Onderzoek bond wijst uit: aantal blessures gelijk aan dat vanvoetbal; Brandbrief verhoogt waakzaamheid van rugbyers

ROOSENDAAL, 5 nov. Scheidsrechter Loek ten Dam was gisteren tevredenna het rugbyduel tussen de reserves van Roosendaal Commando Combinatie en de Old Bears. Voorzichtige spelers en geen ongelukken. Afgelopen week kregen alle coaches, scheidsrechters en spelers een brandbrief van de Nederlandse Rugby Bond met het dringende verzoek er toch vooral voor te zorgen dat de wedstrijdreglementen met name voorde scrum streng werden nageleefd. Vorig weekeinde deed zich voor de vierde keer in vier jaar een ernstig ongeval voor met een Nederlandse rugbyspeler. Voor het begin van de ontmoeting in Roosendaal maakte Ten Dam een inspectieronde langs de twee kleedkamers, waar de spelers hem verzekerden de brief aandachtig te hebben gelezen.

De verhoogde waakzaamheid had voor RCC 2 een extra achtergrond. Vierjaar geleden immers was een speler van dat team, Jos de Klerk, het eerste slachtoffer in een veelbesproken rij van vier: hij liep op het rugbyveld een dwarsleasie op en overleed. 'Kort na dat ongeluk zag je wel dat er spelers waren die liever niet voorin de scrum gingen staan. Maar in de loop van de tijd werd die voorzichtigheid minder', weet een van de Roosendaalse spelers. Na het dodelijke ongevalvan De Klerk werd de rugbywereld nog een paar keer opgeschrikt. Etienne Aalten en Marcel Bierman (in 1988) zijn invalide geworden door hun sport en vorige zondag brak de jonge Brabander Marcel van den Hout bij Hazersberg Ducks tegen RC Tilburg zijn nekwervel.

Soccer is a gentlemensport for beasts, rugby a beasty-sport for gentlemen. Het is een graag gebezigde tekst in het rugby, maar de mannen van fatsoen en eerlijkheid die de lang geleden uit Engeland overgewaaide sport bedrijven maken zorgelijke tijden door. Vooral descrum zorgde voor problemen: drie van de vier ongevallen gebeurden na zo'n spelhervatting, waarbij de aanvallers van beide partijen voorover gebogen en ineengehaakt in rijen van drie duwend strijden om de eivormige bal, die in hun midden op de grond wordt gegooid.

Bij RCC besteedde een van de twee coaches, Edwin Altenberg, vrijdag op de training alle aandacht aan de gevaren van de scrum. Voorzichtigheid was daarbij troef. Altenberg hield zijn rugbyers voor dat ze toch vooral eerst met de hand contact met de tegenstanders moesten zoeken, alvorens de scrum in te zetten. Van een ware frontale botsing of van het te laag (beneden de heup) inkomen mocht beslist geen sprake meer zijn.

Bij RCC 2 - Old Bears, het voorproefje van het RCC - Castricum in deeredivisie, hield iedereen zich keurig aan de regels. Toch maakte scheidsrechter Ten Dam zich na afloop ook zorgen over de toekomst: 'Hoelang houden ze het vol? Er zal wel weer een verslapping komen, zoalsdie zich ook na de eerdere ongelukken voordeden. Deze sport wordt steedsfeller. Men gebruikt het inkomen bij de scrum om er meteen voordeel uit te halen. De lichaamscontrole is dan vaak zoek, wat levensgevaarlijke gevolgen kan hebben.'

De Nijmegenaar Ten Dam, bezig aan zijn vijfde jaar als leidsman, meende dat de fatale incidenten ook het gevolg zijn van de vlucht die de rugbysport neemt. Het aantal scheidrechters heeft het snel groeiende ledenbestand van de NRB (momenteel bijna 5600) niet kunnen bijhouden. Ten Dam: 'Er is een groot tekort aan referees. De jeugdige spelers worden daardoor onvoldoende gecorrigeerd en op de voorschriften gewezen.' Zijn woorden werden onderstreept door een mededeling op het plakbord in de kantine van RCC, die mensen oproept een door de vereniging betaalde cursus voor arbiter te volgen. 'De bond verplicht ons daartoe', aldus een toelichting van het bestuur.

