Hollands Dagboek

Joost Sternheim (39) is sedert 1985 werkzaam in theater Frascati, vanaf 1988 als artistiek directeur. Eerder werkte hij als dramaturg bij de NOS-tv, was hij redacteur van Toneel Teatraal en criticus voor de HP. Deze week debatteerde de Amsterdamse raadscommissie cultuur onder meer over de benarde financiele positie van Frascati. Sternheim woont samen met vrouw en twee dochters.

Donderdag

Vanochtend voor het laatst bestraald. Jonge witjas sprak de hoop uit mij niet terug te zien. Dat kon ik met hem mee voelen. Het mooie woord 'collimator' vergeet ik in elk geval nooit, net zo min als de twee velletjes peuter-expressie die ten gerieve van de liggende gast op het plafond geplakt zijn. Vrolijk wel, maar het voelt zo invalide.

Thuisgekomen met een ongezonde staaf gevulde speculaas - weer een medisch mijlpaaltje voorbij tenslotte - en met het vaste voornemen enige Flinke Initiatieven te ontplooien. Doordringen tot WVC bijvoorbeeld en zowaar, dat lukt meteen. De toestand in de wereld wordt snel doorgenomen, taxatie plus analyse plus taxatie, samen aan de telefoon zijn wij 't helemaal eens, maar ja wat gaan we er aan doen - vraagt de ambtenaar. Voel me na vier maanden in de medische sector weer helemaal thuis. Wat gaan we er aan doen, een ambtenaar die dat zegt bedoelt: wij kunnen 't ook niet helpen. Hoezo terugtredende overheid.

De rest van de ochtend gaat op aan minder diepgravende telefoontjes en aan mijn onderzoek naar de ontwikkeling van de Nederlandse toneelschrijfkunst sinds Tomaat. Lees Wanda Reisel en besef nogmaals hoe belangrijk Leedvermaak van Judith Herzberg is geweest. 's Middags naar fysiotherapie. T. deelt mee er volgende week niet te zijn: cursus in Rolduc. Schijnt heel duur te zijn, wat ik onmiddellijk geloof. De rest van de tijd leert mijn linkerbeen weer badmintonnen. Haal daarna jongste dochter Zooey (3) uit de creche en verneem thuis van opwinding bij de Theaterunie. Als ik opbel wordt mij een artikel uit het Parool voorgelezen over de 'teloorgang van Frascati'. Behalve enige aperte onjuistheden valt me vooral op hoe volmaakt vanzelfsprekend en stiekem zakelijke beschrijving en persoonlijke voorkeuren van de journalist in elkaar overlopen. Beloof volgende dag naar kantoor te komen voor eigenhandige lezing. De voorpagina van de NRC stemt me vervolgens erg gelukkig: vlak boven een grote foto van Philips-president Timmer - een norse pad met veel vierkante meter schouder en aandoenlijk in zich zelf gekeerde punnik-handjes - de tekst 'Uitblinkers beloond door biermagnaat'. Het kapitalisme in heel zijn genuanceerde verscheidenheid. Word dan toch nog kwaad als ik lees dat de wetenschap met vier keer een kwart miljoen wordt gewaardeerd en de kunst met 1x 1/5 van dat bedrag. De dubbeltjes-mentaliteit van een miljoenen-maecenaat.

's Avonds acteur Bart K. op bezoek. Hij heeft een bijzonder stuk over Aletrino (plus Jacob Israel de Haan) geschreven. Ook hier de vraag wat gaan we er aan doen. Frascati heeft geen geld, alleen faciliteiten en zelfs die staan op de tocht. We besluiten het sowieso te gaan maken, het moet. In bed het dagboek van Wim Kan. Intrigerend en op pathetische wijze oneerlijk over zijn vrouw. Hij is tegen spreiding van De Revisor naar Nijmegen. Hoort WVC 't ook eens van een ander.

