'Uitlokken hasjhandel vier keer gemeld'

VANCOUVER, 6 nov. In een getuigenverhoor in Vancouver dat zich uitstrekte over een week heeft de drugs-verbindingsofficier van de Canadese ambassade in Den Haag, sergeant D. Doornbos, verklaard dat hij tegenover de Nederlandse Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) tot viermaal toe de aandacht heeft gevestigd op een omstreden undercoveroperatie die in Nederland begon.

Niet bekend

De undercoveractie begon volgens de Canadese drugs-verbindingsofficier op 16 maart 1989. Toen zocht de Regionale Criminele Inlichtingendienst (RCID) in Breda contact met de Canadese ambassade: een tipgever van die dienst zou de pseudo-verkoop van hasj in Canada kunnen organiseren. De operatie eindigde op 9 juni 1989 met de arrestatie van een Nederlandse moeder en zoon plus vijf Canadezen in Vancouver na hun poging voor 2,8 miljoen Canadese dollars hasj te kopen van twee undercoveragenten van de Royal Canadian Mounted Police (RCMP).

Een voorwaarde voor het gedeelte van de undercoveractie dat in Nederland speelde, was dat ondermeer de CRI op de hoogte diende te zijn. Sergeant Doornbos verklaarde voor de rechtbank in Vancouver dat hij in een wekelijks overleg van de Verdovende Middelen Centrale van de CRI met alle in Nederland functionerende buitenlandse politie-attaches de zaak eind april, 9 mei en 20 juni ter sprake heeft gebracht. Daarnaast zou hij op 5 juli 1989 de CRI een schriftelijk rapport hebben gezonden over de operatie.

Woordvoerder De Waard bevestigt de ontvangst van dat laatste rapport, maar daarin zou alleen de arrestatie van twee Nederlanders voor hasjhandel in Vancouver zijn gemeld. In de wekelijkse bijeenkomsten bij de CRI zou volgens De Waard de Canadees slechts eenmaal melding hebben gemaakt van een contact met de RCID-Breda. 'Op zo'n bijeenkomst worden tientallen contacten gemeld', aldus De Waard. Van registratie van die korte meldingen is geen sprake, bij het achteraf nagaan van een melding is de Verdovende Middelen Centrale aangewezen op het geheugen van haar, bij toerbeurt aanwezige, ambtenaren.

De Canadese drugs-verbindingsofficier Doornbos verklaarde voor de rechtbank in Vancouver ook dat de CRI hem inzage had gegeven in het dossier van de als softdrugshandelaar geregistreerde vrouw die door de informant van de RCID-Breda naar Vancouver zou worden gelokt. Overigens had de in Den Haag gestationeerde Doornbos het hoofdkwartier van de RCMP in Ottawa geadviseerd de operatie te stoppen. Hij geloofde niet in de opzet die was verzonnen door de informant van de RCID-Breda. Deze tipgever opereerde inmiddels als infiltrant en had telefonisch ook hem bekende Canadese criminelen in Canada ingeschakeld.

Voor de rechtbank verklaarde Doornbos dat hij pas na zijn aankomst in Canada op zondag 28 oktober van dit jaar in de burelen van het paleis van justitie in Vancouver kennis had genomen van het bestaan van Nederlandse wetgeving op het gebied van undercoveroperaties.