Bescheidenheid van korte duur

Wanneer ik in deze rubriek een kat de bel heb aangebonden, ben ik wel verplicht verslag te doen van de afloop van de zaak, ook al gaat dat op zeuren lijken. Daarom wil ik hier melding maken van een vraaggesprek dat twee redacteuren van Hervormd Nederland hebben gehad met de secretaris van de Raad van kerken in Nederland, ds. W. R. van der Zee.

Van der Zee had in HN van 25 augustus, onder de indruk van de verrassende ontwikkelingen in Oost- en Midden-Europa, Zuid-Afrika en het Midden-Oosten, geschreven dat kerkelijke uitspraken 'wel eens te veel gericht waren (geweest) op de dingen van de dag' en dat voor hem 'de les van de afgelopen tijd was bescheidener en terughoudender te zijn waar het gaat om de dingen van de dag'.

Daarop had ik, drie dagen later, in deze rubriek gevraagd in welke specifieke gevallen, volgens Van der Zee, de kerken 'te veel gericht waren (geweest) op de dingen van de dag', te weinig bescheiden en terughoudend waren geweest. In zijn antwoord van 3 september gaf Van der Zee die voorbeelden niet, en toen ik dit 'onvoldoende antwoord' op 7 september gesignaleerd had, bleef hij in zijn tweede antwoord (25 september) opnieuw in gebreke. Ik heb het er toen maar bij gelaten.

Maar nu hem in HN van 3 november dezelfde vragen worden gesteld, voel ik mij verplicht, ter afronding van het dossier, ook in deze krant, waarin de discussie over Van der Zees opmerkingen begonnen is, melding te maken van zijn antwoorden.

Eerst is hij nogal afwerend: 'Ik heb geen zin voorbeelden uit het verleden te geven. Wat heeft het voor zin de kerken achteraf af te vallen? We hebben ook wel uitspraken gedaan over stukken wetgeving en over een regeringsnota. Ik vind het vervelend daar concreet over te zijn, want dan moet je zeggen: hadden we dat nou zo moeten doen? En daar speel je anderen maar mee in de kaart. Concreter dan dit word ik niet.'

Van der Zee heeft dus A gezegd, maar wil geen B zeggen. En wat is dat voor vijanddenken dat hem doet zeggen dat je, door concreet te worden, anderen alleen maar in de kaart speelt? Dat is een argument dat je in communistische partijen nog wel eens hoorde: geen vuile was buiten hangen, daar speel je de klassevijand mee in de kaart. Maar in de kerken? Trouwens: wie zijn die 'anderen'?

Later lijkt hij toch iets concreter te gaan worden: 'Er is nu een periode afgesloten waarin we nogal op de koude oorlog en Zuid-Afrika waren gefixeerd. Als er ook maar enige beweging in die kwesties was, grepen we die aan om er iets over te zeggen. Nu blijkt dat we de ingrijpende gebeurtenissen niet hebben voorzien, stemt dat tot enige terughoudendheid en bescheidenheid.'

Kunnen we daaruit concluderen dat hij spijt heeft over die uitspraken? Nee, want 'ik sta voor honderd procent achter welke uitspraak van de Raad van kerken dan ook'. Het verwijt van te weinig terughoudendheid en bescheidenheid blijkt dan ook niet zozeer de inhoud van die uitspraken te gelden als wel de timing en het onderwerp: 'Wetende dat de dingen snel kunnen veranderen, zou je in de toekomst meer moeten ingaan op achterliggende vragen en op zaken die op de lange termijn spelen.' En in elk geval: 'Je moet je als kerk niet op bepaalde details vastleggen.'

Het is nog niet allemaal even duidelijk. Dus, bij voorbeeld, geen uitspraken tegen apartheid in Zuid-Afrika, maar wel tegen atoombewapening of uberhaupt bewapening in het algemeen? Niet tegen een aanval op Irak, maar wel tegen oplossingen door wapengeweld in het algemeen?

Er blijkt nog iets te zijn dat Van der Zee tot zijn bezinning heeft gebracht: 'Er was te weinig draagvlak voor die kerkelijke uitspraken. Wat een moeite hebben we niet gedaan om gemeenten en parochies het probleem van de armoede in Nederland duidelijk te maken. Hetzelfde kun je zeggen over de kernbewapening. De thema's bleken veel minder te leven dan bij de kerkleiding.'

Daarom: 'Moeten we niet een intensieve consultatie vooraf houden?' Dat lijkt redelijk, maar dan blijkt wat, volgens Van der Zee, 'de mensen niet altijd duidelijk is' dat 'als de kerkleiding spreekt ze dat doet tot gemeenten en parochies', niet namens hen. De thema's waarover de kerken zich uitspreken, zijn 'voor alles standpunten-in-discussie in gemeenten en parochies en niet het-laatste-woord-zonder-discussie'. Prachtig, maar hoe kun je nu intensieve consultatie vooraf hebben met mensen over een boodschap die je tot hen richt?

Als het gaat om boodschappen die de kerken tot de buitenwereld richten, lijkt consultatie vooraf binnen de kerken voor de hand te liggen, want zulke boodschappen kunnen slechts overtuigend zijn wanneer ze binnen de kerken een zo breed mogelijk draagvlak hebben. Maar boodschappen die slechts 'standpunten-in-discussie' zijn, moeten redelijkerwijs aan de consultatie vooraf gaan, niet omgekeerd.

Overigens hebben de kerken ook dat leren we van Van der Zee nog maar zelden bindende uitspraken gedaan: in 1980 heeft de Wereldraad van Kerken het racisme principieel afgewezen, en onlangs heeft hij oorlogvoering als politiek instrument verworpen. Dat zijn bindende uitspraken, die, als ik Van der Zee goed begrepen heb, niet uitsluitend tot gemeenten en parochies, maar tot de hele wereld gericht waren.

Overigens zullen, zegt Van der Zee, de kerken bij de Golfcrisis consequenties moeten trekken uit die uitspraak over de oorlogvoering. 'We beraden ons nu over een uitspraak hierover.' Dat is interessant, want nog op 3 september zei Van der Zee in deze krant dat zijn opmerking over meer terughoudendheid en bescheidenheid juist ingegeven was door de Golfcrisis: 'Met op de achtergrond de verrassende ontwikkelingen in Midden- en Oost-Europa dacht ik: we kunnen over de Golfcrisis alleen maar wat zeggen als we enig zicht hebben op de ontwikkelingen en als we een wezenlijke bijdrage kunnen leveren.'

Dat zicht heeft hij intussen blijkbaar en die bijdrage kan hij nu leveren, want tegen HN zegt hij nu 'dat Saddam Hoessein niet mag worden aangevallen'. De conclusie van het beraad waarmee de kerken bezig zijn, staat dus al vast na een periode van terughoudendheid en bescheidenheid die, als we uitgaan van het tijdstip van Van der Zees eerste uitspraak, twee maanden, en als we uitgaan van het begin van de Golfcrisis, drie maanden geduurd heeft.

    • J. L. Heldring
    • Dezer Dagen