PAUS, AIDS EN KINDERZEGEN

Pater Peeters hoort al jaren tot mijn vrienden, al heb ik hem nooit ontmoet. Hij werkt in het hart van Afrika en een stichting van vrienden verzamelt geld voor hem en verstuurt zijn brieven. Ergens in Zaire, in het hart van de duisternis van ziekte, honger en armoede, doet pater Peeters iets buitengewoon zinvols. Hij leert, met een zendertje en radiootjes zijn omgeving de landbouw, bouwt een brug en heeft de ossetractie ingevoerd, omdat mechanische apparatuur duur en moeilijk repareerbaar is. Er is een ambachtsschool gekomen en nu een meisjesschool, gedreven door Zairese vrouwen die elkaar leren koken, naaien en kinderen verzorgen. De pater werkt hard, ook op zijn oude dag en beperkt de honger, bestrijdt de ziekte en leert de mensen voor zichzelf te zorgen. Zijn brieven zijn die van een Brabantse boerenzoon en beschrijven de oogst, het weer en het werk in zijn zwarte dorp aan de rivier.

Of hij zijn dorpelingen ook tot het katholieke geloof bekeert meldt hij eigenlijk nooit en misschien doet het er ook niet toe. Pater Peeters is zichtbaar de herder van zijn kudde, een leesbare brief van Christelijke naastenliefde. Zijn bedelbrieven maken mij altijd beschaamd, een euvel dat zich niet laat weggireren.

David Morley is een generatiegenoot van pater Peeters en kent als tropisch kinderarts de Derde wereld van ziekte en gebrek even goed. Hij heeft met pater Peeters geen moeite maar wel met zijn uitzendbureau en de directie te Rome. Mensen in de Derde wereld hebben hulp nodig omdat zoveel monden gevoed moeten worden in landen die eerst door koloniale en nu door eigen regimes worden uitgebuit en gebukt gaan onder buitenlandse schulden.

Er is het biologische feit dat vrouwen in staat zijn maximaal 17 kinderen ter wereld te brengen. Dat zou tot een bevolkingsgroei van 67% per jaar leiden met een verdubbeling van de bevolking iedere tien jaar. Dat biologische maximum wordt natuurlijk nooit bereikt maar ook met minder zijn de gevolgen alarmerend. De snelste bevolkingsgroei vindt in het relatief welvarende Kenia plaats, met 34% per jaar en een verdubbeling van de bevolking in 17 jaar. Om daarvoor voedsel, scholing en werk te vinden is een vrijwel onmogelijke opgave.

In het Westen groeit door geboortenbeperking de bevolking weinig tot niet en is de moderne anticonceptie een belangrijke bijdrage tot welvaart. Elders in de wereld is die geboortenbeperking om allerlei redenen, van ontwikkelingspeil tot bekostiging, niet beschikbaar en behelpt men zich met zogenaamd natuurlijke methoden. De huwelijksdatum wordt b.v. in Midden-Amerika uitgesteld, terwijl in Bangladesh en Indonesie zeer langdurige borstvoeding een zekere bescherming biedt tegen een volgende zwangerschap.

In Costa Rica hebben de Amerikanen sinds de jaren zestig hun anticonceptiepillen uitgeprobeerd en zijn deze bekend en aanvaard terwijl in landen als Ghana miskramen en afwezige partners voor beperking van het kindertal zorgen. Abortus provocatus met breinaald en zeepspuit is de gedwongen keuze in Zuid-Amerika waar anticonceptie onder strikt katholieke regimes niet verkrijgbaar is, en de sterfte onder jonge vrouwen door bloeding en infectie is aanzienlijk.

De armoedeval sluit zich dan ook voor kroostrijke gezinnen die kennis, geld of de intentie missen hun kindertal te beperken, gemiddeld zeven kinderen bezitten en daarmee veroordeeld zijn tot ziekte en armoede. De hypotheek op geslachtsverkeer is bovendien in Afrika en straks ook in Zuid-Oost Azie nog extra bezwaard door de risico's van AIDS.

De Paus, rondreizend in de Derde wereld, wordt niet moe Afrika en Azie op te wekken de katholieke moraal na te leven en af te zien van condooms, de pil of andere vormen van effectieve geboortenbeperking.

Morley vermeldt dat het Romeinse hoofd van het instituut voor huwelijk en gezin recent nogmaals benadrukte dat in een huwelijk een HIV-positieve partner geen condoom mocht gebruiken om de ander te beschermen.

Het pauselijk beleid bevordert welbewust, naar de mening van Morley, armoede en AIDS in de Derde wereld, waaraan alleen de katholieke elite zich weet te onttrekken want die laat in Maastricht of Manila het Vaticaan niet toe in de slaapkamer. Er is officieel kerkelijk medeleven met de slachtoffers van AIDS of onbeperkte gezinsgroei, maar de kerk verwerpt effectieve methoden van bestrijding die in de Westerse wereld ook door katholieken allang zijn aanvaard. In het nummer van de British Medical Journal waarin Morley het Vaticaan beschuldigt, wordt hij beantwoord door David Worlock, de katholieke aartsbisschop van Liverpool. Hij zegt dat de bevolkingsgroei in katholieke zowel als Moslimlanden van de Derde wereld vrijwel even groot is, zodat de katholieke moraal niet de eerste of enige factor kan zijn, maar andere culturele factoren minstens zo belangrijk zijn. De bisschop acht het condoom matig geschikt voor AIDS-bestrijding en ziet gedragsverandering door opvoeding tot verantwoordelijkheid en trouw als een beter middel. Geboortenbeperking langs de natuurlijke weg, ook door onderricht en opvoeding, lijkt hem aanvaardbaarder en minder kostbaar dan pil, spiraal of condoom en hij wijst op het relatieve succes van langdurige borstvoeding als zwangerschapspreventie in Bangladesh.

De vraag is natuurlijk of er nog tijd is om bevolkingsgroei op die wijze te reguleren. Een vroegere katholieke directeur van de Wereldvoedselorganisatie, De Castro, schreef in de jaren vijftig een boek over de aardrijkskunde van de honger en meende dat welvaart vanzelf het kinderaantal zou laten dalen in de Derde wereld, zoals dat eerder in het Westen was gebeurd. Dat kwam echter niet alleen door het eten maar ook door de moraal die veranderde. Die welvaart, met meer kennis en betere voeding is er niet gekomen in deze generatie. En waar ze enigszins aanwezig is, zoals in Kenia, is de bevolkingsgroei alleen maar toegenomen en vermindert de kindersterfte. De bevolkingsgroei in de rest van Afrika wordt in hoofdzaak geremd door honger, AIDS, stammenoorlog en zuigelingensterfte. De hand Gods, zo die bestaat, hanteert in grote delen van de wereld alleen maar de gesel van ziekte en gebrek. Dat kan het Vaticaan niet helpen, maar wel verzachten. Dat doet pater Peeters, maar van zijn chefs en hun opvattingen over het natuurlijke, ben ik niet zo zeker.