Pakhoed aan zet in strijd om Furness

ROTTERDAM, 3 nov. Tot nu toe heeft Pakhoed niet gereageerd op de oppositie onder leiding van de Amerikaanse vermogensbeheerder Fidelity tegen het bod dat het Rotterdamse havenbedrijf op collega Furness heeft gedaan. De oppositie ziet weliswaar veel heil in een samenwerking tussen beide havenconcerns, maar vindt het bod van Pakhoed te laag. Pakhoed biedt een aandeel plus 130 gulden in contanten voor twee (certificaten van) aandelen Furness. Op basis van de slotkoers van gisteren biedt Pakhoed 165 gulden voor een Furness aandeel. De dwarsliggende aandeelhouders vinden dat dat minimaal 200 gulden moet zijn.

Tijdens de informatieve aandeelhoudersvergadering van vorige week vrijdag moest de raad van commissarissen van Furness zich langdurig verdedigen tegen het kritiek op het tijdstip waarop die raad zal verdwijnen en waarop twee van hun leden overstappen naar de raad van commissarissen van Pakhoed. Afgelopen maandag heeft de Vervoersbond FNV zich in de strijd geworpen. Die spreekt van 'oppositie over de rug van werknemers voor profijt op korte termijn'.

Het lijkt dat het nu de beurt is aan Pakhoed zelf om het stilzwijgen te verbreken. Het bedrijf kan dat op de bijzondere vergadering van aandeelhouders aanstaande maandag doen.

Die vergadering heeft Pakhoed overigens niet uitgeschreven om een toelichting op het bod te geven. Maandag staat alleen de voorgenomen benoeming van mr. O. Hattink en J. Groenendijk tot commissaris en mr. N. J. Westdijk tot directielid bij Pakhoed op de agenda. Dit overigens onder de opschortende voorwaarde van het doorgaan van het bod waarvoor de biedingstermijn op 9 november afloopt. Reden voor een aantal certificaathouders zich vorige week vrijdag af te vragen waarom die vergadering niet na 9 november plaats vindt.

Hattink en Groenendijk zijn nu nog commissaris bij Furness, waar Westdijk de directie leidt. De oppositie, die zegt een belang van ongeveer 20 procent in Furness te hebben, vindt dat als zij hun certificaten niet aanbieden Hattink en Groenendijk niet kunnen over stappen naar Pakhoed. Zeker niet zolang zij nog commissaris bij Furness zijn.

In het biedingsbericht staat dat de raad van commissarissen van Furness zo spoedig mogelijk zal vervallen na het slagen van het bod. Wanneer precies is niet duidelijk. Als de oppositie inderdaad besluit haar stukken niet aan te bieden, zou de situatie kunnen ontstaan dat een nog steeds beursgenoteerd Furness met Pakhoed als grootaandeelhouder geen raad van commissarissen heeft. De Vereniging voor de Effectenhandel eist echter wel een ordentelijke raad van commissarissen, zo betoogde de oppositie vorige week. Daar ontstaat een probleem.

Een van de voorwaarden van gestanddoening van het bod is dat minimaal twee derden van de certificaten moeten worden aangeboden. Dat lijkt Pakhoed vooralsnog wel te kunnen halen. Naast Fidelity en de aandeelhouders die zich daarbij hebben aangesloten heeft alleen Rienk Kamer tot nu toe laten weten dat een pakket van drie procent dat zijn client schijnt te hebben onder de huidige voorwaarden niet wordt aangeboden.

Als het bod doorgaat, maar niet alle aandelen worden aangeboden, wordt de mogelijkheid van een juridische fusie open gelaten, zo hebben Pakhoed en Furness in het biedingsbericht laten weten. Bij een juridische fusie vindt een aandelenruil plaats, waarbij een onafhankelijk deskundige moet verklaren of de ruilverhouding redelijk is. De ervaring met uitkoop van houders van minder dan 5 procent wijst er echter op dat niet snel wordt afgeweken van de waardebepaling van het oorspronkelijke bod. Zo bezien heeft Fidelity niets te verliezen door niet meteen te wijken. De Audet-zaak heeft bovendien geleerd dat een hoger bod zelfs nog wel eens na het sluiten van de aanbiedingstermijn kan komen, mits het dan maar voor alle aandeelhouders geldt.