Quizmaster Ron Brandsteder: 'Ik ben de moderne versie van devrouw met de baard'

'Vrouwtjes vallen aan de lopende band voor hem in katzwijm', schreef Henk van der Meyden. Libelle doopte hem 'onze nationale lieverd'. Ron Brandsteder wordt verguisd door de kritici maar is blijkens enquetes 'slands meest bewonderde televisiepresentator - met straatlengtes voorsprong op collega's als Sonja Barend, Jos Brink, Adriaan van Dis en Koos Postema. Behorend tot de stal van Joop van den Ende verhuisde de spelleider dit seizoen van de TROS naar de commerciele zender RTL4. 'Rons Honeymoonquiz' stuwt de kijkcijfers op en vormt een cruciale bijdrage aan de doorbraak van Veronique. Interview met een volksheld: 'Ik lust kaviaar en patat - desnoods door elkaar'.

'En hierrrr is-ie dan, uw on-be-hol-pen presentator: Rooon Braaandsteder! Zoliet ik me in het begin aankondigen. Alsof de Karel Doorman binnenvoer -maar dan wel met een gigantisch gat in de romp. De Showbizzquiz was mijnvlucht naar voren. Een idee van Dimitri Frenkel Frank, bedoeld alspersiflage op de spelshow van dertien in een dozijn: ik mocht geenblunders maken, nee, ik moest. Aangezien ik in die tijd geen foutloze zinuit m'n strot kon krijgen was het een golden opportunity. 'Mensen, we hebbenvanavond weer schitterende prijzen, maar eh... gottogot... waar staan ze ookalweer?'

Willem Ruys, die ik in het begin mateloos bewonderde, ergerde zich kapot aan mijn houding. In zijn ogen moest de quizmaster een perfecte gastheer zijn, een ster. Ik was de sympathieke boy next door die zich wat geklungel kon veroorloven. 'Van die truc moet je toch 's af', zei hij niet lang voor zijn dood tegen me. 'Je bent een schijterd.' Volgens Willem was niets makkelijker dan underdog zijn. De underdog scoort altijd; de bovendog kan alleen maar onderuit gaan.

Ik ben een lefgoser. Grote bek, bravour, haantje de voorste. Kindergarten is too late, schreef Ibuka: scholen veranderen eigenlijk niets meer aan de essentie van je persoonlijkheid. Die wordt bepaald door erfelijkheid, en door wat je de eerste jaren van je leven meemaakt. Ik groeide op in de Pijp, tussen de straatschoffies. Geen achterbuurt, geen jungle, maar wel een atmosfeer waarin je alles uit de kast moest halen om je staande te houden. knokpartijen - je leert van je afbijten. Confrontatie is beter dan een beschermde opvoeding. Ik deed mezelf vaak groter voor dan ik was, ik volgde in feite een spoedcursus 'je staande houen'. Ik ben en blijf: een Amsterdamse bluffer.

Voordat we naar het nette Bussum verhuisden kreeg ik spraaklessen om van mijn Mokumse accent af te komen. 'Zeven zwarte zwanen zwommen door de Zuiderzee.' Een laagje vernis, buitenkant-gedoe, onzin. Anders dan je denkt zijn mensen allemaal hetzelfde, ze verstoppen zich alleen achter jargon en maniertjes. Lui die zich laten conditioneren door het comme il faut van hun hokje vind ik stakkerds. Ik wil een leven leiden waarin ik de scheidslijnen uitgum; het laatste wat ik ambieer is een hokje. Daarom presenteer ik, zing ik, acteer ik, produceer ik - doe ik alles.

In het Gooi belandde ik tussen dokters- en notariszonen. Bij m'n beste vriend thuis lagen Mozart, Mahler en Schubert op de draaitafel, en in een woning iets verderop hoorde je ene Thijs van Leer zijn piano afbeulen. Wij waren Perry Como gewend. Op de Bussumse sportvelden sjouwden zeer geaffecteerd sprekende balletjes als Youp van 't Hek rond met hockeysticks. Wij waren een voetbalfamilie. Ik heb die totaal verschillende werelden in mij verenigd, ik ben een soort sociaal mozaiek, ik functioneer op alle niveaus tussen Ajax en Bach. De neiging om te kiezen voor het ene of het andere milieu heb ik nooit gehad - dat doe je alleen uit angst. Mensen denken dat ze veilig zijn met een maatschappelijk clubshirt aan. Een illusie, een illusie die remmend werkt: je sluit jezelf op.

