Maij wil Nederlandse kennis inzetten tegen stijging zee

GENEVE, 6 nov. Als de mondiale klimaatsverandering een forse stijging van het zeespiegelniveau met zich mee brengt, moet de specifieke Nederlandse deskundigheid op het gebied van dijkenbouw worden ingebracht in een internationaal onderzoeksinstituut voor kustverdediging. Dat instituut moet in Nederland worden gevestigd.

Dat zegt minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) tegen deze krant aan de vooravond van de Tweede Wereld Klimaatsconferentie in Geneve, waar zij en minister Alders (milieu) aan deelnemen. Nederland is op de ministersconferentie over atmosferische vervuiling en klimaatsverandering met een zeer grote delegatie aanwezig. Het kabinet wil daarmee demonstreren hoeveel belang het hecht aan de gevaren van de veronderstelde klimaatswijziging en aan de noodzakelijke beperking van de kooldioxyde-emissies in de atmosfeer.

Volgens Nederlandse berekeningen zal het zeespiegelniveau in de komende eeuw met ongeveer 85 centimeter omhooggaan. Andere berekeningen van bijvoorbeeld de internationale wetenschappelijke werkgroep over klimaatsverandering (IPCC) komen lager uit, namelijk op een niveauverhoging van 65 centimeter in honderd jaar. Gevreesd wordt dat de zeespiegelstijging vooral problemen zal scheppen voor landen die aan randzeeen liggen, zoals aan de Noordzee. Ook andere landen en gebieden, bijvoorbeeld Bangladesh, de Maladiven en zeemoerasgebieden in Afrika en Midden- en Zuid-Amerika, zouden in de komende decennia grote overstromingen te wachten staan. Nederlandse deskundigen wijzen er in dit verband op dat meer dan de helft van de wereldbevolking dichter dan 65 kilometer bij de zee woont.

Volgens minister Maij zou de Nederlandse ervaring op het gebied van kustverdediging en dijkenbouw ook andere landen ten goede kunnen komen.