Lot van baggeraars in Irak blijft onduidelijk

ROTTERDAM, 5 nov. Het baggerproject van Volker Stevin en Boskalis in Irak is vrijwel voltooid en de opleveringsprocedure is begonnen, maar het is nog steeds onduidelijk of de 104 Nederlandse baggeraars het land mogen verlaten.

De twee bedrijven hebben van het Iraakse havendirectoraat bericht ontvangen dat van de zeven baggervaartuigen ter plaatse drie snijkopzuigers, inclusief hulpmaterieel, kunnen worden afgevoerd. 'Over de volledige demobilisatie van zowel medewerkers als het overige materieel vindt momenteel overleg plaats', laat woordvoerder G. Anneveldt van de baggercombinatie weten.

Hij wil niet ingaan op de vraag of de drie snijkopzuigers inclusief Nederlandse bemanning het land mogen verlaten. 'In principe', zegt hij, 'zijn er geen mensen aan boord.' Er zouden sleepboten zijn ingeschakeld om de baggervaartuigen weg te halen.

Volker Stevin en Boskalis hebben in het zuidoosten van Irak met onder meer 104 Nederlandse baggeraars een zestig kilometer lange vaargeul tussen de Golf en Umm al-Quasr uitgediept. De vaarroute, die tussen Irak en Koeweit en tussen Koeweit en Iran doorloopt, is voor Irak van groot strategisch belang.

De vraag in hoeverre het baggerwerk, dat een dienstverlenend karakter droeg, onder de boycotmaatregelen van de Verenigde Naties viel, is nooit formeel beantwoord. Een daartoe bevoegde commissie van de VN heeft geen specifieke uitspraak over dit project gedaan. Een aanvankelijk voornemen van beide bedrijven om zich zelf uit Irak terug te trekken, werd getroffen door een verbod van de Iraakse autoriteiten.

Het karwei heeft ongeveer honderd miljoen gulden gekost. De regeringvan Irak had die som al eerder op een rekening bij een Nederlandse bank gestort.