Middelbare scholieren leren strafrecht beter te begrijpen; Defictieve zaak-De Vries

LEEUWARDEN, 5 nov. Het is slecht gesteld met de kennis van scholieren van het Nederlandse strafrecht. Bovendien zijn vooroordelen over de hoogte van de strafmaat of over een verdachte vaak niet van de lucht. Een vierdelige lessenserie samengesteld doorhet Leeuwarder arrondissementsparket wil daar verandering in brengen. Afgelopen week werd het landelijk unieke lessenpakket, dat werdopgesteld in samenwerking met een docent van de Lerarenopleiding, in de Friese hoofdstad gepresenteerd. Van de 4.500 exemplaren zijn er inmiddels in enkele dagen al 1.700 besteld door middelbare scholen en hoger beroepsonderwijs. De animo is groot. Volgens een van de samenstellers, mr. P. Poppe, stafmedewerker bij het parket, is dat te danken aan het hoge praktische gehalte van het lesmateriaal. 'Zo staan er echte formulieren in het boekje afgedrukt die bij een dagvaardingof een proces-verbaal worden gebruikt. Dat spreekt denk ik aan. Het is helemaal op de praktijk gericht en dat maakt het aantrekkelijk.'

In het lessenpakket wordt 'de (fictieve) zaak De Vries' behandeld. De leerlingen volgen Leo de Vries vanaf het moment dat hij in een discotheek een jongen zwaar mishandelt tot het tijdstip waarop hij zich daarvoor moet verantwoorden voor de rechter. In het begeleidend boekje wordt Leo op de voet gevolgd na zijn aanhouding. Doel is om scholieren de dagelijkse praktijk van het strafrecht uit de doeken te doen. In de laatste les wordt de rechtszaak aan de hand van een rollenspel door de leerlingen nagespeeld. Dagvaarding, requisitoir, recidive, transactie, griffier, advocaat. Het zijn enkele termen waarmeede leerling vertrouwd wordt gemaakt.

Poppe stelt dat opgroeiende jeugd vaak beter op de hoogte is van het Amerikaanse systeem van rechtspraak met de bekende jury dan het Nederlandse. 'Wij willen een eerlijk beeld geven van de gang van zaken bij de strafrechtspleging. Waardevrije informatie geven, voor zover dat mogelijk is', vertelt ze. Het moraliserende vingertje gaat bewust niet omhoog. Integendeel. Dat blijkt vaker te worden gebruikt door de jeugd zelf.

Poppe: 'Wij merken dat er door jongeren, maar ook door het publiek, vaak veel te snel over een verdachte wordt geoordeeld. Dat gebeurt meestal op grond van een krantebericht. Met dit project hopen we datjongeren genuanceerder gaan denken. Er spelen meer belangen mee in een strafzaak, niet alleen die van het slachtoffer, maar ook die vande verdachte.'

Poppe spreekt uit ervaring. Ze is als stafmedewerker onder andere ook belast met de behandeling van klachten. Mensen die komen klagen dat een pleger van een eenvoudige mishandeling al weer op vrije voeten is. 'Meteen opsluiten, hoor ik vaak. Mensen zijn dan heel verbaasd als je ze uitlegt dat iemand die een ander een klap heeft verkocht niet zomaar de cel in kan. De wet geeft aan dat iemand alleen voor zware mishandeling in verzekerde bewaring kan worden gesteld.' Woede bij het slachtoffer is het gevolg. Woede die zich richt tegen het openbaar ministerie.

Een voorlichtingsproject was hard nodig. In het beleidsplan 'Samenleving en Criminaliteit' (1985-1990) van het OM werd de wens geuit achter de bureaus vandaan te komen en het publiek inclusief de opgroeiende jeugd adequaat voor te lichten. Van de negentien arrondissementsparketten in ons land bleek alleen het Leeuwarder bereid de uitvoering ervan op zich te nemen. De andere achttien haakten af wegens onderbezetting. Met een subsidie van 53.000 gulden van de Stuurgroep Bestuurlijke Preventie en Criminaliteit, een samenwerkingsverband van de ministeries van binnenlandse zaken en justitie, gaven alle officieren van justitie bij de Leeuwarder rechtbank van januari tot juni van dit jaar lezingen voor o.a. artsen, gemeenteraadsleden, winkeliersverenigingen en plattelandsvrouwen. Daarnaast werden scholen uitgenodigd om zittingen van de rechtbank bij te wonen en werd de voorlichting naar de pers verbeterd. Ook de lessenserie kwam tot stand en werd op twee scholen uitgeprobeerd.

De Sipkensmavo in Sneek was een van de twee scholen waar de lessenserie een 'try out' beleefde. Docent geschiedenis H. Vuurman is razend enthousiast over de opzet. Hoewel hij de lesstof als 'pittig' omschrijft bleek 'De zaak De Vries' enorm aan te slaan bij zijn leerlingen. 'Het staat heel dicht bij hun belevingswereld. Als vijftienjarige drink je wel eens een pilsje, ga je uit en zie je weleens een vechtpartij. Maar wat gebeurt er daarna? Dat laat dit lessenpakket heel duidelijk zien.'

Het naspelen van de rechtszitting verliep vlot, aldus Vuurman. 'Je neemt zo'n zaak tevoren grondig door, vooral omdat er nogal wat abstracte begrippen in voorkomen. Bovendien liet ik steeds twee leerlingen de officier van justitie spelen en twee de advocaat, tweede verdachte enz. Dan spelen er niet zeven, maar veertien van de 25.' Ook Vuurman onderkent het feit dat er behoorlijk wat schort aan de kennis die zijn leerlingen van de Nederlandse rechtspraak hebben. 'Ze denken dat er hier ook met jury's wordt gewerkt en zijnteleurgesteld als het tegendeel blijkt. Kinderen weten niets vande procedures.'

Toen Vuurman met zijn leerlingen in het kader van het project een echte zitting van de Leeuwarder politierechter bijwoonde, blekenzijn pupillen onder de indruk. 'Alleen die entourage vonden ze al prachtig. En de begrippen die ze hadden geleerd kwamen allemaal weerterug. In de pauze konden ze vragen stellen aan de rechter. Ze kijken natuurlijk tegen zo'n man op, maar het bleek iemand met humor. Achteraf zei een leerling tegen mij: 'Dit was een rechter om wie je kon lachen.' Dat was een openbaring voor ze. Ze hebben van die ochtend meer geleerd dan ik ze in de lessen duidelijk had kunnen maken.'

De 'Zaak De Vries' zal door een onderzoeksbureau uitvoerig geevalueerdworden. Blijkt het inderdaad zo aan te slaan als in Sneek, dan wordthet lessenpakket volgens Poppe landelijk ingevoerd.