Principiele Japanners tegen professionalisme judo

DEN BOSCH, 5 nov. Volgende week wordt in Parijs de experimentele aanzet gegeven voor een Grand Prix-cyclus van judotoernooien. In het sportpaleis Bercy organiseert de Europese Judo Unie een groot evenement met medaillewinnaars van de recente Europese kampioenschappen, aangevuld met geinviteerde judoka's uit met name Frankrijk. Per gewichtsklasse (zeven in totaal) wordt onder de eerste vier ongeveer tienduizend gulden verdeeld. Belangrijkste afwezigen op het eerste grote toernooi met geldprijzenzijn de Japanners. Zij sloegen de uitnodiging af omdat ze zich niet willen vereenzelvigen met de moderne ideeen die vooral bij de Europese judoleiders leven.

In het land waar het judo in een ver verleden door Jigoro Kano werd ontworpen, heerst sinds een paar jaar weer de mening van de principielen. Volgens de leiders van de Kodokan-universiteiten, een keten van scholen waar de spirituele waarden van de edele gevechtskunst worden onderwezen, dienen de Japanse judoka's zichafzijdig te houden van vormen van professionalisme. De invoering van gekleurde gevechtspakken waardoor de judoka's met name op de televisie beter zijn te onderscheiden onder impuls van hervormer Anton Geesink en de introductie van geldprijzen vinden zij in strijd metde beginselen van het judo.

Commercialisering

De tegenstander van Kodokan is de universiteitsketen van Tokaj. Deze wiljuist wel modernisering en commercialisering. Ze staan onder leiding vande ex-president van de wereldjudofederatie Matsumae, een machtig mandie onder meer telefoon- en spoorwegmaatschappijen beheert. In Japan worden door het agentschap van Tokaj talrijke toernooien georganiseerd die rechtstreeks door de televisie worden uitgezonden. Het zijn Amerikaans getinte evenementen doorspekt met navenante uitingen van show en reclame.

De toernooien worden scherp bekritiseerd door de Kodokan, die sinds Matsumae in 1986 door de wereldwijde invloed van Kodokan als voorzitter van de wereldfederatie werd weggestemd, zijn macht heeft vergroot. In Japan gaat die zelfs zo ver dat deze stroming alle Japanse judoka's kan verbieden aan het professionele toernooi in Parijs mee te doen.

Afgelopen zaterdag werd de Nederlandse judobond plotseling verblijd met een uitnodiging van de EJU aan Theo Meijer en Ben Spijkers. Het duo werdop grond van zijn reputatie gevraagd in Parijs twee van de door de afwezigheid van de Japanners open gevallen plaatsen in te nemen. Na overleg met hun respectieve trainers en bondscoach Wim Visser besloten zij gisteren na het Nederlands kampioenschap in Den Bosch de invitatie af te slaan. Ze veronderstellen dat vier belangrijke toernooien in ruim een maand voor hun te veel is.

Vorige week stonden ze in Joegoslave op de mat bij het Europese kampioenschap voor landenteams, afgelopen weekeinde namen ze deel aan de Nederlandse titelstrijd. Volgende week zouden ze dan in Parijs moeten aantreden om een paar dagen later naar Japan te reizen, waar dan weer een week later het toernooi om de Jigoro Kano-cup op de agenda staat.

Zakgeld

Het toeval wil dat de dit evenement wordt georganiseerd door Kodokan. Deelnemers uit liefst 58 landen worden gedurende het toernooi, dat vier dagen in beslag neemt, gratis in een hotel in Tokio ondergebracht. Ze krijgen bovendien honderd dollar zakgeld per dag. Bondscoaches mogen na het toernooi, dat een keer in de vier jaar wordt gehouden, twee dagen een cursus van Japanse judoleraren volgen. Wanneer een van de Nederlanders (Meijer, Spijkers, Wurth en Van Buren; Buiting valt door een knieblessure af) in zijn categorie eerste wordt, zal het Nederlands Olympisch Comite hem kandidaat stellen voor deelname aan de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona.

'Sportieve overwegingen spelen op dit moment voor mij de belangrijkste rol', verklaart Spijkers dan ook zijn afwezigheid in Parijs. 'Ik heb nog nooit voor het geld gejudood. Waarom dan nu ineens wel? Als ik nu voor het geld in Parijs kies, loop ik het risico geblesseerd naar Japan te moeten reizen.' Meijer: 'Ik ben nu een maandhard in training geweest. Het kost me moeite onder de 95 kilo te blijven. Als ik dan nog eens naar Parijs ga, duurt het te lang. Vorige week heb ik veel complimenten gehad omdat we derde op het Europese kampioenschap waren geworden. Ik won drie partijen. Nu verlies ik inde halve finale en leer ik de keerzijde van de medaille kennen. In februari en maart moet ik me kwalificeren voor het Europese kampioenschap. Ik mag me nu niet forceren.'

Bondscoach Visser vindt het niet slecht voor de promotie van het judo wanneer toernooien als de wedstrijden om de Konica-cup in Parijs en mogelijk in de toekomst over de hele wereld worden gehouden. Judoka's mogen nu weleens beloond worden voor hun inspanningen. 'Maar de sportieve prestatie moet wel de boventoon blijven voeren. Ik draag de verantwoordelijkheid om de judoka's niet aan deregelijke verleidingen bloot te stellen. Viermaal pieken in een maand is te veel. Je ziet het maar aan Hans Buiting, die hier op de Nederlandse kampioenschappen zijn knie verdraait, waardoor hij niet meekan naar de stage in Japan. Als we die uitnodiging eerder hadden gekregen, hadden we het toernooi misschien nog kunnen inpassen. Ik hoorde het pas zondagmorgen en vanavond moeten we een beslissing hebben genomen. Dat kan eigenlijk niet.'

Meijer geeft toe dat hij 'misschien wel ja' had gezegd, wanneer hij gisteren in zijn klasse (tot 95 kilo) kampioen was geworden. Maar de Amersfoorter ondervond aan den lijve dat hij in eigen land steeds meer tegenstand moet duchten van de aanstormende Peter den Hoedt. Hij verloor in de halve finale van de Brabander, die vervolgens kampioen werd. Voorlopig staat de positie van Meijer bij Visser niet ter discussie. 'Concurrentie voor Meijer werkt alleen maar stimulerend.'

Die ervaring heeft Spijkers al langer. De Nijmeegse middengewicht (tot 86 kilo) is erdoor gehard. Hij weet door zijn gerijpte vechtersmentaliteit de aanstormende jeugd van het lijf te houden. Besmeurd met bloed maar als kampioen verliet hij na zijn finalepartij tegen de jonge Alex Smeets de Maaspoort in Den Bosch.