Laat beroemdheden optreden in programma's over incest

Redacteur Wim Kohler deelt de mening van degenen die vinden dat de programma's over incest 'Praten kan je helpen' niet als schooltelevisie moeten worden uitgezonden (NRC Handelsblad van 1 november). Het is echter de vraag of er een verschil is tussen programma's over incest of over seksueel misbruik buiten het gezin.

Ik heb alleen nog maar de uitzending voor de kleuters gezien. In dat programma gaat het vooral erom de kinderen weerbaar te maken door hen te laten bewustworden van 'mmmm'- en 'brrrah'-gevoelens, van giechel- en pas-op-geheimpjes. Seksueel misbruik wordt uitgebeeld door de beer te vragen zijn piemel te laten zien. Vertalen kleuters dat als incest? Ik betwijfel het.

Incestslachtoffers zijn afhankelijk van het gezin waarin zij leven. Daardoor kunnen zij worden misbruikt. Kohler heeft waarschijnlijk gelijk dat jonge slachtoffers van incest in het gezin zo weerloos zijn geworden dat nauwelijks effect is te verwachten van dergelijke televisieprogramma's. Hij vraagt zich af of niet beter daders kunnen worden aangesproken.

Sedert enkele jaren behandel ik incestplegers. Als antwoord op de vraag wat zij van tv-programma's over incest vonden in de periode dat zij incest pleegden, vertellen ze niet te hebben gekeken, of die verbeelde situaties niet op hen van toepassing te hebben geacht. Door de beelden in hun gedachten te vervormen konden zij hun wangedrag blijven legitimeren.

Op de vraag welk soort programma's hen van het plegen van incest had kunnen afhouden blijven zij in eerste instantie het antwoord schuldig. Pas nadat hun in de loop van de behandeling duidelijk is geworden welke gevoelens van eenzaamheid, angst, boosheid, kwetsuren, verlangens naar troost en bescherming in hun fantasie worden verseksualiseerd, geven de plegers aan dat herkenning van deze emoties bij iemand anders hen had kunnen beschermen. Maar dat had al in de puberteitsjaren moeten gebeuren.

In enkele plaatsen in Amerika worden op de middelbare school video's getoond over seksualiteit en seksueel geweld door de pubers. De voorlopige conclusie hiervan voor de preventie van seksueel geweld in de puberteitsjaren is positief. Maar misschien moeten we er nog eerder bij zijn, als we seksueel misbruik willen voorkomen.

Niet elk jongetje dat seksueel misbruikt is, wordt later een pleger. Maar het percentage onder de zedendelinquenten dat zelf is misbruikt is aanzienlijk hoger dan gemiddeld bij mannen het geval is. Het is echter de vraag welke signalen op seksueel misbruik van jongens wijzen, waardoor moeilijk is te bepalen welke jongens benaderd moeten worden.

De Amerikaanse psychologe Gilgun heeft aangetoond dat twee factoren jongens kunnen beschermen tegen seksueel misbruik en tegen het agressief verseksualiseren van onaangename gevoelens: een positieve seksualiteitsbeleving en de mogelijkheid emoties te delen met een ander. Daarnaast lijkt van belang dat jongens minder socialiseren tot macho-mannen. Maar welke schooltelevisie kan op tegen de in dit opzicht befaamde filmsterren?

Daarom lijkt het mij een uitdaging televisiesterren en bekende sportlieden te vragen mee te werken aan een educatief programma waarvan de twee door Gilgun aangetoonde factoren een belangrijk onderdeel uitmaken. Als ik de door mij behandelde plegers van incest goed versta, kan een dergelijke tv-uitzending een groot deel van het seksueel misbruik binnen en buiten het gezin voorkomen. Dat kan gewoon op de televisie zodat onderwijzers ook niet in een loyaliteitsconflict komen waar ze niet voor zijn opgeleid.