Een kwestie van hoffelijkheid

Elke keer dat Hare Majesteit de Koningin en Prins Claus ergens een officieel staatsbezoek brengen, reizen ze niet alleen met een gevolg van hofdames, adjudanten en veiligheidspersoneel, maar ook met een staart visuele en schrijvende pers. Van Koningin Juliana was bekend dat ze een hekel had aan de pers. Van Koningin Beatrix weten we dat ze begrijpt dat een staatsbezoek, waarvan geen foto verschijnt en geen verslag wordt geschreven, niet aan zijn doel beantwoordt. Ze mag de afkeer van de pers misschien prive al of niet met haar moeder delen, maar als een Koningin van deze tijd stelt ze zich in haar functie dienstbaar (in de meest neutrale zin van het woord) aan de media op. Tijdens het zojuist beeindigde driedaagse staatsbezoek aan Ierland toonde ze begrip voor cameramensen en fotografen en wisselde ze gedurende enkele van te voren geprogrammeerde minuten van gedachten met de meereizende schrijvende journalisten uit Nederland. Zo'n gesprekje is gebonden aan de voorwaarde dat daaruit niet mag worden geciteerd. Deze Koningin heeft die bescherming nauwelijks nodig. Ze onthoudt zich in zo'n situatie van substantie en zei althans in Ierland niets dat haar of de voor haar politiek verantwoordelijke premier Lubbers ook maar in de verste verte in moeilijkheden zou hebben kunnen brengen. Gedurende de rest van het staatsbezoek nam het koninklijk paar een functionele afstand in acht, noch overdreven vriendelijk, noch vijandig.

Hoe anders gedroeg zich (een deel van) de koninklijke hofhouding. Koninklijker dan Hare Majesteit zelf, ademden ze ijzige afkeuring van alles wat maar met pers te maken leek te hebben. Die ostentatieve minachting werd steeds duidelijker naarmate het bezoek vorderde en strekte zich, verder dan naar de journalisten, ook uit naar de Rijksvoorlichtingsdienst. Arme H. Bax oud-marine-officier, bijna uitgediend als hoofd pers en publiciteit van de RVD, die zich moet laten welgevallen dat zijn collega van 'het protocol', hofmaarschalk M. W. Schuit, hem in de aanloop tot een staatsontvangst in de National Gallery in Dublin in het aanzien van tientallen mensen luid tot de orde roept met een schallend, dwingend: ..ME-neer Bax! Ik wil DIT hier ogenblikkelijk weg hebben'.

'Dit hier' is een groepje journalisten dat met de directeur van het Gemeentemuseum in Den Haag, Rudi Fuchs, in gesprek gewikkeld is. In hun kleding noch hun gedrag onderscheiden ze zich van honderden andere genodigden, zij het dat ze hier zijn voor hun werk. De hofmaarschalk zelf staat toevallig naast 'dit hier' maar kan zich er, na een soortgelijk onbehouwen incident een dag eerder, nog steeds niet toe brengen rechtstreeks het woord tot hen te richten. Dat probleem hebben meer leden van het gevolg, ook al doet zich binnen het tijdsbestek van tweeeneenhalve dag een overdaad aan situaties voor waarin hof-gevolg en pers-gevolg, allemaal samen op reis, allemaal gevangen in soortgelijke situaties, vrijwel schouder aan schouder staan en slechts door een dik blauw koord met gouden franjes van elkaar worden gescheiden. Als een hofdame gevraagd wordt: 'Mag ik u iets vragen?', luidt het bitse antwoord 'Nee'. Later krijgt ze een beetje berouw. 'Sorry hoor, wat wilde u vragen?' De vraag in kwestie ging over de gezondheid van haar schoonvader, een oudere heer in Nederland en een bekende van de vragensteller. Dat schept zichtbare verwarring: Wat? Kan iemand van de pers bij Ons Soort Mensen horen?

Is dit allemaal relevant? Wel als het ertoe leidt dat serieuze belangstelling voor het werk van de Koningin in het buitenland erdoor afneemt. Het is moeilijk te beschrijven hoe in alles, wat er tijdens het programma wordt ondernomen, van de zijde van 'het hof' de indruk wordt gewekt dat 'de pers' luizen in het hermelijn zijn. Het blijkt uit de gedragingen van prominente begeleiders van het koningspaar, uit de schetsjes in het programmaboekje (eerst even de pers en de bloemen schikken) en uit de schichtigheid waarmee de RVD-functionarissen voor hun gelijk opkomen als het om het verdedigen van de belangen van de journalisten gaat.

Arme H. Bax, luizentemmer en luizenliefhebber tegelijk, vleesgeworden stootkussen tussen 'het protocol' en het o zo brave gezelschap dames en heren met wie hij drie dagen in Ierland heeft rondgereisd. Een klein grapje heeft hij zich tijdens de reis gepermitteerd, en het was duidelijk een grapje. Het dagblad Trouw was zo onhandig hem te citeren. Toen het desbetreffende artikel hem op de voorlaatste avond van het driedaags bezoek per fax bereikte, was de reis voor hem bedorven. Zozeer drukte kennelijk het vooruitzicht op de aanstaande wekelijkse werkbespreking met de Koningin en 'het protocol', dat hij de journalisten verder aan een collega moest overlaten.

Vaste verslaggevers van staatsbezoeken, die al jaren meereizen, trekken hun wenkbrauwen op over dit soort crises. Die dragen alleen maar bij aan hun cynisme over de manier waarop de RVD kennelijk binnen de organisatie van het hof moet opereren. Ze publiceren niet over de manier waarop de persvertegenwoordigers geschoffeerd en soms in hun werk geobstrueerd worden door de directe omgeving van de Koningin, omdat ze bang zijn dat de RVD ze dan zal boycotten. Maar de ironie ontgaat hen niet van het feit dat leden van het Hof het in Ierland uitgerekend aflegden in de kunst waarin ze nu juist bij uitstek geschoold zouden moeten zijn: hoffelijkheid.

    • Hieke Jippes