Gabor laakt hoge tempo van invoering voorstellen De Zeeuw

DEN HAAG, 3 nov. Het tempo van de voorgestelde beleidsaanpassingen in het gisteren gepresenteerde manifest van de commissie De Zeeuw/Albrecht over het duurzaam samengaan van landbouw, natuur en milieu ligt veel te hoog. De snelle invoering van maatregelen, die moeten leiden tot een duurzamer landbouw- en natuurbeleid is 'volstrekt onmogelijk', aldus staatssecretaris Gabor (landbouw en natuurbeheer) bij het in ontvangst nemen van het manifest.

Staatssecretaris Gabor en de ministers Bukman en Alders (milieu) vinden niettemin dat het manifest een 'stimulerende' bijdrage aan het milieudenken heeft geleverd. Maar meer dan dat compliment kreeg de werkgroep niet.

Volgens de staatssecretaris is verdubbeling van het natuurareaal in Nederland pas in dertig jaar mogelijk en niet, zoals de werkgroep voorstaat, in tien jaar. Gabor meent dat een hoger aankooptempo van natuurgebieden de grondmarkt te veel onder druk zou zetten.

Bovendien voelt Gabor, die zich als staatssecretaris vooral met natuurbescherming bezighoudt, bitter weinig voor de voorgestelde scherpe scheiding tussen landbouwgebieden en natuurgebieden. Volgens de werkgroep heeft deze scheiding tot gevolg dat boeren niet meer met de zorg voor natuur en landschap worden belast.

De bewindsman meent dat de overheid de laatste jaren juist gestimuleerd heeft dat boeren in natuurgebieden blijven werken. Daarbij worden vergoedingen verstrekt voor de opgelegde beperkingen om de natuur te ontzien. Gabor is nog niet van plan aan deze beheersovereenkomst een eind te maken. 'We hebben dat instrument juist hard nodig als we de natuur in grotere mate willen ontzien', aldus de staatssecretaris.

Vooral oud-landbouwminister Mansholt, tevens lid van de werkgroep toonde zich zeer teleurgesteld over Gabors reactie. Mansholt zei gisteren dat de boeren niet 'tot Sint Juttemis' kunnen blijven wachten op het beleid dat in de toekomst gevolgd zal moeten worden. Naar zijn mening is de tijd nu rijp voor veranderingen en lukt dat niet meer over een paar jaar, als de schade aan milieu en natuur nog veel groter is.

Directeur De Veer van het Landbouw-economisch instituut (LEI) bestreed de opvatting van Gabor dat er onvoldoende landbouwgrond beschikbaar is om in natuurgebied te worden omgezet. Juist door de grote landbouwoverschotten in Nederland en Europa zou dat volgens De Veer wel mogelijk zijn.

De werkgroep heeft een stelsel voorgesteld van allerlei heffingen en premies om de boeren tot verantwoordelijker produktiesystemen te brengen. Boeren die het milieu ontzien, zouden daarvoor premies moeten krijgen en boeren die het vervuilen, moeten heffingen betalen. Als na verloop van tijd blijkt dat landbouwbedrijven of agrarische bedrijfstakken blijven vervuilen, zouden ze volgens de werkgroep moeten verdwijnen.