Vrijdag

Op bezoek bij oude vriendin Els L. Schrijfster, moeder, feminist, een combinatie waar ik zelf ook mee samen woon. Altijd weer het probleem dat de moeder voorwaarde en sluitsteen is, niet alleen van de combinatie, maar ook van de man. Ontwerpen ter plekke een moderne Nederlandse versie van La Terrazza, vier linkse mannen in de overgang. Maar dan met dito vrouwen. Moet ook denken aan Geur der droefenis van Kossmann, een van de mooiste boeken van de afgelopen tien jaar. Bij het afscheid krijg ik drie scenario's van de serie 'Mieters' mee, de tv-bewerking van Bij nader inzien van Voskuil. Heb 't notabene zelf vele jaren geleden n.a.v. de 'Glittering Prices' bij de NOS gedeponeerd. Reactie toen: zoiets kunnen wij toch nooit maken.

Met die dubbel dikke bult in mijn tas geef ik toe aan een van mijn grootste genoegens: een bezoek aan de 2de hands Van Gennep. Officieel heet dat modern antiquariaat, maar dat is net zoiets als het verschil tussen bezuiniging en ombuiging. Ik schat dat ongeveer de helft van mijn bibliotheek, uitgezonderd het toneel, daar vandaan komt. Betwijfel of het type wordt herkend, maar ik ben een ras-echte Van Gennep-intellectueel. Als ik het pand verlaat loop ik op twee benen mank: links te veel boeken, rechts een kruk.

Op kantoor lees ik het Parool-artikel. Vraag: wat hebben Parool, HP en Telegraaf gemeen? Theater wordt er gemeten naar de geest van het gesundenes Volksempfinden. Frascati loopt als een trein maar de Parool-journalist en zijn vrienden gaan er niet heen en dus denkt hij dat niemand er heen gaat. Dus is Frascati elitair; dus is het niet belangrijk; dus kan het wel weg. Dit intelligente opstel krijgt een twee.

Daarna fijn met de tram. De vertegenwoordigers van alle Amsterdamse doelgroepen zitten in mijn gezellig volle lijn 4 en natuurlijk staat er niemand voor mij op - dat komt er van als je te veel boeken meesjouwt. Als ik mij onhandig met mijn kruk een weg baan ontstaan er warempel gesundene irritaties. Op dat moment doet de bestuurder wat alle Amsterdamse trambestuurders met angstaanjagende gretigheid doen: voorrang nemen in plaats van afwachten of je 't krijgt. Dank zij de botsing ontsnap ik naar een taxi en ben ik net op tijd om Lot (7) van school en Zooey van de creche te halen.

's Avonds naar Madame Butterfly van Luc Boyer. Frascati lekker vol. Als altijd beweegt Boyer met delicate pracht; als altijd levert dat pregnante beelden en stemmingen op en soms, even, die paar seconden waarin de tijd stil staat en waarheid wordt. Het napraten in de kroeg doet de voorstelling snel verbleken. Niets veroudert zo snel als de theater-voorstelling die je net gezien hebt.

Thuis probeer ik streng schakelend drie films tegelijk te volgen. Drie rotfilms, maar dat is spannender dan een rotfilm. Kan z'n dagboek is niet oneerlijk over maar tegen zijn vrouw.

Zaterdag

Ergens vlak voor ik wakker werd ging er iets mis en de rest van de dag blijft het mis. Een etenje op zondagavond, waar ik enorm naar uitgekeken heb, moeten we afzeggen: niemand van onze vaste oppas-kring is beschikbaar. S. voelt zich trouwens steeds zieker worden en bovendien gaat Andree van Es de Kamer uit. Reageer mijn chagrijn natuurlijk op de kinderen af - en maar denken dat je door een ernstige ziekte Rijper en Wijzer wordt. Duik tenslotte weg in een documentair filmscript over Wittgenstein, met deze uitspraak, opgedragen aan de biermagnaat: ' De mensen geloven tegenwoordig dat de wetenschappers er zijn om hen te onderrichten, de dichters en de musici etc. om hen blij te maken. Dat deze laatsten hen iets hebben te leren komt niet bij hen op.'

