Gezinstherapeute Else-Marie van den Eerenbeemt: 'Een vader isnooit alleen dader, het kind nooit alleen slachtoffer'

'De kinderen bleven op een gegeven moment allemaal weg, hoewel ze erg dol op de spijbelmoeder waren. Ze kregen het gevoel hun echte ouders te verraden. Uiteindelijk kiezen ze voor hun diepste trouw en niet voor zoiets voorbijgaands als de school.'

Als Troje in lichterlaaie staat ontvlucht een van zijn helden, Aeneas, de stad. Zijn oude vader Anchises dreigt achter te blijven. Hij is door de goden met kreupelheid en blindheid geslagen, de straf voor zijn liefdesrelatie met Venus waarop hij zich, tegen een uitdrukkelijk goddelijk verbod in, openlijk had beroemd. Aeneas leent echter zijn schouders aan zijn verdoemde vader en torst hem op eigen kracht mee, weg van de brandende stad.

Het verhaal is voor de Amsterdamse gezinstherapeute Else-Marie van den Eerenbeemt een favoriet klassiek thema. In het gedrag van Aeneas ziet zij de kern terug van haar praktijkervaringen: kinderen zijn altijd loyaal tegenover hun ouders, hoe 'slecht' die ook zijn. Alle welzijnswerkers die zich in de loop der tijd rond het wankelend gezinsleven hebben verzameld, zullen deze loyaliteit moeten respecteren. Anders zal hun hulpverlening, hoe goed bedoeld ook, onherroepelijk falen, zo luidt haar boodschap.

Vijftien jaar lang biedt Van den Eerenbeemt, moeder van twee kinderen, in haar particuliere praktijk aan de Amsterdamse Prinsengracht hulp aan onder anderen kinderen van gescheiden ouders. Haar ervaringen gebruikt ze in onder andere in de colleges die ze als docente gezinsbehandeling aan de Hogeschool van Amsterdam enkele dagen per week geeft aan de hulpverleners van straks.

De voorbeelden uit haar praktijk die het overheersend belang van de band tussen ouder en kind aantonen, zijn legio. Van den Eerenbeemt: ' Het kind is altijd uit op het helen van breuken. Spijbelen op school bijvoorbeeld blijkt soms te zijn bedoeld als een poging ruziende ouders bij elkaar te brengen in de zorg om hun zoon of dochter. Zo hoopt het kind zijn beide ouders zover te krijgen dat ze elkaar op een ouderavond ontmoeten.'

De loyaliteit jegens de ouders wordt schadelijk wanneer het kind een opeenstapeling van verantwoordelijkheden krijgt die niet bij zijn leeftijd horen. Het kind moet oordelen over de problemen van ouders, bij een breuk wennen aan nieuwe partners in huis, delen in geheimen van vader of moeder. Van den Eerenbeemt: ' Je hoort wel eens zeggen: 'Mijn kind is mijn beste vriendin'. Dat is een misvatting. Het kind wordt zo ver boven zijn leeftijd uitgetild, een volwassene in een kinderlichaam. Ik kreeg een moeder bij me die in alle ernst vertelde: 'Ik heb gewacht totdat mijn kind zei dat ik maar moest scheiden'. Zes jaar was dat kind!'

De spanningen van thuis ontladen zich vaak op school in de vorm van pesten en kinderachtig gedrag. Van den Eerenbeemt beschouwt het als een soort compensatie. ' De levensfeiten kunnen zelfs zo onrechtvaardig worden dat je het de wereld betaald wilt zetten wat jou is aangedaan. Het gedrag buiten het gezin kan dan destructief worden: je zet het de wereld betaald, omdat je het je eigen ouders niet betaald wilt zetten.'

Leerlingbegeleiders

Dat problematisch gedrag op school vaak is terug te voeren op problemen thuis is voor de meeste leraren oud nieuws. De groei van het aantal kinderen van gescheiden ouders tegenwoordig een op de vier ging niet onopgemerkt aan het onderwijs voorbij. De laatste vijftien jaar zijn steeds meer scholen ertoe overgegaan speciale leerlingbegeleiders of vertrouwenspersonen aan te stellen waar kinderen met problemen terecht kunnen. Zestig procent van de scholen in het voortgezet onderwijs kent inmiddels dergelijke hulpverleners die naast dit werk veelal ook 'gewoon' lesgeven.

