Christa Wolf draagt utopie ten grave

BERLIJN, 5 nov. 'Ik heb het gevoel: hier wordt over onze hoofden heen getracht een streep door de geschiedenis te halen. Men probeert de DDR als iets duivels voor te stellen', zegt Christa Wolf, de belangrijkste auteur van de 'voormalige DDR'. Onverwachts neemtze het woord bij de eerste verjaardag van de Oostduitse Wende. De stampvolle toneelzaal in het Oostberlijnse 'Huis der jonge talenten' luistert oplettend want iedereen weet: Christa Wolf spreekt over zichzelf, in bedekte termen.

De 'demonisering' van het DDR-verleden, waarover ze het heeft, is haarzelf de afgelopen maanden ruimschoots ten deel gevallen. De bewondering voor Wolf, jarenlang in de bondsrepubliek gefeteerd als auteur die als geen ander de smalle ideologische marges voor de literatuur in de DDR wist uit te buiten, is bij een aantal van dezelfde Westduitse critici omgeslagen in hoon voor de 'staatsschrijfster', dievanuit een beschermde positie de DDR-dictatuur een 'literair alibi' verschafte. Een criticus in de Frankfurter Allgemeine ging zelfs zo ver te stellen dat het niet-schrijven, de auteursstaking dus, voor een zichzelf respecterende Oostduitse auteur de enige moreel acceptabele houding zou zijn geweest.

'Ik weet niet waar de behoefte aan demonisering vandaan komt', vervolgt Wolf, die zich tot nu toe nauwelijks heeft uitgelaten over de commotie om haar persoon en de DDR-literatuur in het algemeen. 'Misschien is het angst, of afweer, of onwetendheid. Het begrip DDR-identiteit is de afgelopen tijd veel misbruikt, maar ik denk weldegelijk dat die identiteit bestaat niet bij een heel volk, maarwel bij degenen die zich in de DDR teweer hebben gesteld. Wie dat niet heeft gedaan, ja die heeft het nu natuurlijk moeilijk. Dat verklaart veel van de opschudding.'

De herdenking van de vierde november 1989, hoogtepunt van de Wende, is eerder deze zondag begonnen in het oosten van de stad op de Alexanderplatz. Een half miljoen mensen stond hier een jaar geleden en luisterde naar een keur van politici, acteurs, schrijvers en andere denkers. De betoging bezegelde het einde van het communistische machtsmonopolie. Nu staan er op dezelfde plaats enkele duizenden betogers, en betreuren zonder uitzondering de verdere loop der dingen.

Pag.5: Vervolg

'Een jaar lang hebben we achter onszelf aangelopen, we zijn duizelig en een beetje radeloos', zo bepaalt Barbel Bohley, eenvan de kopstukken van toen, de toon voor de demonstratie. 'We hebben nu vrijheid van demonstratie: maar niemand luistert. Er is persvrijheid, maar we lezen weinig over onze werkelijke problemen. Er is vrijheid van reizen, maar we hebben geen geld om te reizen.'

De 'verworvenheden' van vorig jaar de ronde-tafeldemocratie, de nieuwe DDR-grondwet, en vooral het hooggestemde streven naar een beter socialisme ze zijn allemaal weggevaagd na de opening van de Muur op 9 november en de verpletterende verkiezingsoverwinning voor degenen die zo snel mogelijk van die hele DDR en het socialisme afwilden. De lange rij van sprekers van vorig jaar opgerichte, meestal kleine idealistische groeperingen, maakt soms de indruk de revolutie achteraf te betreuren omdat die tot een ongewenst 'eilig Vaterland' heeft geleid. Stof genoeg: de invoering van de markteconomie en de liquidatie van de meeste DDR-instituties hebben een economisch en maatschappelijk verval in werking gezet waarvan het eind nog niet in zicht is.

'Een jaar geleden hadden we het gevoel dat het raam openging, dat er frisse lucht binnenkwam', vat de schrijver Stefan Heym zijn gevoelens samen. 'Maar omdat we geen programma hadden, en Kohl wel, is er alleen maar restauratie gevolgd, en terugkeer van het kapitalisme zelfs. Het zijn nog altijd degenen die handelen uit eigenbelang, die over ons beslissen.'

Een schrale troost is, dat er na een jaar geen vrees meer hoeft te bestaan voor een Berlijns 'Plein van de hemelse vrede'. De Westberlijnse oproerpolitie, aanvankelijk nogal prominent aanwezig in de onjuiste verwachting dat gewelddadige Westberlijnse 'chaoten' de gelegenheid te baat zullen nemen, trekt op verzoek van de organisatoren haar wagens terug uit het gezichtsveld. Twee uur later, als in de bittere kou het aantal toehoorders voor het sprekerspodium van enkele duizenden tot enkele honderden is afgenomen, komt de bevelvoerend officier, te voet en geheel alleen, bedanken voor de prettige samenwerking.

Opbeurende woorden komen eigenlijk alleen van de buitenlandse sprekers. 'De revolutie is niet geworden wat we ervan hadden verwacht, maar desondanks is het de moeite waard geweest: er is meer democratie en meer welvaart', zegt de Portugese luitenant-kolonel Otelo de Carvalho, held van de Anjerrevolutie in 1974. Hij doelt daarbij op zijn eigen Portugese revolutie, maar de les gaat ook op voor de DDR, meent hij; er is geen reden tot verbittering. De luitenant-kolonel kan het weten, want hij heeft vijf jaar in de gevangenis doorgebracht nadat hij zich uit frustratieover het 'restauratieve', parlementaire karakter van het nieuwe Portugal iets te nauw had verbonden met lieden die op terroristische wijze het 'proletarische' karakter van hun revolutie wilden veiligstellen.

'Het is zo'n droevige herdenking, en ik begrijp niet waarom', vindt ook de Russische schrijver Daniil Granin 's avonds in het Huis derjonge talenten. 'U hoeft zich toch niet te schamen voor uw verleden. Ja, sommigen wel natuurlijk, maar de arbeider die een huis heeft gebouwd, de postbode die de brieven heeft rondgebracht, de schilder die prachtige doeken heeft gemaakt waarover zouden die spijt moeten hebben?'

Op dat moment komt Christa Wolf, die onder de sprekers op het podium heeft plaatsgenomen maar heeft laten weten niet het woord te willen voeren, in actie. 'Het is voor jullie belangrijk te weten hoe deze veertig jaar DDR geweest zijn', zegt ze tot het merendeels jeugdigepubliek. 'Het is de plicht van ons ouderen, jullie daarvoor het materiaal te verschaffen. Ik wil hier niets afdoen aan het echec, waarvoor wij ouderen verantwoordelijk zijn. Maar laat je niet afschepen met een spookhuis of eenvoudige verklaringen.'

Op een toon van moreel gezag die het voorrecht was van intellectuelen in de 'socialistische landen', vervolgt Wolf dat 'ook het woord utopie de afgelopen maanden veel misbruikt is. Als de utopie van het socialisme verdwijnt, hoor je zeggen, dan verdwijnt ook de hoop, en zonder hoop kan de jeugd niet leven. Maar ik denk dat de hoop voortaan maar beter niet meer op een utopie gestoeld kan zijn, maar meer op de verwezenlijking van concrete doelstellingen. Op die manier kunnen wij, burgers van de voormalige DDR, ons zelfvertrouwen terugwinnen.'

    • Raymond van den Boogaard