De NRB heeft meer rechtsprekers nodig, maar ook kundigere trainers. 'Er zijn te veel begeleiders die de echte finesses van het spel niet kennen', aldus coach Altenberg van RCC. 'En dat kan tot ongelukken leiden, met name bij de jongeren. Niet bij de ereklassers. In het algemeen staan daar ervaren mannen vooraan bij de scrums.' De scrum, oftewel de scrimmage: het is een belast woord geworden in het vaderlandse rugby. Bij RCC nam ook Butch Merrii het in de mond. De in Nieuw-Zeeland geslaagde arbiter, die de komende paar jaar in Nederland verblijft, vertelde langs de Roosendaalse lijn dat de scrum ook in zijn land veel ellende teweeg had gebracht.

'Elk jaar werden ten minste twee of drie spelers getroffen door een nekbreuk. De bond heeft toen ingegrepen door de scheidsrechter grotere bevoegdheden te geven. Bij elke scrum moesten de spelers per se op hun commando's wachten. Pas als de arbiters opstellen en inkomen hadden geroepen, mogen ze in beweging komen. Het resultaat was verbluffend. Afgelopen competitie deed zich niet een dwarsleasie voor. En dat terwijl zich een paar honderdduizend mensen met deze sport bezighouden.'

Nieuw-Zeeland is een grootmacht in het rugby, net als Australie, Engeland en Zuid-Afrika. De NRB heeft bij een recente studie naar de ongelukken dan ook vergelijkende cijfers uit die topnaties gebruikt. Bondsarts Ton Langenhorst, uiteraard nauw betrokken bij de problemen: 'De afgelopen dertig jaar zijn er in Australie, Engeland, Zuid-Afrika en Nieuw-Zeeland zes onderzoeken gedaan naar rugby-blessures. Als je de uitkomsten daarvan vertaalt naar Nederland, dan zou er hier om de een a twee jaar een dwarsleasie of nekbreuk mogen voorkomen. De eerste 56 jaarvan het nationale rugby zijn die er niet geweest. Ons gemiddelde is dus verre van slecht.'

Langenhorst maakte daarbij wel een kanttekening: 'De literatuur leert dat dat soort ongelukken meer gebeurt bij topploegen. En het is bekend dat Nederland niet tot de beste van de wereld behoort.' Wel was hetvolgens Langenhorst opvallend dat dat ernstige halsletsel hier in drie van de vier gevallen het gevolg was van een scrum, terwijl die verhouding in het buitenland maar een op drie was. In januari zal de NRBde uitkomst bekend maken van een tweejarige studie die Langenhorst, de medische commissie van de bond en de Stichting Consument en Veiligheid hebben verricht naar het aantal (lichtere) rugby-blessures.

Alle wedstrijdformulieren werden daarvoor opgevraagd om achter de namen van de betrokkenen te komen. De geblesseerden kregen vervolgens een vragenlijst voorgelegd. Langenhorst: 'Ongeveer 54 procent van hen stuurde die terug. De kwestie blijft, wat die andere 47 procent precies mankeerde, maar dat is altijd zo bij een enquete. Het resultaat was dat per honderd uur rugby het aantal blessures gelijk was aan dat van voetbal. Alleen over de ernst was niets te zeggen'.

Hans-Willem van de Neut, lid van de medische commissie, verduidelijkend: ' Wij registreerden 170.000 uren. We zijn er precies achter hoeveel dagen sport- school- of werkverzuim de letsels tot gevolg hadden. Een vergelijking met voetbal, en ook hockey, is als het om de aard van de letsels gaat niet mogelijk, omdat die bonden helaas niet hebben uitgezocht hoe groot dat verzuim is.' Watde nekbreuken betreft, is Van de Neut overigens niet somber: 'Kijk naar de internationale cijfers. Als je de kansberekening er op los laat, is er gewoon niks aan de hand.'