Opec-secretaris voorziet tijdelijke val van olieprijzen naoplossing Golfcrisis

WENEN, 6 nov. Het Westen kan na de Golfcrisis meer dan voldoende olie van de OPEC-landen blijven kopen, en voor een heel redelijke prijs: tussen de 21 en 25 dollar per vat. Als de crisis vreedzaam wordt opgelost, zal de prijs tijdelijk zelfs aanzienlijk lager kunnen zijn.

Dit zegt dr. Ahmed Subroto, secretaris-generaal van OPEC, de organisatie van dertien olie exporterende landen.

Subroto zit in het OPEC-hoofdkwartier in Wenen ongeduldig te wachten op een oplossing van crisis, en hij hoopt dat zijn organisatie daarna kan bijdragen tot meer stabiliteit in het Midden-Oosten. Dat kan, meent hij, door de Golfstaten meer en langdurige zekerheid over hun olie-afzet te bieden.

'Voor OPEC is de Iraakse overval op Koeweit zeker een harde klap. Ik ben er bedroefd over. Het gaat hier om twee landen die dertig jaar geleden tot de oprichters van de organisatie behoorden. Maar ik verwacht dat OPEC ook dit conflict goed zal overleven. We hebben de oorlog tussen Irak en Iran doorstaan, ook daarbij ging het om twee oprichters. Uiteindelijk blijven deze staten sterk afhankelijk van de olie-export en hebben ze alle belang bij de diensten van OPEC', zegt Subroto.

'De diepe oorzaak van deze crisis is natuurlijk een combinatie van politieke factoren die de regio beheersen: de ambities van Irak, het conflict tussen Israel en de Palestijnen en Libanon, om er maar een paar te noemen. Maar de olie en de financiele belangen die daarmee samenhangen fungeerden als de lont in het kruitvat, de aanleiding voor de invasie van Koeweit. Als je aan de geschillen over oliebelangen iets kunt doen, draag je ook bij aan een oplossing.'

Subroto zegt overigens vurig te hopen dat de politici kunnen voorkomen dat de militaire budgetten na de crisis op een veel hoger niveau zullen komen dan ervoor het geval was. 'De behoefte aan meer veiligheid na zo'n invasie is heel begrijpelijk, maar ik denk dat je met grote, elkaar bedreigende strijdmachten het paard achter de wagen spant. De OPEC-landen hebben hun geld hard nodig voor hun eigen ontwikkeling', aldus de secretaris-generaal.

'Een gemiste kans, heel jammer', is Subroto's commentaar op de weigering van het Internationaal Energie Agentschap (IEA), de organisatie van 21 Westerse, olieconsumerende landen, om mee te doen aan informeel overleg met OPEC-vertegenwoordigers dat vandaag in Geneve begint. Onder auspicien van de Verenigde Naties praten technische deskundigen van olieconsumerende en -producerende landen over mogelijkheden om de oliemarkt te stabiliseren.

'Het IEA ziet spoken. Men koestert ideologische bezwaren tegen zo'n overleg. Men denkt dat wij een soort centrale planning willen, dat we fungeren als een kartel dat de prijs voor olie wil dicteren. Niets is minder waar, want wij weten dat alleen de markt het gebruik van energiebronnen en de prijs daarvoor bepaalt. We willen concurrerend blijven en zijn zeker niet uit op een grondstoffenovereenkomst. Dat kan met olie helemaal niet, omdat er geen sprake is van een monopoliepositie. OPEC levert minder dan de helft van de wereldvraag naar olie en aardgas.'

Subroto geeft wel toe dat het in de jaren zeventig anders was, toen de organisatie een sterkere positie had door een veel groter aandeel in de produktie. 'Maar wij fixeren geen prijzen. We hanteren slechts een referentieprijs, een streefbedrag per vat olie waarmee de olielanden een redelijke verdienste uit hun investeringen halen. Als de marktpartijen een lagere of hogere prijs bepalen, kan OPEC daar niets aan veranderen.'

De secretaris-generaal pleit al jaren voor overleg met de importerende landen om op langere termijn duidelijkheid te krijgen over de vraag naar olie, olieprodukten en aardgas, waarop OPEC dan haar beleid kan afstemmen. Hij reisde vorige maand nog naar Den Haag om premier Lubbers en de ministers Andriessen en Van den Broek uitleg te geven. Het verheugt de OPEC-topman dat premier Lubbers onlangs zijn pleidooi overnam in een toespraak over het plan voor een energiegemeenschap, dat hij zelfs 'orientatieprijzen' voor energie voorstelde, en dat Nederland bij het overleg in Geneve vertegenwoordigd is.

