Discontomaatregelen laten obligatiemarkten onberoerd

UTRECHT, 3 nov. De obligatiemarkten werden deze week geconfronteerd met een drietal opmerkelijke discontomaatregelen. Gegeven het feit dat twee ervan een daling inhielden, handhaafden de markten per saldo hun neutrale tot positieve houding.

Bedoelde discontoverlagingen in de Verenigde Staten (maandag) en Frankrijk (woensdag) kregen een opmerkelijke tegenhanger aan Duitse zijde. De Bundesbank verhoogde immers donderdag het Lombardtarief van 8 procent naar 8,5 procent met als argument dat het een technische maatregel betrof, ingegeven door de situatie dat de speciale beleningsrente sinds september tot boven het Lombardtarief was uitgestegen.

In de markt werd geopperd dat de Duitsers de Fransen een lesje wilden geven, maar de Franse franc kwam door de maatregel niet al te sterk onder druk. Voor De Nederlandsche Bank was de Duitse maatregel meer aanleiding dan oorzaak om alle tarieven met 0,25 procentpunt te verhogen. De oorzaak zou de verzwakking gedurende de afgelopen dagen van de gulden tegenover de mark zijn geweest. Gegeven de spilkoers van fl.1,12675 en de donderdagmiddag tot boven fl.1,1275 gestegen markenkoers had De Nederlandsche Bank inderdaad geen andere keus. Men kan zich daarbij afvragen of de Bank haar op 8 procent gefixeerd speciaal beleningstarief op 8/9 november niet door een hogere zal vervangen. Eenzelfde opmerking geldt overigens de Bundesbank, welke toch met lede ogen het 0,6 procent oktober-inflatiecijfer van West-Duitsland moet hebben aangezien.

Ten opzichte van vorige week gaf de kapitaalmarktrente in ons land geen enkele mutatie te zien, terwijl het renteverschil met Duitse 10-jarige staatsleningen op 0,2 procent werd gehandhaafd. Gedurende deze rustperiode bleven emittenten van obligatieleningen echter toch aan de zijlijn staan. Slechts de Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden gaf iets van haar plannen kwijt: de lancering van een programma voor door de Staat gegarandeerde Medium Term Notes ter grootte van fl.750 miljoen.

Eurokapitaalmarkt

Het Amerikaanse stelsel van centrale banken, de Federal Reserve Board, verlaagde begin deze week het rentepercentage op de federal funds met 0,25 procentpunt tot 7,75 procent. Deze beleidsdaad, die reeds lang was verwacht en derhalve geen opzien baarde, was het logische uitvloeisel van de link die de heer Greenspan geheel vrijwillig had gelegd tussen de fiscale politiek van de centrale overheid en de monetaire politiek van de centrale bank. Alan Greenspan had immers aangekondigd dat de officiele rente zou mogen dalen als een substantiele reductie van het Amerikaanse overheidstekort in het vooruitzicht zou worden gesteld. De voorgestelde daling kwam op het allerlaatste moment uit op 492 miljard dollar, te realiseren gedurende een periode van vijf jaar, en beantwoordde in dat opzicht aan de door Greenspan gestelde eis voor renteverlichting.

De emissie-activiteiten op de eurokapitaalmarkt stonden in de eerste helft van de afgelopen week op een laag pitje. Drie leningen brachten enig leven in de brouwerij, hoewel de gezamenlijke opbrengst van 350 miljoen dollar de handen niet echt op elkaar kreeg. De geringe animo voor het primaire segment werd geweten aan de hoogte van de swap-verhoudingen. In een groot aantal gevallen was het voordeliger op de thuismarkt te emitteren. Het secundaire segment werd verlevendigd door de vraag van Japanse beleggers naar triple-A obligaties met een looptijd van 7 tot 10 jaar. In het midden van de week werd het tij gekeerd door een primeur. Het Zweedse financieringsinstituut Osprey plaatste voor 160 miljoen dollar aan schuldtitels die worden gedekt door hypotheken luidende in Zweedse kronen. Bij de plaatsing werd een genereuze premie van 37 basispunten op de Libor gegeven teneinde de beleggers te enthousiasmeren voor dit novum. De triple-A lening werd welwillend onthaald door voornamelijk Europese beleggers. Aan het slot van de week werd de aandacht opgeeist door de tegengestelde rentebewegingen in Frankrijk en Duitsland, die elkaar de monetaire hegemonie in Europa lijken te betwisten.