'Nieuwe christenen' doelgroep CDA

Niet alleen literair, ook inhoudelijk was het de mooiste zin, die werd uitgesproken tijdens de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer. D66-voorman Hans van Mierlo zei: 'Een ingestort zuilenveld waarboven op mysterieuze wijze een dak zweeft dat op niets meer rust'. Ziet Van Mierlo een hemels baldakijn of kijkt hij, in traditionele verbeelding net als God, door het gat van de ozonlaag heen naar de ruines van de oude en heldhaftige stad van het institutionele christendom? Een stad door sommige bewoners in paniek verlaten, nadat zij door de overvloed aan informatie, meer wisten dan ze in geloof en geweten existentieel konden verteren. Of lijdt hij aan een soort seculiere bijziendheid en kan hij de werkelijkheid niet zien?

Hoe ziet die werkelijkheid er dan uit? Het is waar, dat tot voor kort bijna iedere socioloog dacht, dat de godsdienst uit de moderne samenleving zou verdwijnen. Als een soort restverschijnsel van een voorwetenschappelijke beschaving. Opinie-onderzoekingen leken deze hypothese te bevestigen. Vorig jaar ging er nog licht gejuich op in het geseculariseerde kamp, toen Maurice de Hond bekend maakte, dat eindelijk meer dan vijftig procent van de bevolking onkerkelijk is.

NOS-Laat bracht een treffende documentaire over de pas tienjarige geschiedenis van het CDA. Uit recent onderzoek blijkt, dat deze partij wordt gedomineerd door katholieken. Niet zo merkwaardig, want eerder werd al bekend, dat de katholieke Nederlander in het algemeen middenin de Nederlandse cultuur staat. Hij en zij zal ook wel bedoeld zijn staat tussen protestanten en onkerkelijken in, is de meest representatieve Nederlander en is in staat om een brug te slaan tussen de uitersten van ons volk om 'in onze verscheurde maatschappij verzachtend en verzoenend op te treden' (prof. O. Schreuder). De kracht van het maatschappelijk middenveld is gebleven, maar de scherpe kantjes van de verzuiling zijn eraf. De bijna onzichtbare consensus, gedragen door de religieuze factor, is gebleven en blijft liberalen en socialisten lichtelijk irriteren, omdat die verborgen cohesie op een voorrecht zonder inspanning lijkt. Dus bepaald geen 'ingestort zuilenveld', zoals Van Mierlo dat ziet.

Een andere socioloog, door Vrij Nederland wat misprijzend de nieuwe CDA-goeroe genoemd, prof. Anton Zijderveld, zegt duidelijk: 'Wij zijn nog steeds voor het merendeel een christelijke natie'. De grote doelgroep voor het CDA vormen in de toekomst 'de nieuwe christenen'. Die zijn volgens hem niet erg gelovig meer, maar als zij zich aangesproken voelen door van oorsprong christelijke waarden zijn zij van harte welkom 'om mee te werken aan de verwerkelijking van christen-democratische idealen'. Die omschrijving van 'nieuwe christenen' lijkt weinig nauwkeurig.

De Tilburgse socioloog Frans van der Slik heeft daar wat aan gedaan. Hij doet een frontale aanval op de pseudo-exactheid van de meetinstrumenten, die gewoonlijk bij religieus opinie-onderzoek worden gehanteerd. In de pas verschenen bundel Van beneden naar boven (Kok, Kampen) bekritiseert hij vooral de vraagstelling, die bijna helemaal uitgaat van de traditionele godsdienstigheid. Vooral mensen met een hoger opleidingsniveau gaan zelf inhoud geven aan hun godsdienstigheid. Terwijl slechts ongeveer vijftig procent van de ondervraagden kan instemmen met traditionele geloofverwoordingen bijvoorbeeld over een persoonlijke God, stijgt de score tot bijna driekwart wanneer de vragen aansluiten bij hedendaagse uitingen. Zoals: 'God tref ik aan in de echte ontmoeting met mijn medemens' ; 'God is daar waar vertrouwen is tussen mensen' ; De hemel is daar waar mensen iets van het koninkrijk Gods realiseren' ; 'Voor mij is God een symbool voor het goede in de mens' en 'Geloven betekent voor mij het hebben van vertrouwen in mensen'.

'God staat nog wel op de gulden. Maar het is op het randje', zei dominee C. ter Linden op het jubileum-congres van het CDA. De vraag is: welke God? 'Nieuwe christenen' gebruiken nieuwe woorden en nieuwe godsbeelden. Het leek wel of de CDA-leider Ruud Lubbers deze nieuwe trend nu al aanvoelde. Hij zei in zijn jubileumtoespraak, dat het CDA zich niet mag opsluiten in een -isme. 'Zelfs als de gesloten waarden en normen van het christendom voor alle tijden gelden, dan moeten wij die afwijzen. Nooit mag de leer boven de liefde en de mensen gesteld worden.' Ook niet de leer over God.