Utrechtse politie stelt buitgemaakte sieraden ten toon; Gestolen juwelen achter glas

'Een langharig Wilhelmientje zoek ik ook nog', roept een vrouw enthousiast terwijl ze de gouden munten in de vitrine bekijkt. Ze heeft even daarvoor in de glazen kast een Krugerrand ontdekt die ze, meteen groot aantal andere munten en sieraden, was kwijtgeraakt bij eeninbraak in haar woning jaren geleden.

Een andere vrouw is in tranen. Ze heeft de speciaal voor haar gemaakte armband herkend die zestien jaar geleden werd gestolen. Medewerkers van het Bureau Slachtofferhulp staan haar bij. Uren later isze nog niet aanspreekbaar.

De Utrechtse politie hield dit weekeinde twee landelijke 'kijkdagen'. Het publiek kon in beslag genomen waar komen bekijken, vooral om eigenaren te achterhalen van een grote partij sieraden en munten en om bewijs te verzamelen tegen plegers van strafbare feiten. De munten en sieraden zijn volgens de politie zo goed als zeker van diefstal afkomstig. Het Regionaal Recherche Team heeft in juni een partij van 230 ringen, armbanden, broches, horloges en kettingen en 185 gouden munten in beslag genomen. Totale waarde: tenminste een miljoen gulden.

Een dergelijke 'tentoonstelling' is volgens de leider van het rechercheteam, M. Bruinsma, 'uniek in Nederland'. 'Het is bijzonder moeilijk om de herkomst van gestolen sieraden te achterhalen. Veel mensen registreren sieraden niet of nauwelijks. Wehebben eerst alle moeite gedaan, door bijvoorbeeld te kijken naar stempels of nummers. Enkele sieraden zijn inmiddels teruggebracht door middel van het tv-programma Opsporing Verzocht. Als dat allemaal niets oplevert, dan blijft het maar liggen en wordt het na een bepaalde periode verkochtof omgesmolten.' Omdat de politie vermoedt dat de spullen bij inbraken door het hele land zijn buitgemaakt heeft ze er een landelijke manifestatie van gemaakt. De politie uit de regio Utrecht maakte van de gelegenheid gebruik om schoon schip te maken.

Toegelaten werden alleen mensen die aangifte bij de politie of verzekeringsmaatschappij hebben gedaan. Een medewerker van het rechercheteam: 'Dat betekent natuurlijk niet dat de door de rechtmatige eigenaar herkende sieraden direct worden teruggegeven. Als iemand hier iets herkent wordt er eerst een verklaringopgemaakt. Later gaan we met de spullen naar de mensen toe om vast te stellen waar ze het aan hebben herkend. Als het onderzoek is afgesloten, wordt over een eventuele teruggave contact opgenomen metde officier van justitie.'

Voor de meeste bezoekers komt het niet zover. 'Het is een goed initiatief', zegt een man uit IJsselstein, 'je blijft immers hopendat je ooit wat terugvindt. Het gaat om erfstukken, de ring van vader bijvoorbeeld.' Een mevrouw bij wie al tweemaal werd ingebroken tuurt naar een ring in de vitrine. 'Jammer', zegt ze, 'hij lijkt eropmaar hij is het niet. Deze ring is geelgoud, de mijne was witgoud. Ze heeft inmiddels drie sloten, een knip en dievenklauwen op de keukendeur gezet.

'Och', zegt een oudere heer, 'ze hebben maar een klein hoekje uit mijn raam gesneden, maar wel alles weg! Ik weet niet of de dader is gevonden, nooit meer iets van gehoord.' Een ander: 'Bij ons is de dader wel gepakt, maar daar hebben we niets aan. Het is prettig, meer niet. Het is nu al tien jaar geleden gebeurd, maar we blijven zoeken.'

Voor veel slachtoffers weegt zelfs na jaren de emotionele kant van zo'n inbraak zwaarder dan de materiele. Ze durven 's avonds de deur niet meeruit, laten alle lampen branden als ze toch weg moeten, schrikken's nachts vaak wakker. Een inwoonster van Utrecht: 'In 1964 werd erbij mij ingebroken terwijl ik lag te slapen. Alles weg en veel vernield en overhoop gehaald. Ik ben verhuisd omdat ik daar niet meer wilde wonen. Het is zo'n inbreuk op je leven. Nu nog vlieg ik midden in de nacht overeind omdat ik denk dat de keukendeur niet op slot is terwijl ik helemaal geen keukendeur meer heb nu ik in een bovenhuis woon. Van de politie heb ik nooit begeleiding gehad, daar deden ze in die tijd niet aan.'

Voor de medewerkers van Bureau Slachtofferhulp, beide dagen aanwezig, is er genoeg 'achterstallig' werk te doen. 'Veel mensenhebben na jaren nog een gevoel van onvrede, ze hopen nog steeds dat er iets wordt teruggevonden', zegt een van hen. 'Mensen willen hun verhaal kwijt. Dat komt omdat het om zoiets persoonlijks als sieraden gaat.'

De vroegere vice-president van de Utrechtse rechtbank Bieger en zijn vrouw zijn ook als 'slachtoffers' aanwezig. 'Vorig jaar is er ingebroken via de achterdeur', zegt hij. Bieger, oud-medewerker van Opsporing Verzocht, had een deel van de juwelen goed verstopt, een ander deel met opzet niet. 'Als ze helemaal niets vinden vernielen ze de boel, dan ben je nog verder van huis.'

De oplossing om waardevolle sieraden naar een kluis te brengen spreekt bijna niemand aan. 'Stel je voor dat ik 's avonds m'n gouden Zeeuwse knoppen wil aandoen, dan zou ik eerst naar de kluis moeten! Dat is veel te lastig, dan gebruik je die dingen nooit meer', zegt een met veel juwelen behangen oudere dame. De hoeveelheid fraai uitgestalde kostbaarheden in de vitrines valt haar nogal tegen. 'Ikdacht dat ik schragen vol zou aantreffen, wat hier ligt is toch de moeite niet.'