De dijken liggen politiek verankerd

De artikelen 'Meidoorns in het water en Varik bij tegenlicht' uit het Cultureel Supplement van 26 oktober en 'De eeuwige strijd tegen water' op de opiniepagina van 29 oktober, respectievelijk naar aanleiding van en ontleend aan een pamflet tegen de rivierdijkversterkingen, hebben in mij beurtelings gevoelens van verbazing en teleurstelling opgeroepen. Verbazing over zoveel onjuiste beweringen in een gerenommeerd blad en teleurstelling over het feit, dat het na zoveel jaren kennelijk nog steeds niet gelukt is de nuanceringen van de aanpak en de uitvoering van de dijkversterkingen over het voetlicht te brengen.

Wat zijn de feiten?

Sinds mensenheugenis is de strijd van ons land tegen overstromingen diep geworteld in onze volksaard en politiek sterk verankerd. Waterstaatsingenieurs in dienst van het rijk, de provincie of de waterschappen worden opgeleid en in dienst gehouden om een wetenschappelijk verantwoorde onderbouwing van het beleid mogelijk te maken.

De keuze om onze dijken langs de kust en langs de rivieren te versterken is naar aanleiding van de stormramp in 1953 door de opeenvolgende regeringen gemaakt en bijna onbetwist in het parlement bevestigd. Ook de keuze van de norm (dat is de kans op een hoogwater, waarbij nog net veiligheid gegarandeerd kan worden) is zeker in het rivierengebied vastgesteld na een uitgebreide afweging, waarover een breed samengestelde commissie onder leiding van de Tilburgse burgemeester Becht in 1978 heeft geadviseerd. Ook daarover heeft de Tweede Kamer herhaaldelijk gesproken en in het door de minister gevoerde beleid bevestigd. De rol van de (rijks)waterstaatsingenieurs in deze fase is geweest het op een wetenschappelijk verantwoorde wijze zo goed mogelijk berekenen van de waterhoogte, die bij de politiek gekozen norm nog gekeerd moest worden: een deels statistische en deels waterloopkundige berekeningsmethode. De uitkomsten zijn toen die omstreeks 1984 nogal tegenvielen nog eens door een onafhankelijke externe club getoetst. En ook toen zijn de uitkomsten van die externe toetsing nog eens in het parlement bevestigd.

Aldus ligt politiek verankerd de beleidskeuze om de dijken tot de afgesproken hoogte te versterken. De uitvoering ligt vervolgens in handen van de waterschappen of polderdistricten, zoals waterschappen in het rivierengebied vaak heten. Politiek is ook afgesproken, dat het niet reeel is de waterschappen alleen voor de kosten te laten opdraaien: de minister van Verkeer en Waterstaat subsidieert de werken voor 80%.

Ook de uitvoering van de werken is met allerlei politieke waarborgen omgeven. Voordat een dijk versterkt kan worden moet het waterschap zorgen, dat er een verantwoord plan is. En dat verantwoord slaat niet alleen op de technische eisen van hoogte, sterkte en ondoorlatendheid, maar ook op de eisen van een zo goed mogelijke landschappelijke inpassing, waarbij de verworvenheden van het rivierenlandschap zo veel mogelijk gespaard worden. In alle provincies funktioneert daartoe een Provinciale Coordinatiecommissie Dijkversterkingen, waar de meeste conflicterende belangen vertegenwoordigd zijn.

Onder leiding van een gedeputeerde wordt in die commissies zo goed mogelijk nagegaan hoe zo weinig mogelijk schade kan worden aangericht, vaak tegen niet onaanzienlijke meerkosten. Het begrip 'uitgekiende ontwerpen' heeft in deze commissies bijzondere betekenis gekregen. In de hele procedure zijn ook hoorzittingen van de coordinatiecommissie ingebouwd, die belanghebbenden hoort. Dat bij de uiteindelijke afweging keuzen worden gemaakt is zonneklaar en dat die keuzen niet altijd iedereen gerieven is onvermijdelijk. Toch worden ook die keuzen (op provinciaal niveau) politiek verankerd, want het gekozen plan wordt voorzien van het advies van Gedeputeerde Staten aan de minister ter subsidiering voorgelegd.

Er zijn vast voorbeelden van plannen aan te wijzen, waarvan de maatschappelijke afweging niet de schoonheidsprijs verdient, maar dan hebben de deelnemers aan dat afwegingsproces hun rol niet goed gespeeld. Er zijn ook voorbeelden aan te wijzen zoals de dijkversterking in Sliedrecht met zijn dichte dijkbebouwing waar dankzij de inzet van onder anderen een aantal rijkswaterstaatsingenieurs veel creatieve oplossingen zijn bereikt, waardoor

ingreep in de dijkbebouwing tot een minimum is beperkt en toch de politiek afgesproken veiligheid is gewaarborgd.

Ik beperk me tot de feiten en laat de teneur van het artikel van Van der Velden voor wat het is; over de feiten als hierboven uiteengezet heeft hij met geen woord gerept. En die zijn wel van belang voor een goed begrip.