Parfums Tournent dans l'Air du Soir. Hoewel het publiek er alles aan deed om Zimerman uit zijn concentratie te halen (gekuch, gestommel, gefluister, een toeval - er kwam geen einde aan) bewees hij een fenomenaal Debussy-vertolker te zijn. Met behulp van een uiterst delicaat touche en een geraffineerd pedaalgebruik, wist Zimerman zijn instrument een indrukwekkende rijkdom aan klanken te ontlokken.

Geheel naar de eisen van Debussy was zijn akkoordspel zelfs in de forte-passages zo verfijnd en waar nodig zelfs versluierd, dat men vergat dat een vleugel hamertjes heeft. Niet een keer verviel Zimerman in de fout zijn emoties te laten prevaleren boven de bijna 'egoloze' weergave, waar Debussy's transparante muziek om vraagt. Met een bewonderenswaardige discretie stelde hij zijn virtuoze techniek in dienst van de partituur, die hij niet alleen uiterst helder en precies, maar ook met enorme verbeeldingskracht tot leven wekte. Maar met zijn toegift, de arabeske E van (alweer) Debussy, maakte Zimerman voornamelijk duidelijk dat een hele avond pianomuziek van Debussy, zelfs door de ideale vertolker, toch een beetje te veel van het goede is.