Solzjenitsyn gelooft meer in moraal dan in regels

De Russische schrijver Aleksandr Solzjenitsyn, wereldberoemd om De Goelag Archipel, heeft zich na een lange stilte vanuit zijn ballingsoord Vermont in de Verenigde Staten weer in het politieke debat over de toekomst van Rusland gemengd. Op 18 september publiceerden twee Sovjet-kranten met een gezamenlijke oplage van 26 miljoen als bijlage Solzjenitsyns essay Hoe moeten wij Rusland inrichten? Dit wapenfeit laat zien hoever het de laatste tijd met de 'glasnost' is gekomen, want schrijvers blauwdruk wijkt duidelijk af van die van president Gorbatsjov. Hij vindt dat de Sovjet-Unie uiteen moet vallen en dat de Communistische Partij haar plaats moet inruimen.

Volgens Solzjenitsyn ontbreekt het eenvoudigweg aan kracht om de Sovjet-Unie nog langer in stand te houden. Maar eigenlijk is hij vooral van mening dat de meeste andere republieken Rusland alleen maar tot last zijn, in het bijzonder de twaalf niet-Slavische republieken. De Oekraine en Wit-Rusland daarentegen wil hij bij Rusland houden en dat geldt ook voor het noorden van de Centraal-Aziatische republiek Kazachstan, waar de slaven ruim in de meerderheid zijn. Samen moeten zij een 'Russische Unie' vormen, want in oorsprong behoren de Oekraieners en de Witrussen volgens hem ook tot het Russische volk. Die gedachte sluit vooral in de Oekraine op veel tegenstand. Dat andere nationaliteiten binnen deze eenheid zich afscheiden, bijvoorbeeld de Tataren, vindt Solzjenitsyn ongewenst.

De Communistische Partij moet publiekelijk berouw uitspreken voor de talloze misdaden die zij op haar geweten heeft, en terugtreden. Vervolgens zal er steen voor steen een nieuw, gedemocratiseerd politiek systeem moeten worden opgebouwd. Solzjenitsyn pleit er met klem voor dit geleidelijk te doen, om niet opnieuw in een situatie verzeild te raken als tijdens de revolutie van 1917. Na de ineenstorting van het tsaristische regime stonden de critici ervan met hun handen in het haar. Ze wisten niet hoe zij het gezag moesten overnemen en creeerden alleen een machtsvacuum waarvan de communisten onder leiding van Lenin daarna profiteerden. Hij vindt daarom dat de onlangs door Gorbatsjov in het leven geroepen sterke presidentiele macht zeker voorlopig moet blijven gehandhaafd. De president moet dan wel, anders dan de laatste keer, in algemene verkiezingen worden gekozen.

Westerse democratie

Het nieuwe politieke systeem moet niet klakkeloos van het Westen worden gekopieerd. Ook in het verleden heeft Solzjenitsyn zijn kritiek op de Westerse parlementaire democratie niet onder stoelen of banken gestoken. De verkiezingscampagnes zijn luidruchtig en hoofdzakelijk gericht op het zwartmaken van de concurrent, ze vulgariseren de staatsgedachte en stellen het opportunistische boven het algemene belang. Stemmen herleidt alles tot een versimpeld rekenkundig idee, en de meerderheid heeft het niet per definitie bij het juiste eind. Er ontstaat een aparte stand van beroepspolitici die niet echt het belang van de bevolking vertegenwoordigen; hetzelfde geldt voor de politieke partijen. Ook op de functie van de media heeft Solzjenitsyn kritiek.

Om zulke bezwaren te omzeilen wil hij het vertegenwoordigende systeem langzaam vanaf de basis opbouwen. In eerste instantie worden er alleen lokale lichamen gekozen, waarbij kiezers en gekozenen elkaar kennen. Bijna aandoenlijk is het als hij ter illustratie de verkiezingen in het Zwitserse kanton Appenzell beschrijft: de kiesgerechtigden verzamelen zich op het stadsplein en stemmen bij handopsteken. Op hoger niveau blijft het oude systeem voorlopig gehandhaafd, dat volgt geleidelijk, in de loop van een reeks jaren en via getrapte verkiezingen.

De rol die Solzjenitsyn politieke partijen toebedeelt is gering. Ze mogen (zonder partijlijsten) kandidaten stellen en actie voor ze voeren, maar zodra iemand is gekozen stapt hij voor zijn ambtsperiode uit zijn eventuele partij en laat zich alleen door zijn eigen verantwoordelijkheid jegens de kiezers leiden. Er mogen geen partijfracties worden gevormd. In plaats van sovjets komen er zemstva, naar analogie van de lokale vertegenwoordigende organen voor de revolutie. Wat het voordeel van deze naamsverandering is, maakt Solzjenitsyn niet duidelijk. Waarschijnlijk speelt nostalgie een rol en afkeer van het sterk met het communistische regime verknoopte woord 'sovjet'.

