Schaakliefhebber wil mooie partijen zien en analyseren; WK-tweekamp geen politieke zaak meer in de Sovjet-Unie

MOSKOU, 3 nov. Genoeg gepraat. Schaken! In de Sovjet-Unie is de tweekamp tussen titelverdediger Gari Kasparov en uitdager Anatoli Karpov al lang geen politieke zaak meer. De tijd is voorbij dat Kasparov als politieke underdog de David kon uithangen die het moest opnemen tegen Karpov, de Goliath van het apparaat. De schaakliefhebber wil mooie partijen zien, naspelen en analyseren.

Of, zoals schaakcorrespondent Joeri Akimov begin van deze week schreef in het dagblad Komsolmolskaja Pravda: 'Laten we gaan schaken'. Die uitroep in die krant was daarom zo opmerkelijk, omdat hetzelfde blad (officieel het orgaan van de communistische jeugdbeweging, maar sinds een jaar met 22 miljoen exemplaren de grootste en populairste krant van de Sovjet-Unie) er bij andere gelederen als de kippen bij is om deze of gene affaire te politiseren. Als geen ander dagblad jaagt Komsolmolskaja Pravda de autoriteiten zo nu en dan de stuipen op het lijf.

Aanleiding voor deze juist anti-politieke hartekreet van Akimov was het vlag-incident aan het begin van de tweekamp. Naast Karpov stond bij de eerste partij de rode vlag van de Sovjet-Unie naast zijn bord. Kasparov wenste zich echter niet door het symbool van de socialistische revolutie te laten flankeren. Hij koos voor de blauw-rood-witte vlag van het oude, tsaristische, Rusland. De vlaggetjes verdwenen echter al snel van tafel. Karpov had bij de arbitrage-commissie van de tweekamp geprotesteerd en werd in het gelijk gesteld.

Het dagblad Sovjetski Sport wijdde er tien dagen geleden zegge en schrijve drie zinnen aan. Als het gaat om een beschrijving van de rijkdom in New York, de sfeer rond 'Time square' of de oude tsaristische Russische kunstwerken die nu in de Verenigde Staten worden tentoongesteld, zou hem, als er niet zo'n gebrek aan papier was, geen kolom te ver gaan. Maar in deze kwestie schreef speciaal verslaggever Grigori Fedorov slechts: 'Ik wil nu berichten over de onstuimige discussies die hier in het nieuws zijn'. Dan volgde het besluit van het comite van beroep, waarna hij afsloot met: 'Maar nu over de dag van gisteren'.

De reden voor deze geringe aandacht voor de politieke ambiance rondom het bord is tweeerlei. Ten eerste begint menig Sovjet-burger zo langzamerhand doodmoe te worden van de politiek. Hij wil zo langzamerhand resultaten zien van de perestrojka. Bij de schaaktweekamp is dat proces bovendien nog eens extra versterkt door een van de hoofdrolspelers: namelijk door Kasparov. Sinds hij Karpov zes jaar geleden voor het eerst mocht uitdagen, gedraagt hij zich als de 'angry young man'. Het karakter van die houding is in de loop der jaren alleen maar politieker geworden.

Eerst werd de amper volwassen Kasparov geafficheerd als de man van de 'perestrojka' en was de twaalf jaar oudere Karpov, die in 1979 lid was geworden van Breznjevs communistische partij, een dinosaurus uit de tijd der stagnatie. Toen Karpov zich openlijk begon uit te spreken voor Gorbatsjovs veranderingsstrategie, ontpopte Kasparov zich als de radicalere democraat. Maar ondertussen bleef de wereldkampioen de kleine jongen, de Armenier uit het Azerbaidzjaanse en islamitische Bakoe. En nu, nu het anticommunisme in de Sovjet-Unie een enorme vlucht heeft genomen, is de tegenstelling zelfs geideologiseerd. 'Karpov vertegenwoordigt Gorbatsjov en de partij, ik representeer het anti-communisme', aldus Kasparov. Daarom toonde hij zich er zo tevreden over dat hun tweekamp in Rusland onlangs eens werd beschreven als het 'begin van de koude oorlog der burgers'.

Dit patroon is al die tijd om schaaktechnische redenen ook nog eens versterkt. Tegenover de voorspelbare degelijkheid van Karpov stond de grillige brille van Kasparov. Karpov speelt te veel op zijn eigen helft, was vorige week de kritiek nog van de analist in Sovjetski Sport, een paar dagen voordat de ex-kampioen weer op gelijke hoogte kwam. Kasparov beschreef het verschil zelf bijna drie weken geleden in een interview als volgt: Bobby Fischer was de eerste prof in de sport. Karpov combineerde in het schaken de sport en de wetenschap. 'Ik heb er de kunst aan toegevoegd, ik heb het leven aan het schaken gegeven, de ziel, en de sport daarmee op een nieuw niveau van schoonheid gebracht'.

Maar het laatste jaar begint Kasparov toch ook op de grenzen van deze rol te stuiten. En dat komt omdat hij, thans misschien nog wel meer dan de door hem vermaledijde Karpov, ook politieke ambities heeft. Karpov is lid van het parlement. Hij werd daarin anderhalf jaar geleden gekozen op zijn titel als voorzitter van het 'Sovjet-fonds van de vrede'. Kasparov wil nu ook volksafgevaardigde worden. Dit voorjaar was hij betrokken bij de oprichting van de Democratische Partij van Rusland. Vanaf het eerste moment ging het met zijn participatie echter mis. Kasparov wilde het partijleiderschap van de populaire parlementarier Nikolaj Travkin betwisten. Dat deed hij op het eerste congres ook met veel verve en lawaai. Maar het resultaat was dat Kasparov na afloop van het congres slechts leider was van zijn eigen 'tendens', waarvan bovendien onduidelijk was wie er behalve hijzelf nog meer toe behoorde.

In een mooi vraaggesprek dat hoofdredacteur Gennadi Musajeloejan van 'Moscow Magazine' deze maand met Karpov had, vat de uitdager het probleem van deze politieke aspiraties kernachtig samen. 'Ik heb zijn partijleiders nooit ontmoet, maar ik ken Kasparov natuurlijk erg goed. Ik betreur elke partij waarover hij de leiding heeft'. Karpov staat met dat gevoel niet alleen. Maar de aandacht voor de tweekamp blijft. Dat beide een vermogen verdienen in New York en straks in Lyon wekt bewondering op, geen jaloezie. Want in de Sovjet-Unie is schaken nog altijd meer dan een sport. Het is een manier van leven.

    • Hubert Smeets