Boete voor zwartrijden niet omhoog

DEN HAAG, 5 nov. De kantonrechters weigeren de boete voor zwartrijden in het openbaar vervoer te verhogen. De Kring van Kantonrechters heeft zaterdag op een vergadering unaniem besloten uit te gaan van de oude richtlijnen van het openbaar ministerie, te weten een eis van 60 tot 75 gulden. De procureurs-generaal hebben vorige maand juist afgesproken de eis op de zitting van de kantonrechterop te schroeven naar 195 gulden.

De kantonrechters trekken zich niets aan van het besluit van in eerste instantie minister Maij-Weggen (verkeer) en later Hirsch Ballin (justitie) om de boetes te verhogen. Dit betekent dat het voor zwartrijders lonend kan zijn de boete die controleurs in het openbaar vervoer sinds 1 september mogen vragen (100 gulden) niet te betalen en om daarna evenmin in te gaan op het schikkingsvoorstel van de officier van justitie (165 gulden).

De kantonrechters vinden de eisen waartoe de procureurs-generaal hebben besloten niet in verhouding staan tot de boetes die gelden voor bijvoorbeeld het rijden door rood licht (130 gulden) of in een ongekeurde auto. Ook snelheidsovertredingen worden dikwijls lager bestraft. Mr. L. Crebolder, secretaris van de kring en kantonrechter in Utrecht, wijst erop dat ook de commissie Feiten en Tarieven van het openbaar ministerie, die moet letten op de samenhang tussen de verschillende boetes, negatief had geadviseerd over de hogere straf voorhet zwartrijden. Het gaat erom, aldus Crebolder, dat strafrechtelijk de juiste boete wordt opgelegd. Het enkele feit dat minister Maij-Weggen tot een boeteverhoging heeft besloten, doet daaraan niets af.

Een woordvoerder van het ministerie van verkeer en waterstaat kon vanochtend niet zeggen of het besluit van de kantonrechters gevolgen heeft voor de boetedie controleurs in het openbaar vervoer vragen. Tot 1 september was dat bedrag 25 gulden.