Chailly dirigeert een fraai en subtiel opera-galaconcert

Met een fraai uitgevoerd benefiet-galaconcert vierde het Koninklijk Concertgebouworkest zaterdagavond het 102-jarig bestaan ten bate zichzelf. De opbrengst (ruim 150.000 gulden, de zaal was niet geheel vol) kon al bij aanvang worden bekendgemaakt door bestuursvoorzitter Scherpenhuijsen Rom, die dan ook bankier is.

Chef-dirigent Ricardo Chailly was buitengewoon op dreef in dit operaprogramma dat met grote zorgvuldigheid en zeer gematigde tempi werduitgevoerd. En in de vocale nummers zorgde Chailly voor een werkelijk riante begeleiding. De Ouverture uit Tannhauser klonk beter in balans dan eerder het geval was en het Bachanaal was zinderend en subtiel met een weelderig kleurrijk verstild slot. Tsjaikowski's fantasie-ouverture Romeo en Julia is natuurlijk meer ballet dan opera en meer symfonie dan ouverture, maar zorgde met allure gespeeld voor programmatische stevigheid in een anders snel brokkelig concert.

De sopraan Julia Varady, ondanks haar aanstaande debuut als Senta in een Munchense Lohengrin invalster voor de zieke Montserrat Caballe, lijkt een wat onderkoelde podiumpersoonlijkheid. Maar de presence van deechtgenote van Dietrich Fischer Dieskau is uiteraard zeer bestudeerd. In het Wilgenlied uit Verdi's Otello gaf ze prachtig gestalte aan die onwezenlijke sfeer van onderkende, maar telkens weer tot pianissimi onderdrukte noodlotsgevoelens, die pas in de slotregel slechts voor een wanhopig moment zorgen, onmiddellijk opnieuw gesublimeerd in een ontroerend devoot Ave Maria.

In de twee aria's uit Mozarts Don Giovanni (Crudele - Non mi dir van Donna Anna en In quali eccessi - Mi tradi van Donna Elvira, als toegift) kon Varady wat openlijker emoties laten blijken en kwam ze met haar evenwichtige blanke stemgeluid tot interpretaties op hoog niveau.