Op landelijk niveau wordt de Opperste Sovjet tenslotte, via getrapte verkiezingen, vervangen door een Nationale Vergadering (ook hiervoor is een oude Russische term uit de kast gehaald). Naast dit parlement wil Solzjenitsyn nog een hoogste morele instantie waarin mensen met gezag, wijsheid, ervaring en hoog ethisch gehalte worden gekozen via standenkiesrecht (waarbij standen nader worden uitgelegd als: sociale lagen, beroepen). Dit orgaan, waar het niet gaat om het bereiken van een meerderheid, kan wetten en besluiten met vetorecht tegenhouden.

Onder vuur

Solzjenitsyns pamflet is onder de Russen zeer aangeslagen maar is ook al van diverse zijden onder vuur genomen. President Gorbatsjov (wiens naam in het hele stuk niet voorkomt) noemde Solzjenitsyns opvattingen in het openbaar 'destructief' en verweet hem gebrek aan respect voor andere nationaliteiten. In Alma-Ata, de hoofdstad van Kazachstan, kwam het zelfs tot demonstraties met duizenden deelnemers die protesteerden tegen de eventuele aantasting van de integriteit van hun republiek. Ze verbrandden exemplaren van Solzjenitsyns geschrift.

Ook veel Oekraieners, zoals de nationalistische beweging Roech, vinden de ideeen onacceptabel. En zelfs in Russische nationalistische kringen is niet iedereen het met de schrijver eens, want er is ook een stroming die helemaal niet van het imperium afwil en het communisme niet als iets on-Russisch ziet. Van meer liberale kant is wel bezwaar gemaakt tegen Solzjenitsyns vooropgezette mening dat de unie hoe dan ook uiteen moet vallen en dat een lossere confederatie van soevereine staten door hem bij voorbaat wordt uitgesloten.

Ook als we het wat vermoeiende archaische taalgebruik buiten beschouwing laten, is Solzjenitsyns politieke traktaat niet boven kritiek verheven. Misschien is wat hij propageert inderdaad wat er met de unie staat te gebeuren, of wij dat nu leuk vinden of niet. Maar de schrijver lijkt zich geen enkele zorg te maken over de consequenties van het uiteenvallen van de unie, over de enorme problemen die de uiteenvallende delen en ook de buitenwereld daarbij waarschijnlijk te wachten staan. Vele miljoenen zullen tussen wal en schip raken omdat ze buiten het territorium van 'hun' nationaliteit wonen, er zijn vele gemengde gezinnen, en de te verwachten reeks grensconflicten is niet te overzien. En dan spreken we nog niet eens over al het wapentuig dat her en der in de unie is gestald.

Solzjenitsyns economische voorstellen zijn weinig onderbouwd. Hij wil een economische liberalisering, maar de kapitalistische ontwikkeling moet sterk binnen de perken blijven. Hoe hij de voordelen van de markteconomie wil plukken zonder de uitwassen op de koop toe te nemen, geeft hij niet duidelijk aan.

Zweverig

Het valt toe te juichen dat Solzjenitsyn zich uitspreekt voor een democratisering van het Russische politieke systeem. Zijn pleidooi voor geleidelijkheid daarbij is heel verstandig, zeker met het oog op het grote aantal democraten in de Sovjet-Unie dat op dit moment zichzelf hard aan het voorbijlopen is. Er is dus geen enkele reden hem voor te stellen als iemand die een tsaristische of klerikale autocratie zou willen herstellen. Toch heeft het systeem dat hij voorstelt zweverige kanten.

Solzjenitsyn gelooft meer in moraal dan in regels. Zoals hij schrijft: 'Het ethische beginsel dient hoger te staan dan het juridische. Rechtvaardigheid stemt meer overeen met het morele recht dan met het juridische'. Hierin is hij een typische erfgenaam van de negentiende-eeuwse slavofielen. Waarheid, geweten, verantwoordelijkheidsgevoel, dat is veel meer waar het om gaat dan regels of afspraken. Maar behoorlijke afspraken vormen een betere garantie tegen een totalitaire ontwikkeling dan hoge morele opvattingen, een groot geweten of een diep gevoel voor waarheid, hoe prijzenswaardig en nodig zulke karaktertrekken ook mogen zijn.

Solzjenitsyn wordt hier en daar gewantrouwd om zijn slavofiele opvattingen. Vladimir Vojnovitsj voert hem in zijn roman Moskou 2042 zelfs in een nauwlijks verhulde vermomming op als de nieuwe heerser van Rusland. Maar als we Solzjenitsyns woorden serieus nemen, hoeven we daar niet bang voor te zijn: de hoogste ambtsdrager blijft een president en om gekozen te worden moet hij minstens de laatste tien jaar in het land hebben gewoond. Maar Solzjenitsyn zal met graagte de rol van de hoogste morele autoriteit blijven vervullen.