Een saxofoon is zeker geen in de watten gelegde klarinet

Morgen beginnen in Rotterdam de Saxofoondagen. In concerten, masterclasses en lezingen wordt herdacht dat de Belgische instrumentenbouwer Adolphe Sax 150 jaar geleden begon met de ontwikkeling van zijn instrument. Een gesprek met saxofonist Arno Bornkamp.

'Toen ik een jaar of tien was, begon ik op de muziekschool met klarinet. Het was geen bewuste keuze. Ik had last van een astmatische bronchitis en daarom adviseerde men mij een blaasinstrument. Langzamerhand merkte ik dat dit instrument niet paste bij wat ik wilde. Op oude opnamen uit die tijd speel ik met veel vibrato. Dat duidde al in de richting van de saxofoon.'

Niet lang daarna koos Arno Bornkamp inderdaad voor de saxofoon: de tenorsax, uit bewondering voor jazz-saxofonist Stan Getz. Musiceren was op dat moment een hobby, Bornkamp dacht er geen moment over beroepsmuzikant te worden. Pas toen de studie sociale geografie tegenviel besloot hij, in 1979, naar het Sweel inck Conservatorium in Amsterdam te gaan, waar hij bij Ed Bogaard studeerde. Daarna ging het snel. In 1982 debuteerde hij in Rome, met het Concertino di camera van Jacques Ibert, volgens Bornkamp een van de hoogtepunten uit de 'klassieke' saxofoon-literatuur. Inmiddels heeft hij een groot deel van het repertoire gespeeld, waaronder de premiere van Concertino van Hans Kox en van een saxofoonconcert van Simon Burgers.

In 1988 behaalde Bornkamp cum laude zijn diploma in Amsterdam en sindsdien studeert hij voor de Nederlandse Muziekprijs. Met het Aurelia Saxofoon Kwartet speelde hij nieuw werk dat componisten in opdracht schreven en maakte hij twee cd's met speciaal voor het ensemble bewerkte muziek, een derde verschijnt binnenkort. Met pianist Ivo Janssen nam hij muziek op van onder anderen Hindemith, Charpentier en Denisov.

Een probleem voor saxofonisten is het beperkte repertoire. Veel muziek is bovendien geschreven door componisten als Paul Creston, Florent Schmitt en Alfred Desenclos mooie muziek, maar niet direct bekende namen.

Bornkamp: 'Soms kan ik heel jaloers zijn op klarinettisten, met hun sonates van Brahms en het Klarinetconcert van Mozart. Maar jaloezie heeft geen zin. Ik kan beter repertoire dat er wel is verdedigen door het goed uit te voeren. Bovendien spelen we met het Aurelia Kwartet bewerkingen, zoals van de strijkkwartetten van Ravel en Debussy, waarin we ons kunnen meten met bekender repertoire.'

Niet ieder stuk laat zich bewerken. Mozarts Klarinetconcert op een saxofoon kan Bornkamp zich niet voorstellen, omdat de saxofoonklank volgens hem niet past bij het klassieke, het apollinische van Mozart. Brahms' Tweede klarinetsonate kan wel; de eerste heeft hij ook geprobeerd, maar die ging niet. Toch hebben klarinet en saxofoon een duidelijke relatie: het mondstuk is hetzelfde. Het verschil in klank ontstaat onder meer door de conische vorm van de saxofoon (een uitlopende trechter) tegenover een rechte, cilindrische klarinet.

Een beschrijving van de saxofoonklank als een in de watten gelegde klarinet wijst Bornkamp af: 'Het scala aan kleuren van de saxofoon is groot. Je kunt ook heel scherp en agressief spelen. Zelf hou ik van sensualiteit en lyriek. En ik kan genieten van het etherische bij het spelen van lijnen in de hogere klankregionen, en van de mogelijkheid om op een adem een heel andere kleur aan een toon te geven.

'Sommige verschillen met de klarinet zijn niet alleen te verklaren uit de klank, maar uit de traditie waarin het spel zich heeft ontwikkeld. Het stoere geluid van de klarinet die boven het orkest moet uitkomen, biedt weinig gelegenheid tot kleuring en expressie. Overigens zie je daarin nu een kentering. George Pieterson, klarinettist van het Concertgebouworkest, kan heel intens spelen, soms zelfs met een licht vibrato.'

Een belangrijk onderdeel van de Nederlandse Muziekprijs is voor Bornkamp het leggen van contacten met componisten van wie hij muziek uitvoert. Zo speelde hij onder meer voor bij Stockhausen en Berio; twee totaal verschillende ervaringen. Bornkamp: 'Stockhausen eiste dat ik zijn muziek uit het hoofd speelde. Zo wordt de grote klassieke literatuur uitgevoerd, zo moet ook zijn werk gespeeld. Hij wil dat je iedere noot honderd keer omdraait, voor je hem speelt. Berio werkte alleen in het begin gedetailleerd. Daarna liet hij mij steeds meer mijn gang gaan. Hij is meer geinteresseerd in het grote gebaar.'

De saxofoon is tegenwoordig in de mode misschien, volgens Bornkamp, omdat het een symbool is voor een vrije manier van musiceren. Bornkamp: 'Saxofonisten willen altijd aan de weg timmeren. Ze kunnen niet terugvallen op een vaste aanstelling bij een orkest. Ze hebben nog een wereld te veroveren.'

Kwartetavond van de Saxofoondagen met o.a. het Aurelia Saxofoon Kwartet op 9/11 in het Rotterdams Conservatorium. Bornkamp speelt met het Nederlands Blazers Ensemble op 13/11 in Paradiso, Amsterdam.