Tegenwoordig krijg ik een hele doos sokken voor niks mee

Henk Baars werd negen maanden geleden wereldkampioen veldrijden bij de profs. De 30-jarige renner uit Diessen veroverde de regenboogtrui in het Spaanse Getxo heel verrassend, na een spectaculaire vlucht in de slotfase. Het succes heeft flinke veranderingen gebracht in het leven van Baars, die vandaag in het Tsjechische Pilzen deelneemt aan de eerste veldrit van dit seizoen om het Super Prestigeklassement.

Wat betekende het behalen van die wereldtitel voor jou?

Ik kon mijn geluk niet op. Wat bekende rijders als Roger de Vlaeminck, Hennie Stamsnijder, Klaus-Peter Thaler, Roland Liboton en Danny De Bie ooit hadden gepresteerd, was mij nu ook gelukt. Ongelooflijk. Terwijl ik aan de finish van hot naar her ging, overal heen werd gesleept, dacht ik ook al even aan het geld. Wat dat betreft kon het heel leuk worden. Ik zou het financieel eindelijk wat ruimer krijgen, vooral dank zij de hogere startgelden en ik nam aan dat ik bij een nieuwe sponsor een aantrekkelijk contract zou krijgen. Het stond al vast dat mijn oude werkgever zou afhaken.

Voor het zo ver was moest je eerst zelf met tien mille over de brug komen.

Dat klopt. Want de vier Nederlandse deelnemers aan het WK, Adri van der Poel, Huub Kools, Frank van Bakel en ik, waren overeen gekomen dat als een van ons de regenboogtrui zou veroveren, hij uit eigen beurs tienduizend gulden beschikbaar zou stellen voor de geboden hulp. Iedereen had daar in Baskenland zijn best gedaan, daarom stelde ik voor die tien mille in drie gelijke porties te verdelen. Maar Van der Poel maakte daar groot bezwaar tegen. Hij claimde het hele bedrag voor zich alleen. Hij wees erop dat hij me steeds had bijgestaan en dat hij in de laatste kilometer ik ontvluchtte toen de kopgroep na een stuurfout van Simunek vastberaden de rem had gezet op de achtervolgers. Hij had natuurlijk wel gelijk, maar toch vond ik het heel lullig dat hij de hele premie wilde hebben. Die Van der Poel heeft geld zat, hij is miljonair. Voor Kools en Van Bakel is duizend gulden al heel wat. Gelukkig kregen die twee nog hun deel van de zes mille die een aantal sponsors in een pot had gestopt.

Had je na het WK inderdaad snel een lucratieve (prive) geldschieter gevonden?

Al voor het kampioenschap had ik contacten dank zij Nico van Hest. Dat is mijn begeleider, masseur, trainer en manager ik heb liever zo min mogelijk mensen om me heen. In overleg met mij benaderde Van Hest een aantal kandidaat-sponsors. Hij polste wel twintig ondernemingen. Alle hier uit de omgeving. Dat vind ik belangrijk, omdat het bevorderlijk is voor de sfeer en de goede contacten. Van Hest schreef de bedrijven niet alleen een brief, hij stuurde een video-bandje mee met beelden van mij. En ook kranteknipsels, zodat men kon zien wie die kleine Baars nu precies was en hoe mooi de tak van sport is die hij beoefent. Iedereen antwoordde op een leuke manier. Veel firma's lieten weten dat hun reclame-budget tot hun grote spijt al was vergeven, of dat ze toch meer in groepssponsoring zagen. Een was er wel heel geinteresseerd, Hek bouwmachines. Die is het ten slotte ook geworden, daar sta ik nu op de loonlijst.

Hoe staat het met je startgelden?

Je krijgt best een hoge gage als wereldkampioen veldrijden. Onvergelijkbaar natuurlijk met het kapitale bedrag wat de drager van de regenboogtrui op de weg ontvangt, maar het ligt toch in de buurt van de vier mille. Dat tikt aardig aan als je aan ongeveer 35 crossen per seizoen meedoet: de zes a-wedstrijden in Nederland, de elf om het Superprestige-klassement, het NK en het WK plus een stel andere grote, waarvan die in Zwitserland, het Mekka van het veldrijden, financieel de interessantste zijn. Ik woon in een eenvoudig huis en ik doe geen gekke dingen. Ik hoop er wat aan over te houden. Misschien hoef ik later niet meer de hele week als machine-bankwerker naar de werkplaats, maar kan ik me permitteren een paar dagen thuis te blijven.

Ben je veel veranderd door de wereldtitel?

