Weer samen naar school; Wallage wil dat gewone scholensamensmelten met scholen voor speciaal onderwijs

In zijn notitie 'Weer samen naar school' pleit staatssecretaris Wallage voor vergaande samenwerking tussen gewoon en speciaal onderwijs. Volgens hem is bestuurlijke schaalvergroting de aangewezen manier. In Den Haag, waar een samenwerkingsverband tussen gewoon en speciaal onderwijs bestaat, is men sceptisch.

Bij de Stichting Christelijk Onderwijs in Den Haag hebben de meeste medewerkers 'Weer samen naar school' inmiddels gelezen. De stichting is met 22 basisscholen en 4 scholen voor voortgezet onderwijs het grootste protestants-christelijke schoolbestuur in de stad. Ze hoort dus op de hoogte te zijn van Zoetermeerse plannen met het basisonderwijs. Bovendien gaat 'Weer samen naar school' over intensievere contacten tussen gewoon en speciaal onderwijs, een dierbaar onderwerp voor de medewerkers nu de stichting via het Regionaal Overleg Primair Onderwijs een samenwerkingsverband coordineert tussen 11 basisscholen en 1 school voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (LOM).

De medewerkers zijn nog niet van hun verbazing bekomen. Wat wil het ministerie nu eigenlijk? Een hele tijd leek het er op dat vrijwillige samenwerkingsverbanden de groei van het speciaal onderwijs moesten gaan beperken. Daar wilde de stichting wel aan meedoen. Men meldde zich met nog 3 protestants-christelijke besturen bij het ministerie, dat in juli 1989 in een circulaire had laten weten geld voor samenwerkingsverbanden beschikbaar te stellen.

Toen kwam de sociale vernieuwing. Die maakte het mogelijk de verschillende geldstromen die scholen ontvangen voor zwakke en buitenlandse leerlingen samen te voegen, om het geld vervolgens doelmatiger te besteden. Ook daar voelde de stichting wel voor. Met de gemeente, de katholieke schoolbesturen, het algemeen-bijzonder onderwijs en de rest van de protestants-christelijke besturen in Den Haag werden lange maar voorspoedige vergaderingen belegd. Inmiddels lijkt het er op dat de vrijheid van onderwijs gaat wijken voor het hogere belang van gezamenlijke hulp aan kansarme leerlingen.

En nu is er dan 'Weer samen naar school'. Na de verguisde personeelsstop in het speciaal onderwijs (waarmee oud-staatssecretaris Ginjaar-Maas de groei in dat onderwijs wilde beperken) zou deze notitie een echte visie op het probleem geven. Dat stond in het Regeerakkoord, daar wachtte het onderwijs al jaren op. Want dat het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs alsmaar stijgt, zint eigenlijk niemand. Het kost veel geld, maar belangrijker nog is dat kinderen als het een beetje kan niet moeten worden afgezonderd van hun leeftijdgenootjes in het gewone onderwijs.

Welnu, een visie heeft 'Samen weer naar school' zeker. Volgens de notitie moeten er clusters komen van zo'n 15 basisscholen en 1 LOM- of MLK-school (voor moeilijk lerende kinderen). De schoolbesturen zouden zichzelf moeten opheffen, waarna een nieuw bestuur beslist over de besteding van het 'gewone' geld, het geld voor speciaal onderwijs en het extra geld voor zwakke leerlingen (het zogeheten wegingsgeld). Dat bestuur zou de schooldirecteuren kunnen vrijstellen van lesgeven, klasse-assistenten aanstellen, individuele begeleiding betalen of aparte groepjes voor zwakke leerlingen opzetten. Een variant op deze 'bestuurlijke schaalvergroting' is dat de schoolbesturen blijven bestaan, maar dat een overkoepelend bestuur bepaalt hoe het wegingsgeld en het geld voor speciaal onderwijs wordt besteed.

Gebundelde krachten

En daar zit het probleem. De Stichting Christelijk Onderwijs en met haar de andere schoolbesturen in Den Haag waren net van plan het geld voor onderwijsvoorrangsbeleid, voor onderwijs in eigen taal en cultuur en voor het project 'minderheden meer toekomt' in te zetten voor de sociale vernieuwing. Ook over overheveling van het wegingsgeld naar de sociale vernieuwing zal nog worden gepraat. Meer dan 100 openbare, katholieke, algemeen-bijzondere en protestants-christelijke scholen zullen bundelen zo hun krachten in de bestrijding van onderwijsachterstand.

' Wij hebben besloten 'Weer samen naar school' voorlopig te laten voor wat het is', zegt adjunct-directeur H. W. Rodenhuis. Clusters van 15 scholen zijn kleiner dan de samenwerking binnen de sociale vernieuwing. Zij zullen ongetwijfeld niet uit scholen van verschillende richtingen bestaan. Verder zou het nog wel eens jaren kunnen duren voordat besturen bereid zijn zichzelf op te heffen, de variant waar de staatssecretaris het meeste voor voelt.

Rodenhuis: ' Het zou bijvoorbeeld ideaal zijn als er in Den Haag een protestants-christelijk bestuur voor het basisonderwijs komt. Maar zoiets valt erg moeilijk te realiseren. Er is nog steeds verschil tussen scholen die vroeger hervormd en scholen die vroeger gereformeerd waren. Bovendien betekent hervormd zijn in Scheveningen wat anders dan hervormd zijn in Den Haag.'

