EPONIEMEN

Eponiemen: What's in a name? Wel, bijvoorbeeld de kans dat je wereldberoemd maar toch vergeten wordt. Weet u iets van Madame Melba, de tweede graaf van Spencer of Nicolas Chauvin? Toch eet u vast wel eens melbatoastje, weet u wat een spencer is en kent u een paar doorgewinterde chauvinisten. Een woord dat teruggaat op de (bij)naam van een persoon, heet een eponiem. De verhalen erachter zijn te vinden in het net verschenen Eponiemen Woordenboek van historicus en journalist Ewoud Sanders.

Sanders bespreekt zo'n zeshonderd eponiemen, die allemaal teruggaan op historische personen. Niet ieder eponiem heeft zijn eigen 'ingang' gekregen: aan het eind van de geschiedenis van een woord volgt in een kleiner lettertype dikwijls nog een rijtje aanverwante woorden met wat uitleg. Achterin staat niet alleen een alfabetische lijst eponiemen, maar ook een rubrieksregister (met rubrieken als 'gedrag', 'politiek', 'drank'en 'wetenschap'), een lange rij de geraadpleegde bronnen, een bijvoegsel met naar Nederlanders genoemde planten en bomen (waarvan ik er niet een kende), en een ander bijvoegsel met op Nederlanders teruggaande woorden en uitdrukkingen (dat zijn er ongeveer 75).

Het boek is werkelijk voorbeeldig uitgegeven. Sanders is ook gedegen te werk gegaan, getuige alle citaten, data en details die hij geeft. Er valt ook heel veel leuks in dit boek te lezen. Toch heb ik kritiek op een heel essentieel punt, namelijk Sanders'opnamebeleid. Zelf zegt hij dat zijn belangrijkste selectiecriterium was of er iets interessants over een woord te vertellen viel. Wel, hier verschillen onze smaken blijkbaar, want voor Sanders is het vaak al interessant genoeg dat een woord in een woordenboek voorkomt. Hoe anders moet ik verklaren dat hij rabelaisiaans, Catsiaans, Vondeliaans en Hooftiaans wel noemt, terwijl Kafkaesk geheel ontbreekt? Ook schrijft Sanders in zijn voorwoord te hebben gestreefd naar zoveel mogelijk gangbare woorden, en jargon en vaktaal te willen vermijden. Er zijn ook maar weinig begrippen uit de geneeskunde, techniek, natuurkunde en mineralogie opgenomen. ..kun je wel aan de gang blijven, ook al begrijp ik niet waarom je de buckystralen en de Crookes-buizen wel zou noemen terwijl je het Doppler-effect en de Geigerteller niet opneemt. Ik moet bekennen dat ik van de zeshonderd eponiemen er nog geen tweehonderdvijftig kende. En dat komt in ieder geval ten dele doordat heel wat termen verouderd of toch jargon zijn. Zijn die, om het goed te maken, extra interessant? Daar kun je over twisten. Echt boeiend kan ik het levensverhaal van bijvoorbeeld Abraham Elsevier, die het eponiem 'elzevier' (een lettertype) opleverde, niet vinden. En zijn de likeurstoker Campari, de kanunnik Kir, en de fabrikant Martini (alledrie opgenomen) interessanter dan de onfortuinlijke Mary Stuart die haar naam aan de Bloody Mary gaf, maar die niet in het Eponiemen Woordenboek voorkomt? Of is de achterliggende gedachte hier dat iedereen dat laatste toch wel weet? Overigens zijn bij mijn weten Campari en Martini nog altijd gewoon merknamen, en die wilde Sanders eigenlijk niet opnemen.

Waarom wel 'socratische vragen' maar niet 'platonische verhouding'of 'freudiaanse vergissing'? Waar zijn de lombroso en de epicurist? Waar het homerisch gelach? Waarom wel Dreesgeld, maar geen Vredelinghuwelijk, wel de krugerrand en de beurs, maar niet de Dow-Jones die in ieder journaal zit?

Enfin, er blijft nog genoeg aardigs over. Het leukst zijn natuurlijk toch gewone woorden die niet direct associaties met een naam meer oproepen, zoals het rijtje dat op de voorkant van het boek gegeven wordt: algoritme (van al Chwarizmi, de bijnaam van een geleerde Pers uit de achtste eeuw na Chr.) ammehoela (komische vervorming van koning Amanoellah), bakeliet (naar zijn uitvinder Leo Hendrik Baekeland), bintje (naar een leerlinge in de klas van aardappelkweker annex schoolhoofd Kornelis Lieuwes de Vries), brommer Brommer? Hier voel ik mij lichtelijk belazerd. Brommer wordt ook als voorbeeld op de achterflap gegeven, maar als je dan het lemma leest, dan blijkt het niet om een bromfiets te gaan, maar om een type koetsjes dat vroeger in zwang was. Er zitten meer van die woorden tussen die andere associaties oproepen, kezen ('patriottische sympathieen hebben') bijvoorbeeld. Wel ruimt Sanders een aantal mythes op: mocht u gedacht hebben dat ulevel, jak en Don Juan van bestaande personen zijn afgeleid, heeft u het mis, las ik. Hopje, colbert en Casanova bestonden daarentegen weer wel echt. Een paar uur prettig grasduinen in het Eponiemen Woordenboek levert in elk geval een stel aardige ontdekkingen op.