Groeiende kloof in Indiase samenleving

NEW DELHI, 6 nov. De 'Qutub Minar' is een van de belangrijkste toeristische trekpleisters van New Delhi. Het is een grote minaret die dateert uit de dertiende eeuw met prachtige gebeeldhouwde kalligrafie op de ronde muren van rode zandsteen. Naast de minaret is een grote binnenplaats van een vervallen moskee, waarvan de muren zijn gebouwd met stenen van oude hindoe-tempels.

Het is niet moeilijk om de herkomst te raden, omdat veel van de stenen sculpturen van goden en godinnen, dieren uit de hindoeistische mythologie en heilige planten en bomen zijn. Het gelaat van de goden is weggehakt een aanwijzing dat de moslims de goden hier niet heen hebben gebracht om ze te aanbidden, maar omdat zij de stenen wilden gebruiken.

Toen de moslims aan het begin van het tweede millennium het Indiase subcontinent binnenvielen, kwamen zij, net als de Europeanen na hen, met het zwaard in de ene hand en hun Heilige Boek in de andere. Zij veroverden niet alleen het land maar ook de geest van het volk, door hen tot bekering te dwingen en door de vernietiging van wat zij beschouwden als de symbolen van een heidense godsdienst. Duizenden tempels werden tot puin geslagen of gebruikt als bouwmateriaal voor moskeeen zoals in Qutub, vlakbij Delhi.

In tegenstelling tot absolutistische godsdiensten als de islam en het christendom verwerpt het hindoeisme andere godsdiensten niet. 'Er is een God, alleen geven de mensen hem een verschillende naam', zegt de oude hindoetekst Rigveda. Die zinsnede heeft gediend als richtlijn voor de hindoes en hen in staat gesteld om religieuze invloeden van buitenaf op te nemen in plaats van deze te bestrijden. Mevrouw Thapar, een huisvrouw in Delhi en een vrome hindoe, bezoekt op haar jaarlijkse reis door Noord-India ook de moslim-bedevaartplaatsen. 'Ik weet dat Bahraich en Ajmer islamitische heiligdommen zijn, maar omdat ze heilig voor moslims zijn, zijn ze ook heilig voor mij.'

Bekering

Conflicten tussen hindoes en moslims ontstonden niet zo zeer door de weerstand van de hindoes tegen de islam als religie. Maar in de praktijk bekeerden vooral veel hindoes uit de lagere kaste of de kasteloze hindoes zich tot de islam, die verlossing beloofde van het strenge kastenstelsel. De islam werd daardoor beschouwd als een bedreiging van de fundamentele filosofie van het stelsel, dat religieuze en sociale factoren als een beschouwt.

Onder het koloniale bewind hebben de Britten, in overeenstemming met hun verdeel-en-heers-politiek, ingespeeld op deze verschillen. Ze moedigden de oprichting van de Moslim Liga aan om de opkomst van de secularistische Congrespartij in toom te houden. Ook stimuleerden zij de instelling van een afzonderlijk electoraat voor moslims en hindoes later de grondslag voor het idee van een afzonderlijke staat voor de moslims, Pakistan.

'De deling van India volgens religieuze criteria en de miljoenen doden die bij deze migratie in 1947 vielen, vormen veruit de belangrijkste factor bij de communale spanningen in India', zegt M. L. Sondhi, een professor aan de universiteit van New Delhi. 'Het was een schande voor de hindoes die altijd trots waren geweest op hun gastvrijheid ten opzichte van allerlei religieuze uitingsvormen.'

Maar het zou ook een last worden voor de moslims die achterbleven in het onafhankelijke India. Pakistan werd het thuis voor de moslims in de provincies waar zij behalve in Kashmir en Hyderabad een meerderheid hadden. Maar daar waar de moslims in de minderheid waren, voelden zij zich steeds meer in een isolement. Terwijl families van hoge komaf en de middenklasse uit de steden Delhi, Bombay en Lucknow zich in Karachi en Lahore vestigden, bleven de arme islamitische boeren waar zij waren. Deze beide factoren hebben geleid tot een cultureel isolement en een sociale teruggang en zij vormen een verklaring voor het gevoel van frustratie en de economische achteruitgang van de islamitische gemeenschap in India, die zijn uitdrukking vindt in criminaliteit de onderwereld van Bombay wordt beheerst door moslims en religieus fundamentalisme.

Oliedollars

De combinatie van fundamentalisme en de toestroom van oliedollars leidde in het begin van de jaren tachtig tot een golf van massabekering tot de islam van hindoes uit de lage kasten. Toen de stad Meenakshipuram in de zuidelijke deelstaat Tamil Nadu zich in februari 1981 bekeerde, braken in het hele land rellen uit tussen moslims en hindoes, omdat beide gemeenschappen zich bedreigd voelden.

