Imam rekent op welslagen van missie naar Irak; 'Gijzelenstrookt niet met Koran'

UTRECHT, 3 nov. Als Hamzah Zeid om drie uur 's middags van de Iraakse ambassade in Den Haag terugkeert op zijn flat in de Utrechtse wijk Oog in Al, wordt hij vrolijk begroet door de buren: 'We hebben je weer op de televisie gezien!'

Zeid groet ingetogen terug. Hij is voorlopig niet ontevreden. De eerste stappen op weg naar Irak, waar hij wil meehelpen om Nederlandse gijzelaars vrij te krijgen, zijn gezet en lijken succesvol. Uit het gesprek met ambassadeur Al-Falaki is gebleken dat hij en de andere leden van de delegatie grote kans maken op een visum voor het rijk van Saddam Hussein.

Maar tegelijk proeft hij noodgedwongen een wrange vrucht van de voorgenomen missie. Hij komt in een leeg huis. Zijn vrouw Zahira is begin deze week voor vakantie en familiebezoek naar de Jordaanse hoofdstad Amman vertrokken. 'Ze is boos omdat ik die actie voer', verklaart Zeid. 'Ze denkt dat ik gevaar loop en verwijt me bovendien: jij zet je in voor Nederlanders, terwijl zij niets voor de Palestijnen doen.'

Zeid is Palestijn, net als zijn vrouw, en daar maakt hij geen geheim van. Op zijn rever steekt een speld met de Palestijnse vlag en aan de wand van de woonkamer hangt een kaart van het land in king size-formaat. Hij is nu 56 jaar. In 1965 kwam hij uit Jordanie in Nederland om hier op contract als tolk Engels-Arabisch te werken. Na de zesdaagse oorlog in 1967 besloot hij als voormalig bewoner van Nabloes op de inmiddels bezette Westbank in Nederland te blijven. Dat kon dank zij een permanente verblijfsvergunning. Hij heeft nog altijd een Jordaans paspoort.

Vertaalwerk neemt nog slechts een gering deel van zijn tijd in beslag. Zeid is in de eerste plaats imam, geestelijk leidsman van de soennitische moslimgemeenschap. Dat betekent dat hij op vrijdag, de islamitische zondag, beurtelings in twee Utrechtse moskeeen voorgaat in gebed en een preek of toespraak houdt. 'Je zou me een dominee of pastoor kunnen noemen, maar dat heeft feitelijk niet zo veel om het lijf. Mijn hoofdtaak is het bezoeken van moslim-gedetineerden in drie verschillende huizen van bewaring, waaronder de Bijlmerbajes.'

Bovendien probeert Hamzah Zeid, zoals hij het uitdrukt, een dialoog tussen moslims en christenen tot stand te brengen: 'Dat wil helaas maar moeilijk lukken. We zijn nog altijd vreemden voor elkaar. Individuele contacten zijn er wel en tot ieders tevredenheid, maar tussen de officiele kerk en moskee gaat het ronduit slecht. De kerk voelt zich superieur aan de islam en wil ons geen duimbreed ruimte geven. De moslims begeren de dialoog wel, maar zeggen: eerst moet de kerk ons als gelijkwaardige partner beschouwen. Zo is de cirkel rond. Het schaarse begrip voor moslims is door de affaire-Rushdie trouwens helemaal verdwenen.'

De teleurstelling, om niet te zeggen ontgoocheling, die hieruit spreekt, geldt wat de imam betreft niet voor Nederland in het algemeen. Hij koestert juist warme gevoelens voor ons land: 'Ik ben hier altijd goed behandeld en wil daar iets voor terugdoen. Daarom heb ik ja gezegd toen dominee Wouter me vroeg om mee te gaan naar Irak. Uit een soort schuldgevoel, kun je zeggen, maar tegelijk in de hoop dat hiermee sympathie wordt gekweekt voor het lot van de Palestijnen.'

