Schaken

In Schachwoche las ik dat vorige maand Emil Josef Diemer is overleden, 82 jaar oud. Er werd een schilderij afgebeeld waarop Diemer met witte sinterklaasbaard aan tafel zit, zakschaakbordje voor zich, grote lege bierpul ernaast. Je kan niet goed zien welke stelling hij onderzoekt, maar je weet dat het er een zal zijn die voortkomt uit het Blackmar-Diemer gambiet en je vermoedt dat de schilder ook een liefhebber van dit gambiet was, die het schilderij gemaakt heeft als eerbetoon aan de meester, omdat Diemer zijn hele leven beroepsschaker was en veel te arm om een schilder te kunnen betalen.

Een schok van ontzetting zal er niet door de schaakwereld gaan bij het bericht van zijn dood. Alleen in de kleine wereld van de gambietspelers, de fanatici die niets dan gambieten willen spelen en eigenlijk met hun hele leven niets anders zouden willen doen dan gambieten spelen, gambieten onderzoeken en in kleine voddige blaadjes geharnaste artikelen schrijven over de degeneratie van het moderne schaak, waarin de meesters geen gambiet meer durven spelen, in die wereld was Diemer een groot man. Ik hoor niet bij die wereld, maar het eerste stukje dat ik ooit schreef ging over Diemer en uit mijn onderwerpskeuze bleek de bewondering voor iemand die zijn hele leven aan een klein onderwerp wijdde en ook wel, moet ik toegeven, een ongezonde voorkeur voor het bizarre.

Diemer heeft een paar boeken geschreven over schaakonderwerpen waarover ook anderen zouden kunnen schrijven. Zijn bekendste boek had niet door een ander geschreven kunnen worden, want het gaat over hemzelf. 'Vom ersten Zug an auf MATT! Funfundzwanzig Jahre Erfahrungen met dem BLACKMAR-DIEMER-GAMBIT 1. d4 d5 2. e4 de4: 3. Sc3!!' Voor het eerst verschenen in 1957 bij de Nederlandse uitgeverij Ten Have. Ook in Nederland had Diemer in die tijd veel volgelingen. Het boek begint met citaten van Freud en Shakespeare, die de lezer oproepen zijn laffe hang naar veiligheid op te geven. Het is niet zomaar een schaaktechnische verhandeling. Zijn gambiet is ook niet zomaar een opening, het is een vorm van leven. Speel het Blackmar-Diemergambiet, en u zult een nieuwe wereld binnengaan, een wereld van risico en avontuur. U zult een beter schaker worden, en niet alleen dat, u wordt een ander mens. Een lamme eend wordt door mij, Diemer, een trotse adelaar. Dat is de boodschap van het boek.

Diemer had een tijdschrift, Blackmar-Gemeinde. Blackmar-parochie, zou je kunnen vertalen. In dat tijdschrift zag je geestverwanten tot vrienden worden en vrienden tot levenslange vijanden. Met zijn volgeling Gunderam testte Diemer jarenlang in correspondentiepartijen de verdediging 1. d4 d5 2. e4 dxe4 3. Pc3 Pf6 4. f3 Lf5. In bittere vijandschap werd de correspondentie gestaakt. Gunderam had een iets minder vernauwde blik dan Diemer, maar Diemer kon beter schaken. In de jaren vijftig behaalde hij echte successen in de wereld van de gewone schakers. Hij won een paar meestertoernooien, waaronder een keer het open kampioenschap van Nederland.

De laatste tijd hoorden we niet veel meer over hem. Ongeveer tien jaar geleden vertelde de Duitse grootmeester Klaus Darga me dat hij net een brief van Diemer had gekregen. De brief ging niet meer over zijn gambiet, maar over de voorspellingen van Nostradamus en over het onheil dat de wereld wachtte. Naar mij luisteren ze niet, had Diemer geschreven, maar u, mijnheer Darga, bent grootmeester, u moet het bekend maken. Diemer zat berooid en eenzaam in een bejaardenhuis en hij was niet sterk genoeg meer om aan toernooien mee te doen. Vroeger zou hij geen tijd gehad hebben voor Nostradamus.

De grootmeesters hebben zijn gambiet niet willen spelen. Toen zijn boek in 1957 verscheen werd in Amsterdam een gambiettoernooi gehouden, waarin de eerste zetten 1. d4 d5 2. e4 dxe4 3. Pc3 verplicht waren voorgeschreven. Het werd gewonnen door Cortlever. Die speelde volstrekt niet in gambietstijl. Met wit probeerde hij de pion die hij volgens de toernooiregels had moeten offeren, zo snel mogelijk terug te winnen en met zwart klampte hij zich aan zijn pluspion vast en won het eindspel. Het toernooi ter ere van Diemer werd gewonnen door iemand die zich niets van zijn leerstellingen aantrok en precies het tegendeel deed.

Overtuigend was Diemers propaganda niet, maar wel leuk om te zien. Ik schrijf een paar partijen uit zijn boek over. Zonder commentaar. Aangeven hoe zwart zich beter zou kunnen verdedigen, daar deed Diemer ook niet aan, dat zou de pret maar bederven. Kwistig met uitroeptekens was hij wel. Ik heb ze overgenomen, maar neem geen verantwoordelijkheid.

Wit Diemer-zwart A. Lange, Schloss Wolfegg 1949.

1. d4 d5 2. e4 dxe4 3. Pc3 Pf6 4. f3 exf3 5. Dxf3 c6 6. Ld3! Lg4 7. Df2 e6 8. Pge2! Lxe2 9. Pxe2 Pbd7 10. 0-0 c5 11. g4!! De7 12. g5 Pd5 13. c4 P5b6 14. a4 cxd4 15. a5! Pc5 16. Lc2! Pxc4 17. Dxd4 b5 18. b3!! Td8 19. Dc3 Pd6! 20. Dxc5!! Tc8 21. De5 Txc2 22. Pd4 Tc8 23. La3 a6 24. Tad1!! Pc4!! 25. bxc4 Dxa3 26. Txf7!!

Zie diagram 1. ..Dd6 27. Txf8+! Dxf8 28. Dxe6+ 'en wit won!'

En als dit u niet tot de Diemerparochie kan bekeren, dan misschien het volgende diagram, het einde van een typisch Diemer-partijtje. Zwart gaat mat.

Zie diagram 2.

    • Hans Ree