En dan is er voor de Stichting Christelijk Onderwijs nog een reden om 'Samen weer naar school' voorlopig maar niet al te serieus te nemen. Het nieuwe samenwerkingsverband is met de nodige moeite tot stand gekomen. A. Y. Schipper, onderwijskundige bij de stichting: ' Van de 20 aangezochte basisscholen had bijna de helft een band met een andere LOM-school, was druk met andere zaken of had niet zo veel zin.' Nu, na een aantal maanden, blijkt nogal wat tijd op te gaan aan 'elkaar leren kennen'.

Onder het motto 'voorzichtig anders breekt het lijntje' is dan ook besloten de samenwerking stapsgewijs vorm te geven. Zo koos het Haagse samenwerkingsverband uit de mogelijkheden in de circulaire voor 'deskundigheidsbevordering'. Schipper: ' Dat was het meest concreet'. In 3 werkgroepjes buigen de scholen zich nu over urgente problemen bij rekenen, taal en op sociaal-emotioneel gebied.

Gezamenlijke afspraken over het verwijzingsbeleid, een ander mogelijkheid uit de circulaire, liggen heel wat moeilijker. Sommige scholen weten precies te vertellen wanneer en waarom zij een zwakke leerling naar het speciaal onderwijs verwijzen, op andere scholen gaat dat intuitief. Ook het contact met LOM-scholen verloopt niet altijd even soepel. Wanneer basisscholen klagen dat ze na verwijzing ' niets meer over zo'n leerling horen', antwoorden LOM-scholen dat die scholen ' ondanks onze uitnodiging nooit op de vergaderingen komen'.

Doorslaggevend

In 'Weer samen naar school' signaleert staatssecretaris Wallage ook zelf een aantal 'mogelijke knelpunten'. Niet de overlap met de sociale vernieuwing: ' Als scholen bestuurlijke schaalvergroting prefereren boven sociale vernieuwing dan zal die voorkeur doorslaggevend zijn', staat er.

Maar het opheffen van schoolbesturen wordt wel als een probleem gezien. Dat zou immers niet veel minder dan een ' herstructurering van bestuurlijk onderwijsland' betekenen. Verder zou er bij zo'n massale opheffing van schoolbesturen meer afstand tussen bestuur, school en ouders ontstaan, en mogelijk een nieuwe, regionale bureaucratie. Bij de minder vergaande variant bestaat eveneens het gevaar van bureaucratie. Daar zou bovendien het verdelen van bevoegdheden tussen de 2 bestuurslagen wel eens moeilijkheden kunnen opleveren.

' Bij de keuze van een van de modellen is de haalbaarheidsvraag van wezenlijk belang' schrijft Wallage dan ook. ' De vele consequenties van de eerste variant zouden de aandacht kunnen afleiden van het hoofddoel: onderwijs op maat voor alle leerlingen.' Aan de andere kant ' zijn de potenties van de eerste variant het grootst'. Die variant biedt onderwijzers de kans zich te specialiseren, dus afwisselend werk en meer carriereperspectief. Daar komt bij dat in een tijd van meer autonomie voor schoolbesturen schaalvergroting eigenlijk onvermijdelijk is.

In een interview met het ANP zegt Wallage dat hij ' niet pessimistisch' is. ' Ik ben geen roepende in de woestijn, ik vertolk zeer breed gedragen gevoelens.' Ook oud-staatssecretaris Ginjaar-Maas pleitte na het mislukken van de personeelsstop (die juli vorig jaar onwettig werd verklaard) voor 'bestuursconvenanten'. Eerder stelden prof.dr. K. Doornbos en prof.dr. L. M. Stevens in een geruchtmakende studie dat regionale samenwerking tussen gewoon en speciaal onderwijs voor de hand zou liggen. In andere landen, waar minder kinderen dan in Nederland worden verwezen naar het speciaal onderwijs, gebeurt dat ook.

' Met elkaar onderwijzen en problemen oplossen is beter dan de een laten onderwijzen en de ander de problemen laten oplossen', zegt Stevens. Tijdens de viering van 60 jaar opleidingen voor het speciaal onderwijs, deze zomer, stelde Doornbos zelfs volledig ontzuilde, regionale schoolbesturen voor. Doornbos en Stevens waren als externe deskundigen betrokken bij de totstandkoming van 'Weer samen naar school'.

Maar Rodenhuis en Schipper weten het nog zo net niet. Al voor het uitkomen van 'Weer samen naar school' heeft de protestants-christelijke besturenraad PCO, die de bui zag hangen, voorlichtingsbijeenkomsten over bestuurlijke schaalvergroting georganiseerd. Rodenhuis heeft er een aantal van bijgewoond. Hij had ' niet de indruk dat men zat te springen'. Vorige week maandag was Schipper bij het overleg van de protestants-christelijke schoolleiders in Den Haag. Daar wist maar een directeur dat er een notitie getiteld 'Weer samen naar school' uit was. De anderen wisten van niets. En toen ze het hoorden waren ze ook niet geinteresseerd. Ze waren nu met sociale vernieuwing bezig, vonden ze. Bovendien ligt er ook nog een rapport over grotere basisscholen, het liefst met 500 leerlingen. ' En we kunnen niet alles tegelijk.'