Vervangers dirigeren Sjostakowitsj-concert

Jonge talenten kunnen gemakkelijk verdrinken in het veeleisende internationale muziekleven. Neem de Russische Valery Gergiev. Een paar jaar geleden had nog niemand van de nu 37-jarige dirigent gehoord. Inmiddels is hij vier jaar chef-dirigent van de Kirov Opera in Leningrad, is hij regelmatig te horen in de Vara-matinee, vaste gastdirigent van het Rotterdams Philharmonisch, en stond hij voor de grote orkesten van Berlijn, Londen, Boston, New York en Chicago, om de belangrijkste te noemen.

Dat kon niet goed gaan. En inderdaad moest Gergiev het concert in de Sjostakowitsj-serie van de Vara-matinee (in samenwerking met de Vpro) afgelopen zaterdag 'wegens zware oververmoeidheid' afzeggen. Helaas, want ik was benieuwd naar Sjostakowitsj' dramatische Dertiende symfonie onder zijn leiding. Compositie 2 van Galina Oestvolskaja verdween nu van het programma, maar voor de twee symfonieen van Sjostakowitsj werden tijdig goede, Russische vervangers gevonden. Sergei Kalagin, die al de voorbereidende repetities met het Radio Filharmonisch Orkest leidde, dirigeerde voor de pauze de Tweede symfonie. Het werk roept, als een soort verklankt constructivisme, associaties op met de energieke, fragmentarische montage uit de films van Sergei Eisenstein, in het kleurrijke en zelfstandige gebruik van de orkestinstrumenten. Het donkere timbre van het begin, met een bijna fysiek werkende grote trom, blijft de onheilspellende ondertoon van het hele werk geschreventer gelegenheid van de tiende verjaardag van de oktober-revolutie. Kalagin, die voor het eerst in West-Europa optrad, hield het orkest goed bij elkaar en gaf toch de instrumenten, vooral het 'heldhaftig' klinkende koper, ruimschoots de kans te schitteren. Het was alsof hij het koor iets bescheidener wilde houden dan de partituur voorschrijft. Maar misschien lag dat aan teksten als 'Oktober! Dat is arbeid, dat is vreugde en gezang! Oktober! Decommune en Lenin!'.

De teksten van de Dertiende symfonie uit 1962, gedichten van Jevgeni Jevtoesjenko, hebben een heel andere toon. Het optimisme van vlak na de revolutie heeft plaatsgemaakt voor treurige gedachten over de joodseslachtoffers bij Babi Jar, de humor die zich tegen wil en dank blijft verzetten tegen de macht, vrouwen in de eeuwige rij voor de winkel, enzovoort. De sombere klank die in de Tweede nog in de kiem aanwezig is, overheerst hier. De lijnen zijn langer geworden, alis Sjostakowitsj' grilligheid nog niet geheel verdwenen. Dirigent Eri Klas leidde overtuigend, maar ik denk dat Gergiev nog meer nadruk had gelegd op de extremen in de emoties die in dit werk te horen zijn. De bas Aage Haugland, goed ondersteund door de mannen van het operakoor, zong zijn teksten subliem. Hij wist zijn zware, maar desondanks heldere stem zo te kleuren, dat men af en toe dacht te verstaan wat hij zong, al was het Russisch.