Leugendetector

Hier en daar is enige vriendelijke aandacht besteed aan die krankzinnig verlopen wedstrijd in 1950 tussen Heerenveen en Ajax. Daarbij was de link tussen verleden en heden dat in november 1990 beide ploegen opnieuw tegenover elkaar stonden, op hetzelfde veld dat nu terecht naar Abe Lenstra is vernoemd. Toen werd het 6-5 voor de Friezen, die een 1-5 achterstand via een duizelingwekkend slotoffensief omturnden naar een schitterende overwinning. Ik las een herinnering van Tiemen Veenstra, de boomlange doelman van Heerenveen die overigens juist in die wedstrijd vervangen was. In de Friese pers trof mij de volgende passage: 'Michels, in wiens rushes steeds veel vaart zat, drong met de bal aan zijn voet in een flits tot diep in de Heerenveen-stellingen, ontweek op het juiste moment Jan Lenstra en gaf met een schot van dichtbij Voolstra geen kans'.

Daarmee was Ajax tot 4-1 uitgelopen. Maar ook Michels, in die jaren een uitblinkende aanvaller, kon de grote ommekeer niet afwenden. Het verloop was spekkie voor het bekkie van diegenen die geloofden in de mysterieuze krachten in de sport. En het is eigenaardig dat Heerenveen drie jaar eerder iets dergelijks had gepresteerd en niet eens op eigen terrein. Ook toen gebeurde het in een ontmoeting om het kampioenschap van Nederland. MVV was in Maastricht de tegenstander en op een gegeven moment stonden de Limburgers volkomen verdiend met 4-0 voor. Toch werd de einduitslag 7-6 voor de Friezen!

Als je die vergeelde wedstrijdverslagen leest, krijg je de sterke indruk dat het toentertijd scoringskansen regende en dat was ook het geval. Het was nog in de tijd van het amateurisme (of wat daarvoor doorging) en men liet elkaar tot op vrij grote hoogte voetballen. Wie het vergelijkt met de immense drukte op het middenveld waar je tegenwoordig mee te maken hebt, en waar je zoveel techniek moet hebben dat je in een beweging twee tegenstanders moet kwijtraken om een paar seconden vrijheid te veroveren, die kan met een hevigheid welke zeer onrealistisch aandoet, terugverlangen naar die jaren. Maar het is, wat Heerenveen betreft, natuurlijk ook een kwestie van winnaarsmentaliteit geweest. En van het bezit van Abe, het genie.

Frappant is ook dat je rond die wedstrijdverhalen van toen heel weinig gekrakeel van trainers aantrof. De acceptatie van verlies of winst was stukken royaler en vanzelfsprekender dan tegenwoordig. Een merkwaardig voorbeeld van niet-acceptatie viel onlangs in Duitsland waar te nemen, waar niemand minder dan Arie Haan na de 4-0 afstraffing van FC Neurenberg door FC Koln glashard verkondigde dat zijn ploeg eigenlijk even goed was geweest als de winnaar en na de 0-4 tegen HSV zei hij ongeveer hetzelfde. Wie dat leest, voelt de behoefte in zich opborrelen om onze vriend Arie aan de leugendetector te leggen. Uiteraard heeft Haan het volste recht om een kind van zijn tijd te zijn. En over die tijd las ik in een buitenlands sportblad de volgende uitspraak: 'De grote vijanden van het huidige profvoetbal zijn het veiligheidsdenken plus de panische, voor het zelfvertrouwen dodelijke, angst om een domme fout te begaan'.

Intussen wil de ironie van het huidige voetbal dat men in zijn vrees voor fouten de grootste fout van alle maakt: het zich niet scheppen van kansen. Men speelt elkaar uit de wedstrijd en verwondert zich vervolgens over de lege plaatsen op de tribune.