Alders machteloos bij niet handhaven van milieuwetten

DEN HAAG, 6 nov. Minister Alders (milieu) kan, ondanks zijn bezwaren, maar weinig doen als de gemeenten en provincies door gebrek aan mensen en deskundigheid onvoldoende meewerken aan handhaving van de milieuwetten.

Dat zei de minister gisteren bij de behandeling van het handhavingshoofdstuk van het Nationaal Milieubeleidsplan in de Tweede Kamer. Ook minister Hirsch Ballin (justitie) en minister Dales (binnenlandse zaken) namen deel aan het overleg.

De Tweede Kamer had forse kritiek op het feit dat de overheid vaak een oogje toeknijpt als bedrijven de geldende milieuwetten overtreden. Maar CDA, PvdA, VVD en D66 waren eensgezind in hun opvattingen dat het op grote schaal oogluikend toestaan van milieu-overtredingen de geloofwaardigheid van politiek en bestuurders aantast.

Volgens Alders vormt 'handhaving' het centrale punt in het milieubeleidsplan en moeten daarvoor snel nieuwe samenwerkingsvormen tussen de overheden, justitie en politie op poten worden gezet. In 1994 zou die handhavingssamenwerking zijn beslag moeten krijgen.

Hoe pover het soms gesteld is met de naleving van milieuvoorschriften illustreerde de minister met een praktijkvoorbeeld uit Noord-Holland. Heel kort geleden was hem daar gebleken dat 80 procent van de hinderwetplichtige bedrijven niet in het bezit was van een hinderwetvergunning. Minister Hirsch Ballin voegde daaraan toe dat vooral in kleine gemeenten de vraag of voldaan wordt aan de hinderwet sterk afhankelijk is van de onderlinge sociale verhoudingen. Volgens een woordvoerder van Alders' ministerie is al langere tijd bekend dat landelijk gezien meer dan de helft van hinderwetplichtige bedrijven niet of onvoldoende aan de wettelijke verplichtingen voldoet. Er zou echter sprake zijn van een duidelijke vermindering van dit euvel.

Alle Tweede-Kamerfracties spraken zich gisteren uit voor striktere handhaving van het milieurecht en voor stopzetting van het veel voorkomende 'gedogen, horen, zien en zwijgen' door de overheid.

De PvdA-fractie vindt dat het milieubeleid staat of valt met de kwaliteit van de rechtshandhaving, maar signaleerde ook dat het milieurecht het karakter van versnippering en allerlei overlappingen vertoont. Volgens de sociaal-democrate Swildens zouden politieagenten eigener beweging veel meer moeten controleren of er milieu-overtredingen worden begaan. Voor die vorm van zelfstandig optreden voelt minister Dales echter bitter weinig; volgens haar moet de opsporing van vervuilingsdelicten in breed gecoordineerd verband gebeuren.

Het streven van de drie ministers om de milieuregels strikter te handhaven werd door de Tweede Kamer in het algemeen met veel instemming begroet. D66 en Groen Links kwamen in dat verband met een motie om 'gedoogsituaties' zo veel mogelijk te beperken. Volgens A. Schimmel (D66) is gedogen alleen aanvaardbaar als naleving van de regels tot een voor het milieu nadeliger gevolg zou leiden. Verder vindt D66 dat milieu-overtredingen minder snel zouden moeten verjaren en dat de strafmaat bij milieudelicten hoger moet worden.