MEIR KAHANE (1932-1990); Rabbi met Torah en geweer

ROTTERDAM, 6 nov. 'Jood of niet-jood, onze huid, ons bloed en onze hersens zijn gelijk. Maar wij hebben een ding dat ons onderscheidt van de niet-joden, en dat is de Torah.' Die uitspraak van de gisteren vermoorde rabbijn Meir Kahane, kort na zijn verkiezing tot lid van het Israelische parlement in 1984, is de korte samenvatting van diens theocratische opvattingen, die zowel binnen als buiten Israel hevig omstreden waren. Hij bestreed alles wat met de letter van de mozaische wetgeving in strijd was. Zo verzette hij zich bij voorbeeld tegen gemengde huwelijken tussen joden en niet-joden. Het Israelische centrale verkiezingscomite oordeelde dat de door hem opgerichte Kachpartij racistisch was en verbood derhalve haar deelneming aan de verkiezingen van 1988.

Meir Kahane werd in 1932 in Brooklyn geboren. Als kind was hij een bewonderaar van Zev Jabotinsky, die bij de familie Kahane aan huis kwam. Zabotinsky was de leider van de militante rechter vleugel van het zionisme en mentor van de latere premier Menachem Begin. Op 15-jarige leeftijd werd Kahane voor het eerst gearresteerd wegens betrokkenheid bij het ingooien van de ruiten van de auto van de Britse minister van buitenlandse zaken, Ernest Bevin. Dat was een daad van protest tegen het Britse mandaat over Palestina.

In de jaren zestig richtte hij de Joodse Defensieliga (JDL) op, die in de straten van New York patrouilleerde tegen aanslagen op joden van zwarten en Portoricanen. Omdat de JDL zich niet steeds aan de regels van de Amerikaanse wet hield, verbleef Kahane enige tijd in de gevangenis. Zijn tegen de Sovjet-Unie gerichte acties voor het recht op emigratie van joden zouden er, zo wordt wel beweerd, toe geleid hebben dat hij indirect werd gesteund door de Amerikaanse FBI.

In 1971 emigreerde Kahane naar Israel. Dertien jaar later wist hij, na een aantal mislukte pogingen, aan het hoofd van zijn Kachpartij in het parlement te komen na een campagne waarin hij beloofde alle Arabieren te zullen verdrijven uit de bezette gebieden. Aanvankelijk wilde hij echter zijn Amerikaanse staatsburgerschap niet opgeven en weigerde hij de eed van trouw op de Israelische wetgeving. In 1988 nam de Knesseth een wet aan die de dubbele nationaliteit voor parlementsleden verbood, waarna Kahane alsnog het Israelische staatsburgerschap verwierf. Zijn aanwezigheid in het parlement stuitte bij andere partijen vaak op grote weerzin. 'Vanuit ons standpunt bestaat Kahane niet. Wat hij wil, is strijdig met al onze overtuigingen', aldus een woordvoerder van de Arbeiderspartij drie jaar geleden. (AP, Reuter, AFP)