POLITIEK

Verleden jaar signaleerde Fukuyama naar aanleiding van de val van het communisme 'het einde van de geschiedenis'. Tot in de dagbladen toe werd erover gedebatteerd. Als bijzonder hoogleraar in de theorie en geschiedenis van de internationale betrekkingen heeft ook Bart Tromp daaraan een bijdrage toegevoegd. In een voorwoord op zijn inaugurale rede doet hij afstand van de 'commercialisering' van dit soort debatten. Volgens hem past het 'de ware intellectueel' zich daartegen te weer te stellen. Moet men dit zien als een soort territoriumdrift van geleerde politicologen? Het belooft in elk geval iets en zijn Het einde der politiek? maakt die belofte ook waar. Tromp combineert voor de ontwikkelde nieuwsgierigen, die niet te beroerd zijn de hier en daar gecomprimeerd opgeschreven gedachtensprongen twee keer te lezen, al synthetiserend en scheppend de geschiedenis van politieke theorieen met de feitelijke politieke ontwikkelingen op Europese schaal.

Door de eeuwen heen zijn er verschillende betekenissen van het begrip politiek geweest, die op bepaalde breuken in de geschiedenis hun einde vonden. De oorspronkelijke betekenis van politiek verwees, bescheiden maar mooi, naar het nastreven van het 'goede' door deelneming aan de publieke zaak. Met de vorming van de nationale staten kreeg het begrip in de zestiende eeuw zijn negatieve inhoud. Politiek in die tweede betekenis werd de kunst de soevereiniteit van de staat te handhaven, ook met amorele machtsmiddelen. Na de Franse revolutie kreeg politiek de dynamische betekenis van het vormgeven aan de maatschappij. Tromp wijst erop dat de twee grote sociale ideologieen van de negentiende eeuw in de kern nu juist zelf de belofte inhielden aan 'de politiek' een einde te zullen maken. Het liberalisme door met het vrije spel van maatschappelijke krachten de macht te 'neutraliseren', het socialisme door er met de klassestrijd een eind aan te maken. Fukuyama voorspelde na de overwinning van het inmiddels van die pretentie ontdane liberalisme 'eeuwen van verveling'. Maar voor Tromp, die constateert dat Fukuyama alleen die derde, ideologische betekenis van politiek op het oog had, gaat de geschiedenis voort.

Aan de hand van de controversiele Duitse politieke theoreticus Carlo Schmitt komt hij met een politiek-begrip dat na deze laatste breuk goede diensten zou kunnen doen. Het is uiterst realistisch en ontdaan van programmatische bedoelingen als 'waarheid' en rede. Schmitts formule lijkt nog het meest op de tweede historische betekenis van politiek. Een belangrijk verschil is dat hij de uitoefening van soevereiniteit nog slechts mogelijk zag in grotere verbanden dan de nationale staat. In Grossraume dus.

Tromp heeft geen last van enge visioenen bij dit woord. Hij zou het 'helemaal mooi' vinden, als er een politiek verenigd Europa zou komen. Die 'redding' van de politiek ziet hij echter niet verwezenlijkt. Enerzijds lekt de soevereiniteit van de Europese staten weg naar de Europese gemeenschappen, terwijl ze anderzijds met kracht wordt benadrukt. De ontwikkeling lijkt dus te gaan naar een stelsel van gefragmentariseerde soevereiniteit, dat doet denken aan dat van de Middeleeuwen. In ' een wereld van elkaar deels overlappende en op verschillende niveaus functionerende gezagsstructuren', komt er minder ruimte voor 'politiek' in de door hem onderscheiden drie betekenissen. Tromp laat weten dat hij zo'n einde van de politiek geen staat en geen burger toewenst.

Het einde van de politiek?

door Bart Tromp

62 blz., geill., Dubio Boeken 1990, f15, --

ISBN 9052610290