Leraar heeft 'bijna zin om te matten'

DEN HAAG, 6 nov. 'Mijn natuurkunde-proef gaat vanmiddag niet door. Gaaf.' Mattijs uit de tweede klas van het Haags Montessori Lyceum heeft veel begrip voor de stakingsactie van een aantal jonge leerkrachten van zijn school.

Het velletje dat de actievoerders hebben uitgedeeld aan leerlingen en hun ouders om hun actie voor salarisverbetering toe te lichten hoeft hij eigenlijk nauwelijks te lezen. 'Het is toch raar dat als je jonger bent en minder dan vijf jaar werkt, dat je dan veel minder geld krijgt?'

De stakingsactie die zes leraren van het Haags Montessori Lyceum vandaag met een nog onbekend aantal andere leerkrachten in het land voeren voor een hoger salaris, kan onder collega's op brede steun rekenen. Oudere leraren die niet meedoen storten spontaan geld in een stakingskas, voor het geval het loon van de actievoerende leerkrachten wordt ingehouden. Anderen gaan mee met de zes om op het Binnenhof te demonstreren. Schoolleider Nieuwenhuis is bereid eventueel boze telefoontjes op te vangen van ouders die hun kind eerder hebben zien thuiskomen dan anders.

Temidden van deze harmonie licht leraar aardrijkskunde Otto de Loor de actie van vandaag toe. Nee, het is helemaal niet vreemd dat leerkrachten die twee weken geleden door het ministerie een salarisverhoging in het vooruitzicht is gesteld, vandaag toch staken. De achterstand van enkele honderden guldens die deze leerkrachten sinds 1985 vergeleken met hun collega's hebben opgelopen is bij lange na niet weggewerkt door het convenant dat ministerie en bonden twee weken geleden sloten. De Tweede Kamer, die vandaag de begroting van onderwijs behandelt, moet daar nog maar eens goed van doordrongen worden, aldus De Loor.

Neem zijn eigen geval. Door het convenant zal deze tweede-graads leraar, die volgens de officiele tabellen zo'n 3.500 gulden bruto verdient, er straks maandelijks ongeveer vier tientjes bij krijgen. Maar hij ontvangt al met al per maand ongeveer vierhonderd gulden minder dan collega's die net als hij ook aan eindexamenklassen les geven en ongeveer evenveel ervaring hebben.

De Loor, zelf geen bondslid, voelt zich eigenlijk voor de tweede keer verraden door de onderwijsbonden. In 1985 hielden die alleen rekening met de leraren die al een baan hadden door met Deetman overeen te komen op de salarissen van toekomstige leraren te bezuinigen en de ouderen te sparen.

In het convenant van twee weken geleden is volgens De Loor opnieuw de oudere leerkracht gespaard met mogelijkheden van opfrisverlof, taakverlichting voor directeuren en dergelijke. Zijn opwinding over het gedrag van de onderwijsvakbonden is dan ook groot. 'Als ik zie hoe de bonden met onze belangen omspringen, heb ik bijna zin om te gaan matten.'

In het convenant is ook geld vrijgemaakt voor een betere begeleiding van stagiaires en beginnende leerkrachten, maar dat maakt de woede van De Loor er niet minder op. 'Het is een verkeerd politiek signaal voor studenten die moeten kiezen of ze het onderwijs in willen. Voor hen telt veel meer of ze een goed salaris ontvangen dan of ze straks goed begeleid worden. De aantrekkelijkheid van het leraarsberoep is er niet groter op geworden.'

Tijdens de bijeenkomst afgelopen zaterdag in Utrecht van zo'n 250 jonge leraren met politici en vertegenwoordigers van de bonden bleken de laatsten niet bereid hun overeenkomst open te breken. Toch voelen De Loor en de zijnen zich niet in de kou staan. Ze hebben vooralsnog hun hoop gevestigd op de PvdA. Die is verdeeld, weet hij, en zou het uit coalitieoverwegingen niet aandurven de jonge leerkrachten tegemoet te komen. Mocht het politieke front toch niet breken 'dan kunnen we altijd nog zelf een bond worden' zoals H. Verweij, voorman van de jonge leraren, het zaterdag zei.

    • Kees Versteegh