Bij Blotkamp nadruk op systematiek

Het Amsterdamse Museum Fodor heeft een tentoonstelling gewijd aan een nieuwe serie houtdrukken van Carel Blotkamp (1945). Ze bedekken een groot deel van de wanden van de tuinzaal en vormen in feite een grote, ruimtelijke grafiek-installatie. Eenentwintig keer is hier het woord BIS te lezen. De drie letters zijn steeds samengesteld uit tien onderdelen, zes rechthoeken en vier halve cirkels. De tien drukken samengevoegd zijn een afzonderlijk werk. Blotkamp heeft een voorliefde voor dit soort korte woordjes die een vage betekenis hebben; eerder koos hij bijvoorbeeld TOT en TAT als 'motief' voor een serie grafische bladen. Even belangrijk als de eventuele betekenis Blotkamp wil zich niet vastleggen op een betekenis is voor hem het beeld van deze woorden. Het BIS liet hij door Rento Brattinga in wisselende kleurstellingen afdrukken, varierend van grijstonen tot opvallende kleurencombinaties als rood en blauw, geel en paars, of groen, paars en rood. Het betreft 'irisdrukken', een techniek die het mogelijk maakt om kleuren in elkaar te laten vervloeien op zo'n manier dat een metalig glans-effect ontstaat. De kleuren vervloeien in verschillende richtingen: horizontaal, verticaal en diagonaal.

Als kunsthistoricus houdt Blotkamp, hoogleraar kunstgeschiedenis aan de VU, zich vooral bezig met de geschiedenis van de abstracte kunst. Van hem verschenen onder meer studies over De Stijl en Mondriaan. In de jaren zestig en zeventig engageerde hij zich met de koele abstracte kunst van bijvoorbeeld Peter Struycken en Ad Dekkers, over wie hij een monografie schreef, en de fundamentele schilderkunst van iemand als Rob van Koningsbruggen, wiens werk Blotkamp zeer hoogacht.

Het is niet gemakkelijk om het beeldende werk van Blotkamp los te zien van zijn kunsthistorische arbeid. Het verwondert ook niet dat hij zijn beelden opbouwt uit woorden, omdat de kunsthistoricus zich immers vooral middels de taal tot het kunstwerk verhoudt. Maar bovendien zijn de eigenschappen die de door hem bewonderde kunst kenmerken allemaal terug te vinden in zijn grafiek: de nadruk op methode en systematiek, de herhaling, die ook tot uitdrukking komt in de betekenis van het woord BIS en het formalisme.

Het werk van Blotkamp heeft, meer nog dan dat van de hier genoemde kunstenaars, een cerebraal karakter dat weinig ruimte laat voor het onverwachte. Terwijl bij Van Koningsbruggen het onverwachte een kans kreeg doordat het toeval een belangrijke rol speelde bij de tot standkoming van zijn 'geschoven' schilderijen waarvan er een te zien is op de presentatie van abstracte kunst uit de collectie van het Stedelijk Museum op de eerste verdieping van Fodor is bij Blotkamp het hele ontstaansproces streng geregisseerd. Dit geldt ook voor een serie houtdrukken waarmee hij een meer schilderkunstig effect beoogde en die geexposeerd wordt in de voorzaal van Fodor. Over de letters BIS werden grillige kleurvlekken aangebracht, die er ondanks hun grilligheid toch weer uiterst bestudeerd uitzien. Deze drukken zijn eerder een commentaar op het abstract expressionistische schilderen.

Uit de artikelen en boeken van Blotkamp blijkt steeds weer zijn grote liefde voor de systematische, abstracte kunst. Het lijkt mij onmogelijk, dat iemand die zoveel kennis heeft vergaard over de geschiedenis van de abstracte kunst en deze zo nauwkeurig heeft geanalyseerd, tevens in staat zou zijn om zelf scheppend bezig te zijn op dit gebied. Ik kan zijn grafiek niet anders zien dan als een illustratie bij zijn geschiedschrijving.