Mijn ouders hadden een hekel aan het Lacoste-effect, het labeltje, de definiering van je eigen positie door uiterlijkheden, het boodschappen doen in de Bonneterie om het boodschappen doen bij de Bonneterie. Bij ons kwam van alles over de vloer. Kegelen Is Bijzaak heette de club van pa, en daar trof hij net zo makkelijk een handelaar in juten zakken als Jaap van Praag. Ik heb hun houding automatisch overgenomen. Nu ik voor een groot publiek werk, merk ik hoe goed het is meerdere talen te spreken. Mijn scope is breder dan het idioom van het Goois Lyceum. Ik lust kaviaar en patat - desnoods door elkaar.

Soms voel ik me verdwaald in een Noord Ierland-achtige oorlog. Ik word passioneel gehaat. Ik behoor tot het verkeerde kamp, he: Telegraaf, commerciele omroep, Joop van den Ende. Dat ik van meet af aan door de kritici in de grond ben geboord heeft hier alles mee te maken. Ik werk voor de massa, en de semi-intellectuelen die pissige stukjes schrijven hebben nu eenmaal een minachting voor de massa. Ze denken zichzelf te verheffen door zich af te zetten tegen alles wat nog dommer is dan zij. Hun dodelijkste wapen heet zwijgen - doodzwijgen -, maar nee, ze moeten schelden, ze moeten me neersabelen. Ze beseffen niet dat ik groei door elk plakje dat ze van me afsnijden. Handenwrijvend zie ik hun geploeter aan.

Tegelijkertijd irriteert het me dat je in Nederland iemand ongestraft 'over het paard getilde eierstok' mag noemen, dat je Ron Brandsteder zomaar kunt afschilderen als nationaal symbool van stompzinnigheid. Als je dat onder ogen krijgt denk je in eerste instantie: ik zou die kritici graag tegenkomen - voor mijn auto. Bij wijze van spreken. Ik ben een primair reagerend type. Als mij onrecht wordt aangedaan is mijn eerste impuls vaak: rammen. Ik voel me letterlijk vogelvrij; ik reageer daar heftig op. Zie ik ergens onrecht, gooit er iemand met jonge katjes ofzo, dan spring ik er direct tussen. Wat dat betreft heb ik hetzelfde bloed als mijn moeder, die kon op een volle Albert Cuyp-markt luidkeels de groenteboer ter verantwoording roepen als hij ons rotte sinaasappels had verkocht.

Sta ik laatst in Zeeland te plassen, komt er een lallende man met zijn videorecorder de wc binnen: 'Ja mensen, en hier film ik dan Ron Brandsteder. De quizmaster is ook maar een mens'. Terwijl die kerel inzoomt op mijn geslachtsdelen waarschuw ik hem twee keer, hij luistert niet, en ik sla hem linea recta die plee uit. Ik schrok er zelf van. De schizofrenie van dit bestaan vreet blijkbaar toch aan me. Bij sommige mensen roep ik blijkbaar iets weerzinwekkends op. Ik word beschouwd als een zondagskind. Zou het komen omdat de successen mij in de schoot vallen? Omdat ik er niet als een soepkip uitzie? Omdat ik een schat van een vrouw en twee superzoons heb? Ik kan niks anders bedenken. Ik mag nooit over de schreef gaan. En dat laten ze je dan voelen. Loop je op het voetbalveld, concentreert de tegenstander zich een wedstrijd lang op het breken van jouw benen.

Als spelleider mag ik niet te charmant zijn. Niet te brutaal. Niet te lief. Niet te opdringerig. Ik benijd Andre van Duin, de totale clown: die mag alles. Misschien komt het omdat Andre geen bedreiging is voor mannen en lesbiennes. Het lijkt alsof het dieren zijn die hun territorium en hun vrouwtje willen beschermen tegen een bronstig dier, een zogenaamde ladykiller, een beroemdheid die alles kan maken. Ik snap wel waar die vrees vandaan komt, maar zien ze mijn knipoog dan niet, zien ze niet dat ik alles voortdurend tongue in cheek doe, op losse schroeven zet, inclusief mezelf?

It's all in the family. Mijn vader heeft het stukrelativeren en wegcijferen van zichzelf tot een ware kunst verheven. Zelfs toen ze hem eind '88 gevangen zetten had hij iets van: ach, ik ben het maar. Ik stond 'snachts om half twee te schuimbekken op het politiebureau. Ze hadden de veters uit zijn schoenen gehaald, de riem uit zijn broek, hij lag op een betonnen bed met papieren lakens. Het scheerapparaat en de schone onderbroeken die ik bij me had mochten niet worden overhandigd.