'Het gaat erom afspraken te maken over een zekere ordening in de oliemarkt, om te sterke prijsfluctuaties te voorkomen in het belang van beide partijen. U weet dat de prijsopdrijving van de afgelopen maanden helemaal niet nodig was, want er is genoeg olie. Voor de olielanden zou die ordening, die stabiele ontwikkeling, het voordeel brengen dat ze de gigantische investeringen die zij nodig hebben, ook goed kunnen plannen.'

Dr. Subroto herinnert eraan dat de Westerse landen in 1975, kort na de eerste oliecrisis, wel overleg en samenwerking met OPEC wilden. 'President Giscard d'Estaing van Frankrijk was toen de drijvende kracht. De olievoorziening was in gevaar geweest en men wilde herhaling voorkomen. Maar de aanpak was te breed en het mislukte. Nu gaan we in Geneve niet verder dan een uitwisseling van informatie en visies over de rol van olie in de toekomstige energievoorziening. Verder staan de investeringen in de olielanden en het gebruik van technologie op de agenda. Er komt een rapportage voor de secretaris-generaal van de VN en ik hoop dat het uiteindelijk zal leiden tot afspraken.'

Als Irak bereid is zich terug te trekken uit Koeweit en de twee landen gaan weer olie produceren, zal er tijdelijk een overproduktie zijn, erkent Subroto. Saoedi-Arabie, de Verenigde Arabische Emiraten en Venezuela, die nu het leeuwedeel van de weggevallen export van Irak en Koeweit compenseren, kunnen hun produktie niet onmiddellijk verlagen. 'De prijs zal dan tijdelijk dalen. Maar we hebben afgesproken dat onze quota (maximum-hoeveelheden produktie per land) na de crisis weer in werking treden.'

Vorige week liet de president-directeur van de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PVDSA, Andres Sosa Pietri, nog blijken dat het voor zijn land 'niet logisch' zou zijn terug te gaan naar het vorige OPEC-quotum. In de forse produktieverhoging van de afgelopen maanden is namelijk veel geld geinvesteerd. Subroto: 'Wij hebben te maken met de regeringen. We zijn een intergouvernementele organisatie. De ministers, ook de Venezolaanse, hebben hier in Wenen een besluit ondertekend. De Venezolaanse president Peres is een groot voorstander van het OPEC-beleid.'

Beheersing van de produktie zou volgens Subroto een element in de afspraken met de Westerse landen moeten zijn. 'Daar heb je een mechanisme voor nodig, want een te groot aanbod veroorzaakt een veel te lage prijs en u heeft gezien waar dat in 1986 toe leidde. De prijs kelderde naar acht dollar, het gevolg was crisistoestanden, verlies voor iedereen. Een redelijke prijs garandeert dat de nodige investeringen, die in het belang zijn van zowel de producerende als de consumerende landen om de toekomstige produktie op peil te houden, aantrekkelijk genoeg worden.'

Zestig miljard dollar is er volgens OPEC de komende vijf tot tien jaar nodig om de oliewinning uit te breiden en te moderniseren. 'Het gaat ook om toepassing van nieuwe technologie waarmee het rendement van de olievelden kan worden verdubbeld. Dan kun je dus veel meer doen met je kostbare reserves', zegt Subroto.

Bij een prijs tussen de 21 dollar (de huidige richtprijs van OPEC) en 23 tot 25 dollar is het mogelijk, met de hulp van de Westerse landen, om die 60 miljard aan te trekken, meent hij. 'Dan kunnen de olielanden een derde tot de helft van de kosten zelf dragen. De rest zou van de oliemaatschappijen en uit leningen kunnen komen. De maatschappijen krijgen, waar dat mogelijk is, een aandeel in de produktie.' Voor de leningen, van banken en andere investeerders zou een arrangement met de consumerende landen nodig zijn, bijvoorbeeld in de vorm van herverzekering van risico's.

Of de wens van president Bush minder afhankelijk te worden van het Midden-Oosten in vervullig kan gaan, is voor dr. Subroto nog een vraag. 'Als je het objectief bekijkt, kun je er niet omheen dat OPEC zo'n 76 procent van de wereldvoorraden aan olie heeft. De produktie in de rest van de wereld gaat langzaam omlaag. Wij hebben berekend dat ons aandeel in de wereldproduktie onder die omstandigheden zal stijgen naar 32 tot 33 miljoen vaten per dag, rekening houdend met een grotere rol voor het aardgas en wellicht iets meer gebruik van kolen. Nu is onze capaciteit inclusief Irak en Koeweit zo'n 28 miljoen vaten.

'Volgens gegevens van de World Energy Conference, een gezaghebbend orgaan, zal olie in het jaar 2015 nog steeds een derde van de energiebehoefte van de wereld vervullen. Men kan natuurlijk olie gaan winnen op de Noordpool, in Alaska en Siberie, maar de prijs daarvan is veel hoger.'