Zondag

De VRPO-tv op zondagochtend en -avond. Alles moet anders in ons omroepbestel maar laat de rustdag van de Heer a.u.b. de zendingsdag van de vrijzinnig protestanten blijven. S. inmiddels echt ziek. Glip er rond lunch-tijd toch even tussen uit voor een bezoek aan boezemvriend G., auteur van het Wittgenstein-scenario. Ernstig spreek ik hem toe: het is te braaf, het mist hartstocht en persoonlijkheid. Degelijkheid heeft deze figuur niet verdiend. G. hoort mij welwillend aan. Tenslotte gaat het niet alleen om Wittgenstein maar ook om dat geheimzinnige species, de modale, brave tv-kijker.

Het aloude onderwerp toneel op televisie, hoe en waarom, brengt ons onmiddellijk bij elkaar: dat hoeft helemaal niet, tenzij als nieuw, autonoom filmprodukt. En als we het dan toch over de twintig miljoen van het Stimuleringsfonds hebben, die moeten vooral het losse tv-spel (single play) ten goede komen; liefst historisch/politiek/journalistiek geent. Weer een kwartier later hebben we er zes bedacht, met de mensen die het moeten gaan doen plus het bijbehorende budget. Voor 3,3 miljoen kunnen ze alle zes gemaakt worden. Houdt het Stimuleringsfonds nog heel wat over voor omroepen die op tournee in de provincie willen. Tevreden ga ik heen; lekker over kunst gepraat, de wereld verbeterd en gelukkig ging 't al die tijd over geld.

's Avonds lees ik deel 1 van 'Mieters'. Is dat even schrikken. Het is niet slecht, maar romanpersonages op eigen houtje veertig jaar ouder laten worden is een louche onderneming. De roman-lezer is ontevreden, de a.s. tv-kijker nog lang niet overtuigd.

Maandag

De week van de politiek begint al goed. We hebben afspraken met de cultuur-specialisten van (bijna) alle Amsterdamse raadsfracties, te beginnen met het CDA. Die ziek afbelt. Ja, wie is er nou niet ziek. Troostrijk is het bezoek aan Mette B., helemaal gezond en pas begonnen als moeder. Natuurlijk wil ze blijven regisseren en hoewel ze niet speciaal feministisch geinspireerd is zal ook die combinatie nog niet meevallen. Poseer vervolgens voor Bernardien S., een tweede portret na tien jaar. Het voorlopig ontwerp doet mij denken aan een kruising van Ben Kingsley als Gandhi en Truman Capote als weer niet zichzelf. Ben buitengewoon dol op haar werk, evenzeer geinspireerd door de Nederlandse school Koch, Willink c.s. als door de Vlaamse en Italiaanse meesters van de Renaissance. Helder, dramatisch, scherp, wonderschoon, maar wie ben ik? Haar broer.

's Avonds 'Mieters' 2 en 3. Nee, dat valt niet mee. Veertig jaar ouder zijn de oorspronkelijke romanfiguren er niet interessanter op geworden en dat doet met terugwerkende kracht ook afbreuk aan de vriendschap van toen. Zou het boek dan toch niet geschikt zijn voor televisie?

Dinsdag

Ook D66 zegt af, geen tijd, een andere speech gaat voor. Is Frascati niet belangrijk genoeg of is een tekort van 2 ton niet erg genoeg? Aan dat laatste kunnen we allicht iets doen. Ik heb 't mij nog niet voorgenomen of daar is een vingerwijzing Gods: anonieme vrienden doen ons een enveloppe met flink veel geld toekomen. Voor een vakantie die van de zomer niet door kon gaan. Dat anonieme maakt me zenuwachtig; waarom eigenlijk, praat je een keer niet over geld, krijg je 't gewoon, zomaar, zeur niet, geniet ervan. Dank lieve anonimi.