Hij bleek gearresteerd in verband met een FIOD-onderzoek naar malversaties bij Ajax, waarvan hij bestuurslid was. Pa zou ooit hebben meegewerkt aan het belazeren van de belasting om voetballers aan betere salarissen te helpen. Ik weet dat hij juist moeite had met de manier waarop bij Ajax werd gewerkt. Het was de wilde vaart, hit and run. Een volstrekt andere ballgame dan Sony, waar hij de ethiek hoog in het vaandel had staan. In Tokyo dragen ze hem nog steeds op handen; Morita loopt met hem weg. Hij is geen misdadiger. Als hij fiscale wetten heeft overtreden, dan niet ten eigen bate.

De zaak heeft mijn vader meer geraakt dan hij wil toegeven. Justitie is inmiddels met een compromisvoorstel gekomen. Ik heb pa aangeraden dat te accepteren; fysiek is hij te zwak om het gevecht voort te zetten. De Ajax-affaire leverde Ton Harmsen een beroerte op, en mijn vader ligt nu in het ziekenhuis met een geaccelereerd hartprobleem tegen de dood te knokken. Zo gaat Nederland met leidinggevende figuren om. Vind je het gek dat de echte toppers het land verlaten, vind je het gek dat de tweede en derde garnituur de scepter beginnen te zwaaien.

Het was niet onlogisch dat mijn vader penningmeester werd van Ajax. Hij draaide van jongsafaan elke dubbeltje om, moest wel. Het bedrijfje dat-ie van mijn opa overnam - een werkplaats waar met de hand televisiemeubelen rondom een Philips beeldbuis werden gezet - donderde begin jaren zestig in elkaar. Een echec, armoe. Ik schaamde me dood: we hadden de Compact Chevy II waarover ik zo trots op school vertelde nog geen week of we konden 'm terugrijden naar de dealer. Toen mijn vader hoorde dat een Japanse fabrikant van elektronica een Nederlandse wederverkoper zocht, greep hij die kans met twee handen aan. Met een assortiment dat uit drie radiootjes bestond leurde hij door Philips-land. Jaren van bloed, zweet en tranen, maar feit is dat Sony nergens ter wereld zoveel per hoofd van de bevolking heeft afgezet als hier, in het hol van de leeuw, het bolwerk van de grote concurrent.

Iedereen nam stilzwijgend aan dat ik in de zaak zou gaan. Ik ook. Ik studeerde management op Nijenrode, hield me bezig met talen, psychologie, sociologie, filosofie, liep stage in Oregon en nam vervolgens plaats achter een bureau te Badhoevedorp. 'Goedemorgen, met Ron Brandsteder. Ik heb hier een partij videorecorders die ik u onder uitzonderlijk gunstige voorwaarden kan leveren.' Pfff... was dat het nou? Ik had last van het gespreid bedje-syndroom, ik voelde de drang zelf wat te flikken. 'Moet je doen', zei pa. 'Goed voor je zelfvertrouwen. Als jij zonodig een kijkje in de showbusiness wilt nemen ga je je gang maar.' Voordat hij in het meubelfabriekje van de familie was gedoken had hij met een paar centen een platenmaatschappij opgericht: Dureco. Platen van Jules de Corte, Truusje Koopmans. 'In de bus van Bussum naar Naarden' - dat werk. Als afgestudeerd bedrijfseconoom ging ik a twaalfhonderd gulden bruto per maand platen pluggen voor CBS. Laat niemand van mij zeggen dat ik uit de hand van mijn vader op de glijbaan van het luxe leventje ben gestapt.

Ik heb een enorme hang naar het voetlicht. Die theatrale kant komt van mijn moeder: Andalusische voorouders, temperamentvol, aanwezig - altijd bezig een sfeertje te maken. Ze wilde actrice worden, maar in haar tijd deed je zoiets wufts niet. Zij is het levende bewijs dat in the picture willen staan niet per definitie voortvloeit uit behaagziekte. Het is leven in de brouwerij willen brengen, de drang voelen mensen te vermaken. En-ter-tai-nen.