Ge bent wie ge bent, ik ga niet ineens iemand anders spelen. Best leuk hoor, dat de kinderen in ons dorp me een hele piet vinden en met hun mond open staan als ik voorbij kom. Maar ik blijf gewoon Henk Baars, al zouden er twee gouden medailles aan mijn nek hangen. Van de andere kant, misschien onderschat ik die wereldtitel wel wat. Het is toch niet niets: in tien jaar ben ik na Stamsnijder de tweede Nederlander die zover kwam. En Stamsnijder deed er echt alles voor. Die was bovendien zijn hele carriere lang een goed betaalde full-prof. Ik niet. Sinds ik in 1984 een proflicentie aanvroeg was ik met tussenpozen drie jaar lang tegelijkertijd gewoon fabrieksarbeider. Ik weet nog goed dat ik dagelijks voor dag en dauw naar Daf in Eindhoven fietste, waar ik een werkweek had van veertig uur.

Hoe ervaar je de belangstelling rondom je persoon?

Andere jaren zagen alleen mijn familie en mijn vaste supporters me staan. Nu komen de televisie en de kranten naar me toe. Dat vind ik indrukwekkend. Er wordt serieus naar me geluisterd en dat geeft een heel fijn gevoel. Een prettige bijkomstigheid van de regenboogtrui is verder het feit dat je goedkoop aan kleding en materiaal komt. Vroeger moest ik alle sokken zelf kopen, nu krijg ik voor niks een hele doos mee. En ik heb altijd hard moeten sparen voor een nieuw wiel, momenteel staan er dank zij een fabrikant vijf complete fietsen in het schuurtje. Geen cent voor betaald.

Een wereldtitel geeft verplichtingen. Je zult je moeten bewijzen. Zie je daar tegen op?

Je moet een keer een klapper maken, dat is nodig. Alleen kun je niet voorspellen wanneer het gebeurt. Er steekt dit seizoen niemand met kop en schouders boven de rest uit. Of je wint of verliest hangt af van kleinigheden, een slippertje of een ander foutje kan fataal zijn. Het is dikwijls secondenwerk. Toen Stamsnijder nog meedeed en Liboton in topvorm was nu is hij niet in goede doen liepen de verschillen op tot minuten. Stamsnijder of Liboton kon bij wijze van spreken de laatste halve ronde te voet gaan, dan was hij nog eerste. Pas aan het einde van de competitie kan ik zeggen of ik me heb waar gemaakt. Ik ben benieuwd, niet benauwd. Ik train door de week zo goed als ik kan en dan hoop ik maar dat het in het weekeinde lekker gaat. Tot nu ben ik als zevende, dertiende en zesde geeindigd in Zwitserse wedstrijden, ik was derde in Heist op den Berg en vierde in Tilburg. Mijn sponsor zegt tevreden te zijn, maar ik wil hem natuurlijk meer bieden.

Sommige veldrijders ergeren zich er zeer aan dat een wegrenner als Van der Poel zich met de cyclo-cross bezig houdt. Hoe sta jij er tegenover?

Ik heb ook wel eens geroepen dat ik tegen zijn aanwezigheid was. Dat was dan op een moment dat ik mijn plaats in de WK-ploeg aan hem moest afstaan. Dat laatste is ook een hard gelag als je de kost in het veld moet verdienen. Maar nu sta ik positief tegenover Van der Poel. Ik heb de kritiek ingeslikt, ik kon ook niet anders: Van der Poel heeft intussen vier zilveren WK-medailles op zak. Dat is niet niets. Bovendien is hij een trekpleister voor het publiek. Maar als het Nederlandse kampioenschap (begin januari in Gieten) in zicht komt, zal het gemopper wel weer beginnen. Via een goede training en een uitgebalanceerd mini-programma komt Van der Poel daar weer bij de eersten, waarmee hij zich kwalificeert voor het WK. Ten koste van een pure veldrijder, die dan gaat jammeren. Zo van: Die Van der Poel verdient toch al zat? Of: Kan hij wel? Hij is nog fris, wij zijn onze scherpte kwijt en vermoeid door al die wedstrijden waaraan we moeten meedoen. Want anders komt er geen brood op de plank.

Het wereldkampioenschap wordt begin februari afgewerkt. Ook in Gieten. Hoe ziet het parcours eruit?

Het is bestand tegen alle weertypes. Dat wil zeggen dat het geen modderpoel wordt. De internationale wielerunie heeft voorgeschreven dat er acht balken moeten worden aangebracht. Dubbele balken, die zo dicht op elkaar liggen zodat De Bie zijn kunstje (de 'jump', zonder af te stappen, red.) niet zal kunnen tonen. Dat zal hij jammer vinden.

Het is dit seizoen verrassend stil rondom De Bie.

Ik denk dat hij zuiniger rijdt dan vorig jaar, toen hij alles wilde winnen en was opgebrand bij het WK. Dat laatste zal nu zijn grote doel zijn. Maar voor wie niet? Ik wil mijn titel in die thuiswedstrijd tot het uiterste verdedigen. Maar nogmaals: een prognose is moeilijk, de krachtsverschillen zijn klein, niemand springt er echt uit. Tot nu toe maken de nieuwe Zwitsers Beat Wabel en Tomas Frischknecht, maar ook de Tsjechen, Simunek voorop, de beste indruk op me.

    • Onze Guido Devries