Leerkrachten die altijd hadden gedacht dat je op school kwam om te leren, zagen met enig afgrijzen hun instituut uitgroeien tot een verzorgingsstaat in het klein.

Van den Eerenbeemt kan zich zo'n reactie voorstellen. Niettemin acht de therapeute enige hulpverlening op school onvermijdelijk. Deze ontwikkeling valt hoogstens bij te sturen, niet terug te draaien. ' De druk op het kerngezin met man, vrouw en twee kinderen is zwaar, doordat de verwachtingen jegens elkaar zo groot zijn. Ouders moeten voor alles staan: niet alleen een goede vader of moeder zijn, maar ook goede minnaars, goede vrienden en goede kinderen voor hun ouders. Dat valt niet altijd op alle gebieden waar te maken. In de groot-familie konden de lusten en lasten over meer mensen verdeeld worden. Maar de tijd dat grootouders een controlerende of ondersteunende taak bij de opvoeding hadden is definitief voorbij.'

Signalen dat het misgaat in het gezin worden vaak het eerst op school opgevangen. De school ontkomt niet aan haar rol als eerste hulppost, aldus Van den Eerenbeemt. Behandelen kan ze echter niet. Daarvoor moet de school doorverwijzen naar andere instanties. Dat de school dat moeilijk valt, gezien de vaak lange wachtlijsten van de meeste jeugdhulpverleningsinstanties, kan Van den Eerenbeemt zich levendig voorstellen.

Naast het gevaar om toch voor therapeut te willen spelen, wacht voor de school de valkuil van de loyaliteit tussen ouder en kind. Van den Eerenbeemt: ' Kinderen accepteren het niet als iemand van buiten zich als de betere vader of moeder voordoet. De toon wordt soms: 'Ik ben zo bezorgd om je. Als je moeder dat nou es deed wat we hier doen, dan hadden we hier geen problemen'. Ik heb gehoord van een project in Den Haag waar dat gebeurde, waar ze spijbelaars opvingen met een spijbelmoeder. De kinderen bleven op een gegeven moment allemaal weg, hoewel ze erg dol op d'r waren. Ze kregen het gevoel hun echte ouders te verraden. Uiteindelijk kiezen ze voor hun diepste trouw en niet voor een voorbijganger zoals de school.'

De voor de hand liggende neiging goed te willen doen en partij te kiezen voor het kind vindt dikwijls z'n oorsprong in de gezinsherkomst van de hulpverlener zelf. Van den Eerenbeemt: ' Al tien jaar laat ik mijn studenten de feiten van drie generaties binnen hun eigen familie nagaan: de sociaal-economische, de culturele en religieuze feiten, de breuken, de plaats in het eigen gezin. Wat blijkt? Veel van die aankomende hulpverleners hadden vroeger al de rol van vertrouweling, steun en toeverlaat voor moeder, hulp voor het kleine broertje. Ze maken van die kwaliteit nu hun vak. Dat is prima. Maar ze moeten zich wel realiseren dat ze in hun zoeken naar erkenning vaak teveel partij kiezen.'

Ook de neiging om bij het vermoeden van incest het kind af te schermen van het gezin kan contra-productief werken, soms zelfs schadelijk. Dikwijls kan het niet anders dan dat vader en kind in elk geval een tijd uit elkaar gaan, aldus Van den Eerenbeemt. Maar, hoe moeilijk ook, de deur moet altijd wel op een kier blijven staan, vindt zij. ' Een vader is nooit alleen dader, het kind nooit alleen slachtoffer. Het kind is vaak de spil waar het hele gezin om draait. Verstoken van de mogelijkheid te kunnen geven, drijft het weg, van pleeggezin naar tehuis. Een breuk met de ouders is uiteindelijk nooit een bevrijding. Vroeger hebben we daar anders over gedacht.'