Ik huilde het behang van de muren als ik donderdagsavonds geen televisie mocht kijken. Dan had je Nederlands drama, dan werd er geacteerd in zwartwit. Acteurs! Als pubertje speelde ik op zolder hele films met mijn vrienden: Buck Danny en zijn maten die in de officiersmess van de Amerikaanse luchtmacht whisky zaten te drinken, voortdurend een stoer soort brabbel-Engels mompelend. Het limelight-virus sloeg definitief toe toen ik op m'n negende als dode slaaf mocht meedoen aan een tv-spel over de joodse exodus. De HBS duurde twee jaar langer dan noodzakelijk: ik was aan de lopende band met cabaretjes en bandjes in de weer. Gek, ik was een verlegen kereltje, wist me bij voorbeeld geen raad met de aandacht die meisjes me gaven, maar ik forceerde mezelf door die schroom heen.

Ik ga dingen graag extreem aan, ik ben het iele jochie dat op de judomat fluitend een beul van een vent bij zijn kimono pakt. Nadat ik stamelend een Sony-stand op de Firato van '78 had veranderd in een theatertje belde Yvo Niehe. 'Met de chef amusement van de Tros'. Hij zat in de problemen: van de presentator die ze hadden uitgezocht voor de nieuwe Showbizzquiz waren alleen de schoenen goed. Of ik er wat voor voelde. Een paar uur later was ik spelleider. Nog een jaartje klooien, dacht ik, en dan pak ik het leven serieus aan. Het gaf me wel een vreselijk schuldgevoel tegenover mijn vader, en hoe langer ik in het quizwerk bleef hangen hoe groter dat werd. Op den duur liep ik elke dag met een nogal besmet gevoel rond. Pas de afgelopen twee jaar heb ik dat van me afgeschud. Ik weet dat pa me voor vol aanziet, dat ik een serieuze job heb. In het begin deed ik maar wat - Spielerei met een hoog losse pols-gehalte -, nu ken ik alle 873 valkuilen. Het is een vak, een moeilijk vak.

De essentie van het goede quizmasterschap is: niet zelf de ster willen zijn. Niet jezelf constant naar voren ellebogen, dan kotst het publiek je snel uit. Je fungeert slechts als doorgeefluik, als traite d'union tussen de studio en de kijkers. Naar buiten toe ben ik louter de garnering bij de visschotel, het plakje citroen en het plukje perselie bij de tonijn, maar da's tien procent van de ijsberg. Ik bedenk en maak zo'n programma ook. Met Joop en vij anderen bereid ik die tonijn. Maanden vantevoren zit ik al met mijn team te bakken en te braden. Al delibrerend passeren dan duizend ideeen voor een nieuwe quiz de revue, en van het uiteindelijke concept werken we wel zestig versies uit. Ik heb het laatste woord. Als ik het niet voel, gaat het niet door. Ik ben de afmaker van het team, de man die de ballen erin kopt, en dus moet ik ook zeggen waar ik die ballen wil hebben: bij de eerste paal, of de tweede, met effect, of zonder... In de 'Wie ben ik quiz' moest ik laatst mensen vragen condooms op te blazen. Dat vertik ik. Vind ik een makkelijke lach halen, een onsmakelijke lach. Kijk, dat inzicht moet je hebben. Als je alleen maar een glimmend buitenkantje bent is het snel afgelopen met je. Ben je weg.

Het is ingewikkelder van een drol een gebakkie te maken dan andersom, zeg ik weleens. Ik bedoel: als je op een rijtje zet wat ik uitkraam tijdens zo'n uitzending lijkt het allemaal flauwekul. Maar goeie flauwekul maken is een enorme opgave. Ik sta daar niet met Shakespeariaanse teksten, ik sta daar niet met een Hitchcock-plot, ik sta daar met drie bruidspaartjes en verder niks. Raak dan maar eens negentig minuten lang de snaren van een paar miljoen mensen.

Ik ben vaak te huiverig, ik vind dingen genant. 'Wat genant', zegt Joop. 'Go. Spuug ze in de bek.' Hij is mijn leermeester en coach. Ik weet nu al dat ik 23 maart 1991 om half negen ontroerd op een podium moet staan. Joop heeft me bijgebracht dat je zulke emoties professioneel en oprecht kunt neerzetten, dat je jezelf authentiek kunt opklooien. Ik streef naar: Frank Sinatra, Johan Cruijff - dat niveau. Ogenschijnlijk nonchalant maar ondertussen geraffineerd. Langzaam maar zeker krijg ik mijn plafonnetje in zicht. Als ik de shows van zeven jaar terug zie vraag ik me af hoe ze dat in godsnaam durfden uit te zenden. Vergat ik de hoofdprijs uit te reiken enzo. Vandaag de dag lijkt het ergens op.

