Violist Zehetmair eert de echte Schumann

Hoe zou het Schumanns Vioolconcert zijn vergaan wanneer het meteen na de conceptie ervan in 1853 door zijn vriend Joachim in Dusseldorf ten doop zou zijn gehouden, zoals Schumann zo graag had gewild? Zou de waarde van het werk dan toch nog steeds ter discussie worden gesteld omdat Clara Schumann en Joseph Joachim er ooit een veto over uitspraken, bang als zij waren dat het naderend onheil van Roberts geestesziekte er aan zou zijn af te horen. Of zou men juist openstaan voor de geinspireerde inval, die in tien dagen op papier stond, gedreven als Schumann zich in zijn laatste scheppingstijd voelde? De 'verdwijningsgeschiedenis' van het Vioolconcert mag dan met de verlate uitgave ervan in 1937 tot ontknoping zijn gekomen, het stuk is nog altijd voer voor musicologen. Niet voor niets wijdde Michael Struck er in zijn lijvige boek over Schumanns laatste werken niet minder dan 134 dicht-bedrukte pagina's aan.

Dat de nationaal-socialistische propaganda ervoor in de jaren '30 Mendelsohn mocht toen immers niet meer worden gespeeld het stuk een al even slechte dienst bewees als de door Paul Hindemith vervaardigde werking ervan, is wel zeker. De meeste violisten lopen er zelfs nu nog in een boog omheen en men kan Thomas Zehetmair dan ook niet dankbaar genoeg zijn dat hij er een lans voor heeft willen breken.

Hem komt bovendien de eer toe, niet klakkeloos de gebruikelijke solopartijversie van Guastav Lenzewski te hebben gevolgd, maar wel degelijk de meeste van Schumanns originele articulaties te hebben gerespecteerd. Niet in de partituur terug te vinden waren de enorme temposchommelingen, vooral in het bijna tot een vrije fantasie omgevormde eerste deel, waar het orkest onder gastdirectie van Jukka-Pekka Saraste bijzonder alert op reageerde.

Saraste ging trouwens aanzienlijk genuanceerder te werk dan bij zijn optreden in het vorige seizoen. De Vijfde symfonie van Beethoven gaf hij een intense lading mee, die de overbekende noten samenbalden tot een spannend relaas van zeggingskracht. Dit in tegenstelling tot de noodlotscompositie van Tera de Marez Oyens die in een voorspelbare instrumentatie met veel kleine-tromgeroffel werkt met een minimum aan thematisch materiaal dat eigenlijk halverwege het stuk al is uitgeput. De componiste heeft van haar werk wel de fraaist denkbare weergave gekregen. Zaraste en het RPhO hielden het klankbeeld in perfecte balans.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Jukka-Pekka Saraste. Met: Thomas Zehetmair (viool). Programma: Tera de Marez Oyens: Litany of the Victems of War; Schumann: Vioolconcert Beethoven: Vijfde symfonie. Gehoord 2/11 Grote Doelenzaal, Rotterdam. Radio-uitz.: NOS 4/11.