Rolschaatsen

Een bijkomend nadeel van het enkel en alleen partij kiezen voor het kind is volgens Van den Eerenbeemt dat het ouders in oppositie brengt tegenover de school. Die neiging bestaat toch al bij veel vaders en moeders, hield ze ongeveer 500 leerlingbegeleiders voor tijdens een voordracht in maart van dit jaar. Carmiggelt heeft er in een van zijn Kronkels mooi over geschreven, vertelde ze toen. ' Vader komt bij het hoofd van de school van zijn zoontje. De onderwijzer heeft niet anders dan slechte berichten over zoon Hans: Nee, niet achterbaks, maar wel hoogmoedig, geen hoogvlieger, lacht niet om de grapjes van de onderwijzer omdat hij ze niet geestig vindt. Kortom, de mentaliteit van Hans deugt niet. 'Hij heeft de pest aan 'm', dacht de vader en zijn hart werd warm van redeloze liefde... ..'Het liefst zou ik hem nu op zijn gezicht timmeren. Maar dat kan niet. Daar zou Hans voor moeten opdraaien'. De vader gaat naar huis en koopt de door Hans felbegeerde rolschaatsen.'

De lijst van de Amsterdamse therapeute hoe het allemaal niet moet is lang. Maar wat dan wel de juiste aanpak is? Haar advies beschrijft eerder een houding dan een concrete aanpak. ' Ik hoop dat de schoolleiding onderzoekt of dat kind thuis niet een hele zware kar te trekken heeft. Of spijbelen bijvoorbeeld niet een daad tegenover de ouders is. Ze hoeven niet allemaal meteen op huisbezoek te gaan. Maar het zou mooi zijn als de leerlingbegeleider een soort gevoeligheid ontwikkelde voor de situatie thuis waarin het kind verkeert.

' Verder kan een school bakens voor een kind bieden tijdens moeilijkheden in het gezin. Het mooiste is als iemand op school het kind een tijdje bij de hand kan nemen.'

De zeer omzichtige, professionele houding die Van den Eerenbeemt aanbeveelt, zal de scholen zwaar vallen. Zijn die paar cursussen leerlingbegeleiding ooit voldoende om verstandig met beladen kwesties als incest te kunnen omgaan? ' De school kan het niet alleen aan', zegt van den Eerenbeemt, ' De schoolleiding zou samen met instellingen van jeugdhulpverlening scenario's moeten ontwikkelen welke aanpak bij welk geval hoort. In de VS heb je al van die gemeenschappelijke teams die goed functioneren.'

Maar dan nog is de vraag of een geduldige 'objectieve aanpak' wel mogelijk is in de gemeenschap van een school die er bepaalde normen en waarden op na houdt. Van den Eerenbeemt acht de band met de vader of moeder echter een existentieel gegeven dat voor de katholieke en joodse school gelijk is. ' Je hoeft als leraar je moraal niet aan de kant te zetten of alles maar te laten voortduren. Maar zo'n kind komt hulp zoeken, niet zijn ouders aangeven. Betrek die ouders waar mogelijk bij je hulp, of mobiliseer anderen in de omgeving die zijn te vertrouwen, een nieuwe partner, een buurvrouw desnoods. Dat laatste is overigens altijd moeilijker, omdat hun belangen bij het kind minder groot zijn.'

Van den Eerenbeemt beseft dat ze niet de enige is die met goed bedoelde adviezen voor de school komt. Inmiddels zijn ook allerlei preventie-werkers op de school neergestreken om de kinderen te doordringen van de gevaren van drugs, alcohol, incest of seksuele mishandeling.

Vorige week nog begon de Nederlandse Onderwijs Televisie met een serie die kinderen weerbaar moet maken tegen incest. Van den Eerenbeemt heeft de serie nog niet gezien. De lakmoesproef die elk voorlichtingsmateriaal op dit vlak volgens haar echter moet ondergaan is of het materiaal al dan niet het gevoel geeft dat de ouders in diskrediet worden gebracht. Wanneer dat wel of niet het geval is, is moeilijk in het abstracte aan te geven. Voor elk schoolteam ligt dat weer anders.

Met haar pleidooi voor respect voor de band tussen ouders en kinderen heeft Van den Eerenbeemt haar tijd mee. De anti-hulpverlenerstaal die in haar woorden doorklinkt doet het tegenwoordig goed. Van den Eerenbeemt voelt zich toch niet thuis bij cultuurconservatieven: ' Op mijn voordrachten of mijn stukken in Libelle krijg ik soms reacties van mensen die denken dat we dus maar beter met z'n allen terug kunnen naar het gezin. Dan hebben ze me verkeerd begrepen. Welk gezin dan? Dat van man, vrouw en twee kinderen dat het vaak niet redt? Waarden als betrouwbaarheid en betrokkenheid, die zijn veel belangrijker.'