Toen het verzoek van Wouters hem bereikte, had hij zelf in de gijzelaarskwestie al actie ondernomen. 'Ik was woedend toen ik hoorde dat Janmaat zou gaan en heb gelijk de ambassade geschreven dat ze hem geen visum moesten geven. Janmaat, schreef ik, is de Nederlandse Le Pen en die heeft ook geen visum gekregen. Ze waren nogal verbaasd op de ambassade, ze begrepen het niet. 'Die man is toch parlementslid?' kreeg ik te horen. 'Dat zegt niets', heb ik daarop geantwoord.'

Janmaats aanvraag bleek in elk geval vruchteloos, wellicht door het ingrijpen van de Utrechte imam, die overigens geen man lijkt om hoog van de toren te blazen. Hij maakt eerder een verlegen indruk, maar kan de dingen onverbloemd en in vrijwel vlekkeloos Nederlands onder woorden brengen.

Ook als het gaat om zijn houding in de Golfcrisis, een pro-Iraakse houding, die hij voornamelijk toeschrijft aan sociale onrechtvaardigheden in de Arabische wereld: 'Alle rijkdommen van de Golfstaten vloeien naar de EG en Amerika, want daar investeren de oliesjeiks aan de lopende band in autofabrieken, banken en supermarkten, terwijl ze weigeren een fractie van hun vermogen aan de arme Arabische landen af te staan. Een dollar per vat was nog te veel gevraagd.'

Hij vindt ook dat Irak historische rechten op Koeweit kan doen gelden. Liever had hij gezien dat Saddam Hussein de kwestie via de Verenigde Naties had geregeld in plaats van het land met geweld te annexeren, maar daar voegt de Palestijnse imam terstond aan toe: 'Er zijn honderden resoluties tegen Israel aangenomen en niemand lag er wakker van. Nu is er een resolutie tegen Irak en de hele oorlogsmachinerie van het Westen komt in beweging.'

Waar zijn sympathieen in het conflict liggen, is dus zonneklaar, maar dat Saddam Hussein burgers gijzelt als middel in de strijd, keurt ook Hamzah Zeid onvoorwaardelijk af. 'Dat strookt niet met de boodschap die uit de Koran tot ons komt. De profeet heeft het allemaal duidelijk gezegd: soldaten mogen slechts tegen soldaten vechten en niemand mag tegen zijn wil worden vastgehouden. Net zo goed als je volgens de Bijbel geen mensen mag laten verhongeren, zeker geen kinderen en ouden van dagen. En dat gebeurt in Irak. Door de economische boycot wordt ook het Irakese volk in zekere zin gegijzeld.'

Nu de imam, ds. Wouters en J. Ruijter van het Amsterdamse Mozeshuis, als de tekenen niet bedriegen, het document zullen krijgen dat Janmaat werd ontzegd, denkt hij volgende week donderdag te kunnen vertrekken. Wel zag hij graag de moeder van een der gijzelaars aan het gezelschap toegevoegd, 'want de moeder speelt in de Arabische traditie een grote rol'. Mocht hij inderdaad binnenkort in Bagdad uit het vliegtuig stappen, dan doet hij dat met de Koran in de hand. Hij wil de geestelijken van Irak, zijn collega's, met teksten uit het heilige boek tot medewerking aansporen.

Een onderhoud met Saddam Hussein zelf ziet hij nog niet in het verschiet: 'We ontmoeten mensen op ons niveau, de religieuze leiders in Bagdad, waarvan ik er verscheidene ken en die moeten weer bij de regering voor vrijlating pleiten. Ik heb goede hoop dat het lukt, want de moskee heeft in Irak een grote invloed op de regering.'

Maar of het over de hele linie lukt, is ook voor Zeid zeer twijfelachtig: 'Ons doel is natuurlijk alle 165 Nederlandse gijzelaars, inclusief de baggeraars, vrij te krijgen, maar ik ben realist genoeg om te zeggen: dat is te hoog gegrepen. Ik denk dat we met zo'n dertig mensen terugkomen en als het getal inderdaad in die orde ligt, mogen we voorlopig tevreden zijn, dan is onze missie redelijk geslaagd.