Nog altijd verspreek ik me, kom ik er soms helemaal niet meer uit, sta ik regelmatig te stuntelen. Maar ik speel het nu. Ik ben een doorgewinterde klungelaar, ik wil gewoon geen Piet Perfect worden. Ten dele uit feeling - mensen kijken liever naar een onhandige slungel dan naar een drooggevallen vlaflip of een mechanische Robocop die een show grijs de huiskamers inslingert; ten dele uit berekening. Iemand die grossiert in missers roept herkenning op: nou Ron, als ik daar stond zou ik me ook te pletter zweten.

Je moet nooit slick worden en door gladde babbels te ver van de kijkers verwijderd raken. De showbusiness is een grote contradictie. Om een volksheld te worden moet je aan de ene kant heraut te paard zijn, de illusie van glitter en glamour scheppen, terwijl je anderzijds absoluut 'gewoon' dient te blijven. Ik voel me de vleesgeworden paradox: de ster en de doodgewone spruitenbink, Jekyll en Hyde. Als ik prive boodschappen doe bij Albert Heijn vallen de cassieres om me heen flauw. Dan botst Jekyll met Hide, dan loop je tegen je tweede ik aan. Went nooit.

Dat ik een pagina in NRC Handelsblad krijg slaat nergens op. Wat ik doe is onbelangrijk. Zodra je vanuit deze functie in jezelf gaat geloven zit je op de verkeerde weg. Wat is nou de basis van mijn succes? Honderd procent transpiratie, hahaha. Ik heb een talentje, geen talent. Ik ben simpelweg de moderne versie van de vrouw met de baard, de dorpsgek anno 1990. Op de keper beschouwd is het een belachelijke afspraak dat mensen gaan klappen als ze mij zien, een Pavlov-spel. Het is niet mijn verdienste, het is puur een gevolg van uitvergroting op de buis. Ik ben een kind van de televisie, gevormd door het medium. Andre van Duin heeft het medium gevormd - da's wat anders.

Iedere klojo die regelmatig op de televisie komt om uit te leggen hoe de Nederlandse winterpenen erbij staan, wordt beroemd. En als ze die winterpenenboy een paar maanden mijn plaats laten innemen ben ik vergeten. Ik besta op basis van een hype. Ik loop op flinterdun ijs. Een idioot gevoel. De massa is weg van een quizmaster, maar van Madame Curie - die echt iets heeft betekend voor de mensheid - hebben ze nog nooit gehoord. Ik bewonder de Louis Pasteurs, bovenmenselijke mensen, mensen die zich opofferen. En ik lach om de bewondering voor Ron Brandsteder, een meneertje dat behoort tot het leger simpele zielen die elkaar als de kippen in zijn achtertuin struggling for life kapot pikken.

Joop is niet te stoppen, heeft plannen met me voor de komende tien jaar. Dat benauwt me. Af en toe wil ik de carrousel uit: lezen, reizen, rijden op een Harley, Japanse kookles. Ik wil het maximale uit mijn bestaan halen, zou het liefst vijf levens leiden. Er is een verhaal van Belcampo over een man die mag kiezen: nog vijftienhonderd dagen verder leven als de kerel die hij is, of gedurende een dag vijftienhonderd verschillende levens leven. Hij kiest voor de laatste optie en sterft terwijl hij naar bed gaat met zichzelf. Dat spreekt me wel aan.

Misschien is mijn drift om zoveel mogelijk indrukken op te doen een verkrampte poging m'n leven zin te geven. Door van alles te doen ga je zaken in een ander perspectief zien, groeit je gevoel voor betrekkelijkheid, en dat vind ik belangrijk. The old man and the sea - zover zou ik graag komen. Dat je genoeg hebt aan een bootje, water, en een hersenpan vol herinneringen. Hemingway, ik zou als Hemingway willen worden. Ik heb nog een lange weg te gaan.

Maar als mijn vrienden zeggen dat ik geen initiatieven in de richting van een serieus programma onderneem, hebben ze gelijk. Ja, ik lig luiig in het badje van mijn populariteit. Ik ben als de dood dat het water onder me vandaan loopt, dat ik niet gauw genoeg mijn teen in het gaatje kan krijgen. Misschien had Willem Ruys gelijk, misschien is het goed als ik een keer ontzettend op m'n smoel ga. Dan moet ik de bakens wel verzetten. Maar zolang het water warm is, kom iker niet toe. Dat bad is verslavend. Ik lig als een junk in het sop van de adoratie.'

    • Frénk van der Linden