Toen, nu en straks

Angstig, door alle verhalen van voorspellers, zoeken veel beleggers hun heil in put-opties op de aandelen-index van de Optiebeurs. Volgt het economische leven de geschetste scenario's, dan worden die opties meer waard en leveren ze winst op. Een kernachtig beursgezegde luidt: particuliere beleggers doen het altijd fout. Dus wat doen slimme jongens? Die roeien tegen de stroom in en doen het 180 graden anders. Hebben ze dan gelijk?

Het volgende rekenvoorbeeld, pen en papier gereed houden, gaat over eigenwijze dwarsliggers die rond de jaarwisseling speculeerden op een lagere beurs. De beurswind die toen waaide was omhoog. Dus werden er driemaal zoveel call- als put-opties verhandeld.

De optie-aandelen-index sloot vorige week op 233,42 en daalde in de afgelopen dagen naar de 227 punten, een kwart lager dan op 3 januari van dit jaar toen de index nog op een tot nu toe hoogste jaarstand van 304,64 stond.

Wie op die dag zijn aandelen wilde beschermen tegen koersdaling of gewoon wilde profiteren van een lagere beurs had toen put-opties of een termijncontract op de index kunnen kopen. De langstlopende put met een uitoefenprijs dicht bij de waarde van de index was de oktober met uitoefenprijs 310 gulden, die vrijdag 19 oktober j.l. afliep.

Toen was die 5,36 gulden in-the-money verkoopoptie te koop voor 1850 gulden (536 gulden intrinsieke waarde en 1314 tijd- of verwachtingswaarde) per contract van 100 maal de index. Op de afloopdag sloot de '310' (74,75 gulden deep-in-the-money bij een index van 235,25) op 7350 gulden. Een stijging van 5500 gulden (7350 min 1850). De waarde van de index-optie daalde in die periode met 6939 gulden (100 maal 304,64 min 235,25).

De winst op de optie dekt voor bijna 80 procent (5500 tegenover 6939) het verlies op de index. De genoemde langlopende put-optie is dus een redelijke verzekering tegen koersdaling voor een portefeuille met aandelen, die ongeveer hetzelfde verloop heeft als de index. Of een goed speculatief instrument. Een alternatief was het termijncontract (future) op de index (symbool FTI) dat op de Financi.le Termijnmarkt (FTA) verhandeld wordt. Wie

profiteren van lagere koersen moet zo'n contract verkopen. In feite koop je dan een put-optie en schrijf je een ongedekte call-optie, beide delen met een uitoefenprijs rond de onderliggende index.

Op 3 januari deed de langstlopende future, de oktober 1990, 308 gulden en op 19 oktober 236,43. De verkoper van 3 januari koopt, sluit, neutraliseert, zijn verkoop op 19 oktober met een winst van 71,57 punten, terwijl de index met 69,39 punten daalde. Een verschil dat te verklaren is uit de verschillen tussen theoretische en praktische prijzen en de invloeden van rente en uitbetaalde dividenden op de aandelen die deel uitmaken van de index.

De vergelijking tussen opties en futures, in dit voorbeeld, laat zien dat de put-opties 16,57 punten (55,00 tegenover 71,57) minder profiteren van de lagere beurs dan de futures. Dat verschil is ongeveer gelijk aan de betaalde tijdswaarde van de optie. Dat extra bedrag betaalt de optiekoper voor het recht om alleen te mogen profiteren van lagere koersen en om bij te moeten betalen als de koersen omhoog gaan.

De koper of verkoper van een future daarentegen heeft geen rechten: hij koopt of verkoopt zonder enig voorbehoud, maar rekent pas af op de afloopdatum of eerder als de positie wordt gesloten. De verkoper van de genoemde future is er dus goed afgekomen omdat de markt zich in de goede richting bewoog. Indien de koersen omhoog waren gegaan, had hij verlies geleden.

Wie nu terugkijkt naar toen dat kan leerzaam zijn zal heel wat winstgevende transacties kunnen bedenken. Maar dat geeft weinig bevrediging. Wie nu vooruitkijkt naar straks, kan ook heel wat aantrekkelijke mogelijkheden ontdekken. Er is moed voor nodig om te reageren en te speculeren op een herstel. Niet alleen call-opties op de index behoren tot de mogelijkheden, ook call-opties op aandelen. Er zijn legio calls te koop van rond de gulden, die pas juni volgend jaar aflopen.

    • Adriaan Hiele