Nederland dienstenland

DE FUSIE tussen NMB Postbank en Nationale Nederlanden illustreert de fenomenale krachtenbundeling in de Nederlandse financiele sector. Sinds begin dit jaar zijn AMRO en ABN gefuseerd, heeft verzekeraar AMEV de Verenigde Spaarbank overgenomen en Rabobank de verzekeraar Interpolis. De Rabo werkt bovendien samen met beleggingsgigant Robeco.

Deze concentratie is mogelijk door de liberalisering van de kapitaalmarkten in het kader van de eenwording van de Europese markt en door de afschaffing van het zogenoemde structuurbeleid van De Nederlandsche Bank, dat tot 1 januari nauwe samenwerking tussen verzekeraars en banken verbood. Internationale concurrentie en een steeds heviger slag om het spaargeld van de burgers dwingen financiele instellingen tot grotere samenwerking. Met een breed aanbod van financiele produkten en een veelheid aan distributiekanalen hopen de Nederlandse instellingen hun positie op een relatief kleine thuismarkt te versterken en de concurrentie met de sterkste Europese financiele bedrijven in de jaren negentig aan te kunnen.

SAMENGAAN VAN een verzekeraar en een bank vereist een versterking van het toezicht en de garantie dat open concurrentieverhoudingen blijven bestaan. In toenemende mate zullen deze beide taken, die traditioneel toevallen aan nationale instellingen, worden uitgeoefend op Europese schaal. Niet de SER, maar de Europese Commissie zal moeten onderzoeken of de NMB Postbank-Nationale Nederlanden-combinatie voldoet aan de regels voor vrije concurrentie. Daarnaast versterken fusies van financiele instellingen de noodzaak van een Europese centrale bank, die niet alleen verantwoordelijk wordt voor een gemeenschappelijke Europese munt, maar ook toezicht zal moeten uitoefenen op de grote Europese financiele instellingen.

De bundeling van financiele spierkracht in Nederland werpt ook een licht op de veranderende economische structuur van ons land. Twee weken geleden kondigde Philips een drastische personeelsinkrimping aan en vrijwel dagelijks maken industriele ondernemingen afslankingen bekend. Dit proces van geleidelijke industriele afkalving is al in de jaren zestig en zeventig ingezet maar nog steeds niet voltooid.

Bedrijven in de financiele sector tonen daarentegen een grote mate van vitaliteit. Ze vormen de machtigste sector van de nationale economie en zijn de belangrijkste schepper van werkgelegenheid. Voor het overheidsbeleid ten aanzien van onderwijs, infrastructuur en belastingklimaat is het van groot belang te beseffen dat Nederland de jaren negentig ingaat als een dienstenland.