Japanse premier slachtoffer Golf?

TOKIO, 3 nov. Het eerste Japanse slachtoffer van de Golfcrisis is wellicht niemand minder dan de premier zelf. Niet alleen de oppositie maar zelfs leden van zijn eigen partij leggen premier Toshiki Kaifu het vuur na aan de schenen over zijn omstreden wetsvoorstel voor een Japanse bijdrage aan een troepenmacht van de Verenigde Naties voor vredeshandhaving. In de pers wordt al uitgebreid gespeculeerd over Kaifu's aftreden. Politieke commentatoren schatten dat het eerder een kwestie van dagen is dan van maanden.

Geprest door de Amerikaanse president Bush om meer te doen voor de internationale inspanning in de Golf dan het schrijven van een cheque, heeft premier Kaifu in grote haast een wetsvoorstel in elkaar gedraaid dat het mogelijk maakt personeel van de Japanse zelfverdedigingsmacht onder VN-vlag naar het Golf-gebied te sturen voor niet-militaire operaties.

Het voorstel staat op gespannen voet met Japans pacifistische grondwet, die geweld afzweert als middel om internationale conflicten op te lossen. Ook zou Japan volgens zijn grondwet, die de Amerikaanse bezettingsautoriteiten na de oorlog hebben gedicteerd, eigenlijk geen leger mogen hebben. Maar dankzij een praktische 'herinterpretatie' van de wet heeft Japan sinds 1954 een 'zelfverdedigingsmacht'. De functie daarvan is puur defensief en het operatiegebied is beperkt tot Japans territorium.

Dat Kaifu's voorstel op weerstand stuitte bij de oppositiepartijen was voorspelbaar maar niet onoverkomelijk gezien de absolute meerderheid die de regerende LDP geniet in het Lagerhuis. Dat populariteit van de premier onder de bevolking door het voorstel werd aangetast was zorgwekkender. Toch leek het niet nodig daar al te zwaar te tillen.

Deze week echter begonnen kopstukken uit Kaifu's eigen LDP in het openbaar hun twijfels uit te spreken over de wijsheid van het voorstel. Shin Kanemaru, een invloedrijke eminence grise van LDP's grootste 'habatsu' of kliek, zei dat 'Japan naar manieren moest zoeken om zijn internationale verantwoordelijkheden te vervullen zonder de voorgestelde wet'. Ook was Kanemaru somber over de kansen dat de wet wordt aangenomen tijdens de huidige parlementszitting, die op 10 november eindigt. Een opiniepeiling onder parlementariers heeft uitgewezen dat het wetsvoorstel in het Lagerhuis vermoedelijk niet op voldoende steun kan rekenen.

Het lijkt erop dat Kanemaru's opmerkingen het startsein zijn geweest voor andere LDP'ers om hun ongenoegen over het voorstel te uiten, al is niet duidelijk of hun kritiek is ingegeven door hun pacifistische inborst of omdat zij hun kans schoon zien Kaifu te wippen. Steeds meer LDP'ers sluiten zich aan bij de roep van de Socialistische partij dat Kaifu zal moeten aftreden als zijn voorstel voor een vredeskorps het niet haalt.

Kaifu heeft een paar grote misrekeningen gemaakt toen hij zijn wetsvoorstel presenteerde. Om te beginnen bewees hij ermee geen standvastig politicus te zijn, want weken tevoren had hij nog beweerd 'nooit' personeel van Japans zelfverdedingsmacht naar de Golf te zullen sturen. Hij stelde toen voor een korps van vrijwilligers te zenden voor ondersteunende activiteiten. De animo bleek echter zo gering dat Kaifu naar een andere methode moest omzien om te tonen dat Japan wel degelijk bereid was te zweten voor de verdediging van zijn belangen in de Golf.

Kaifu heeft verder een grote vergissing begaan door te veronderstellen dat veel Japanners, net als hijzelf, meer hechten aan het goed houden van de relatie met de Verenigde Staten dan aan Japans pacifistische grondwet.

Verder heeft Kaifu zich verkeken op de steun binnen zijn eigen partij. Hij wordt nu geconfronteerd met zijn 'nederige' afkomst. Als lid van de kleinste 'kliek' binnen de LDP zou hij nooit in augustus 1989 tot partijvoorzitter zijn gekozen wat automatisch het premierschap met zich meebrengt dankzij de meerderheid van de LDP in het parlement als de candidaten uit grotere en machtiger klieks niet tijdelijk waren uitgeschakeld wegens hun betrokkenheid bij het Recruit-omkopingsschandaal.

Voor een tussenpaus doet Kaifu het opmerkelijk goed. Hij heeft de publieke opinie op zijn hand gekregen door geslaagde optredens in het buitenland. Zijn omgang met Bush, waarbij beiden elkaar tutoyeren, droeg daar aanzienlijk toe bij (sinds Nakasone Reagan met Ron aan mocht spreken is dit een graadmeter voor intimiteit met de president van de VS). Zijn vijanden binnen de partij heeft Kaifu op afstand weten te houden door als voorwaarde voor zijn ministers- en partijfunctionarissen te stellen dat zij corruptievrij moeten zijn. Alle politici die bij het Recruit-schandaal betrokken waren geweest werden op deze manier voor langer dan zij dachten uitgerangeerd. Nu doet zich een uitgelezen gelegenheid voor om de premier beentje te lichten.