Bij gebrek aan politieke actie lees ik het verslag van een gesprek dat ik een paar weken eerder had met twee stafleden van de Kunstraad. Onderwerp: de paragraaf cultuur in het concept-Structuurplan 1990 van de gemeente Amsterdam. Dat die paragraaf er in staat schijnt al heel bijzonder te zijn. Vraag 1: wat zijn de sterke en de zwakke kanten van Amsterdam als kunstcentrum? Een vraag met een luchtje. De zwakste kant van Amsterdam als kunstcentrum is dat het bijzonder slecht zorgt voor haar kunstenaars; dat het altijd maar op zoek is naar de nieuwste chique gril en nooit eens trots is op en houdt van de anarchistische rijkdom der kleinschaligheid die Amsterdam uniek maakt in de wereld. Maatregel 3 uit de cultuurparagraaf luidt als volgt: ' Culturele acommodaties van strategische waarde voor de culturele centrumpositie en voor de stedelijke concurrentiepositie in economisch, toeristisch en recreatief opzicht worden met voorrang ontwikkeld'. Oftewel: de Van den Endes moeten subsidie krijgen. De zwakste kant van Amsterdam als kunstencentrum bestaat uit dit soort beroerd geformuleerde conservatieve non-ideeen.

Woensdag

De eerste partij die zich wel aan de afspraak houdt is de PvdA, in de gedaante van La Gre. Op een gruwelijk rode bank, roder dan de partij van socialisme of schaamte ooit geweest is, zitten wij hartelijk bijeen. Zij is niet onwelwillend, blijkt zeer goed op de hoogte, is het met ons eens dat de subsidieregeling voor Frascati onheus in elkaar steekt, maar kan natuurlijk niets toezeggen.

Later op de dag belt het Nieuws van de dag met alweer een tendentieus en slecht geinformeerd artikel in de maak. Aan het laatste kan ik nog iets doen, aan het eerste niet, want de journalist heeft naamloze deskundigen geraadpleegd en op kritiek van derzulken reageer ik niet. Dat doe ik natuurlijk toch, tegen beter weten in, met als enige gevolg dat ik mezelf boos loop aan te kijken. Tot nog toe kan alleen het stuk in het Algemeen Dagblad genade bij me vinden; niet omdat het lief is voor Frascati, dat is het niet, maar omdat het de problemen van Frascati geheel terecht plaatst in het licht van het acommodatie-gedonder in Amsterdam van de afgelopen jaren.

Over journalistieke mores gesproken: dat de NRC zo'n haast heeft om de columnist Van Doorn weg te sturen bevalt me absoluut niet. 'De' joodse journalist bestaat niet. Nee, maar de zekerheid die meneer Stein heeft dat iemand die dat zegt niet deugt vind ik minstens zo eng als de geconstateerde misdaad. ' Je ziet dat vaker bij mensen die niet zo vreselijk van joden houden' zegt Stein ook nog. Bedoelt hij de Joden of zelfs de Jood? Moeten we daar dan wel vreselijk van houden? En als we dat niet doen, niet vreselijk genoeg doen, moet ons het zwijgen worden opgelegd? Is dat nou liberale kwaliteit, lieve NRC?

Donderdag

Vandaag spreken wij de VVD en Groen Links. De eerste houdt zich met ferme taal toch op de vlakte en dat is ook een talent; de tweede, integer en betrokken als altijd, zoekt het in een financieel-technische oplossing. Dat wil zeggen dat wel het tekort, maar niet de reele noden van Frascati verholpen worden. Juist deze integere figuur maakt 'savonds een faux pas in de raadscommissie cultuur. Als onpartijdig voorzitter maar helaas ook enige Groen Linkser probeert hij de rest van de commissie een 1% bezuiniging op alle kunstinstellingen aan te smeren. Vooral ten behoeve van Felix Meritis. Een klasse-lobby. Trouwens als ik dubbele Felix hoor (van Meritis en Balie) is het net of hij dat struktuurplan voor de gemeente Amsterdam geschreven heeft: ' Tal van ontwikkelingen gaan onze neus voorbij. We kunnen niet lang meer wachten'. Dat gevoel, dat er een laatste trein te halen is en dat Amsterdam die dreigt te missen, dat verraadt de echte zwakte van Amsterdam - angst voor eigen onvermogen. Tussenbalans voor Frascati: begrip, de neiging om er wel wat aan te doen, maar zowel het 'wel' als het 'wat' laten nog veel te raden over. Ik raad dat het goed afloopt.