Hoewel de hindoes de moslims in aantal ver overtreffen (naar schatting 750 miljoen hindoes en 100 miljoen moslims) ontstond door de massabekering en de enorme bevolkingsgroei van de moslims bij de hindoes het irrationele idee dat er snel meer moslims dan hindoes zouden zijn. Een week geleden citeerde iemand in Lucknow een islamitisch vers voor me: 'Hindoes hebben dan misschien vijf kinderen, maar wij met onze vijf vrouwen zullen er 25 hebben.'

In de ogen van vele hindoes is deze bedreiging vergroot door het seculiere beleid van de regering. De architecten van de Indiase grondwet die hun seculiere uitgangspunten wilden bewijzen tegenover de theocratische staat Pakistan, hebben de traditionele waarden van de hindoes geen deel gemaakt van dit fundamentele document, terwijl aan de minderheden een brede constitutionele bescherming werd gegeven.

Uit angst dat de hindoe-cultuur de minderheden zou opslokken, werden bepalingen opgenomen die een garantie vormden voor hun identiteit. Deze voorrechten werden niet aan de hindoes verleend. Dit versterkte het gevoel van scheiding, met name onder de moslims.

De bedoeling van de grondwet was dat het land meer seculier zou worden waarbij de rol van de godsdienst naar de prive-sfeer zou worden teruggedrongen. In plaats daarvan werd de maatschappij openlijker gescheiden naar godsdienst.

Tegelijkertijd werd van de hindoe-meerderheid verwacht dat zij seculier bleef en vermeed uitdrukking te geven aan haar culturele identiteit om de minderheidsgroepen niet te kwetsen. 'De moslims kunnen hun eigen onderdrukkende wetten hebben ten opzichte van vrouwen, en als je dat accepteert dan heet dat secularisme', zegt Jaswant Singh, 'maar als de hindoes een ceremonie houden waarbij zij een kokosnoot breken worden zij 'communalisten' genoemd.'

Keurslijf

Jaswant Singh hoort bij de gematigde vleugel van de Bharatiya Janata Partij (BJP) die in het midden van de jaren tachtig zijn secularistische uitgangspunten begon te verlaten en inspeelde op een groeiend gevoel van frustratie bij een groot deel van de hindoes. Na zeshonderd jaar van moslim-onderdrukking en 250 jaar Brits-christelijke overheersing, zo redeneerden veel hindoes, heeft de onafhankelijkheid niets meer gebracht dan een keurslijf van Westerse concepten als het secularisme.

'Secularisme betekent feitelijk het gebrek aan betekenis van godsdienst in een maatschappij. Het is fundamenteel a-religieus. Hoe kun je dat toepassen in de Indiase maatschappij, waarin religie zo'n belangrijke rol speelt? Als je religie uitsluit en de deur dichtspijkert met zulke concepten, zal het alleen maar door de achterdeur terugkomen en zijn slechte gezicht laten zien', aldus Madhuri Sondhi, de vrouw van een BJP-politicus.

Dat slechte gezicht kwam tevoorschijn bij het conflict over de Babar-moskee in Ayodhya. Het was een moslim-moskee, waarin de hindoegod Ram pas sinds veertig jaar werd aanbeden. Maar de politici maakten er een symbool van voor de strijd tussen 'Hindutva' een land gebaseerd op hindoe-waarden en het secularisme, een maatschappij waarin alle gemeenschappen naast elkaar moeten leven.

L. K. Advani, de voorzitter van de BJP en belangrijkste strateeg van de herorientatie van de partij op hindoe-sentimenten, slaagde erin de Babarmoskee die symboolfunctie te geven met zijn pelgrimstocht naar Ayodhya, en met de leus 'Ram bhakti, lok shakti' de liefde voor Ram zal macht brengen aan het volk.

Tegelijkertijd heeft premier V. P. Singh met alle politiemacht die het land heeft, het seculiere concept opgelegd. Terwijl Advani en zijn dwepers van de 'Vishwa Hindu Parishad' het angstige gevoel van de moslims hebben versterkt dat ze omsingeld zijn, heeft Singh de zoektocht naar een nieuwe culturele identiteit van de hindoe-meerderheid volledig genegeerd. Het resultaat is een groeiende kloof tussen de twee gemeenschappen, meer dan tweehonderd doden en de val van de regering waardoor althans voorlopig geen van de beide partijen nog de rol kan spelen die ze hadden kunnen spelen tijdens hun kortstondige bondgenootschap.