Hirsch Ballin wil dat burger geweten aanspreekt

DEN HAAG, 3 nov. Minister Hirsch Ballin (justitie) heeft eergisteren de Kamer zijn motto voor de jaren negentig gepresenteerd: 'De moet-kunnen-cultuur dient te worden vervangen door de cultuur van dat-kun-je-niet-maken.' Hij wenst 'een nieuwe publieke moraal' waarbij het weer vanzelfsprekend wordt dat het publiek de normen naleeft.

De minister constateert bij de bevolking niet zozeer een algemene normvervaging als wel een gebrekkige 'gewetensontwikkeling'. We weten nog wel dat stelen en zwartrijden niet mag, maar als er geen conducteur of winkelwacht in zicht is, dan nemen we de kans toch waar. Dat begint al bij kinderen, zo zei hij. Hun 'socio-morele ontwikkeling' zou meer aandacht moeten krijgen.

Zijn tweede kernbegrip is het 'handhavingstekort': op veel te veel delicten volgt geen enkele strafrechtelijke reactie. Politie en Justitie moeten dus meer werk verzetten. Er komt meer nadruk op recherchewerk, vooral gericht op dadergroepen. Administratieve afdoening wordt uitgebreid: ook diefstal mag worden afgekocht. Maar de nadruk ligt bij Hirsch Ballin niet op meer politie en justitie alleen. Hij vindt een complete 'strategische herorientatie' noodzakelijk, zo schrijft hij in zijn beleidsstuk 'Recht in beweging'.

Het 'nieuwe normbesef' lijkt in de mode te komen. PvdA-fractieleider Woltgens nam bij de algemene beschouwingen vorige maand de ouderwetse term 'burgerzin' opnieuw in gebruik. Hirsch Ballin nam het deze week over en paste het naadloos in de CDA-ideologie van de verantwoordelijke samenleving. Die verlangt dat de overheid waar mogelijk terugtreedt om het 'maatschappelijke middenveld' zijn werk te laten doen. In deze theorie staan organisaties als sportverenigingen, kerken, actiegroepen, schoolbesturen en wijkverenigingen dichter bij de burger en hebben dus meer invloed.

Hirsch Ballin wil de nieuwe publieke moraal liefst vanuit de maatschappij zelf weer omhoog laten komen. Hij meent dat de tijd waarin criminaliteit als 'afwijkend gedrag' werd goedgepraat, voorbij is. De minister van Justitie zet zich af tegen de 'individualistische ethos' uit de jaren zeventig waardoor het accent sterk op persoonlijke verantwoordelijkheid kwam te liggen. Hij trekt een rechte lijn tussen de afbraak van het 'regentendom', de democratisering van de samenleving en de sterke stijging van de criminaliteit. Het recht werd in de jaren zeventig en tachtig ook steeds vaker gebruikt om allerlei politieke doelen te realiseren. Er was sprake van 'rechtsinflatie' ; er kwam een overvloed aan regels. Aan deze verschijnselen moet een einde aan komen, meent de CDA-minister.

De vraag is alleen: hoe? Het scheidende Kamerlid A. van Es (Groen Links) zei in haar laatste toespraak dat ze al tien jaar lang bij de begroting moet luisteren naar pleidooien voor herstel van normen en waarden. En 'iedere keer wordt het weer ontdekt door een nieuwe groep'. Ze wees er bovendien op dat vertrouwen op het middenveld voor een nieuw normbesef nog wel eens verrassingen kan opleveren. 'Als 300.000 automobilisten doorrijden als ze een ongeluk veroorzaakt hebben, dan is dat toch de norm?' Dan helpt het ook niet als Justitie strenger wordt, meent ze. 'Ik heb altijd geleerd dat het strafrecht moet falen, als een norm niet als zodanig wordt ervaren. Een hogere straf helpt dan niets'.

Van de VVD kreeg de minister te horen het tekort van de overheid 'op de maatschappij af te wentelen'. Volgens Korthals moet Hirsch Ballin eerst zelf de rechtshandhaving, 'een kerntaak van de overheid', op orde krijgen.

Maar volgens de minister kan de 'groei in burgerzin' niet van de overheid alleen komen. De aanstelling van huismeesters en stadswachters kan hooguit als 'katalysator' dienen voor de omgeving. De verloedering van een gebouw of stadsdeel kan er mee doorbroken worden. Mits de burger en zijn geweten meewerken. Aan de legitimiteit van de normen twijfelt hij niet. Het parlement bepaalt wat een misdrijf is. 'In de regel wordt met dit oordeel door het overgrote deel van de maatschappij ingestemd', schrijft hij.

Hirsch Ballin wil van het strafrecht dat het de komende jaren 'meer complementair' wordt aan wat de samenleving zelf aan criminaliteitsbestrijding doet. Burgers moeten hun huizen en hun fietsen van betere sloten voorzien. Ondernemers moeten hun terreinen door particuliere beveiligingsdiensten laten bewaken. Basisscholen krijgen lespakketten om de kinderen sociaal verantwoordelijk gedrag bij te brengen. Van de minister zijn voorlichtingscampagnes en subsidies te verwachten geen politieauto's met agenten. Hooguit komen er meer politie-assistenten voor preventie-taken.

De burger zal daarnaast 'in eigen kring voor de naleving van rechtsnormen' moeten zorgen. Zo goed als de verzorgingsstaat de burger niet ontslaat van de plicht te werken, zo ontslaat de rechtsstaat de burger niet van de plicht de normen te bewaken. Dat moet allemaal leiden tot 'handhavingsnetwerken' waar Justitie actief uitleg over het eigen beleid zal geven, in de hoop dat een goed voorbeeld doet volgen. Ten lange leste zal er naast de sociale vernieuwing ook een 'culturele vernieuwing in normatief opzicht' hebben plaatsgehad.