DEMENT

Er zijn in Nederland naar schatting honderdvijfduizend mensen die dement zijn. Tweederde van hen is vrouw. Door de toenemende vergrijzing zal het aantal in 2010 met vijfendertig procent zijn opgelopen tot honderdveertigduizend. Dertig tot vijftig procent van de dementerenden maakt geen gebruik van professionele hulp. Zij worden verzorgd door familieleden of zijn op zichzelf aangewezen. Slechts een relatief klein deel is opgenomen in verpleeg- of verzorgingshuizen.

Zo ook mevrouw Van V. Alle keren dat ik de verpleegafdeling van een bejaardenhuis in een plaats dicht bij de mijne bezoek, zie ik haar. Ze is dement. Dan weer eens loopt ze te huilen, dan weer vriendelijk te lachen en steeds beweegt ze zich met van die wonderlijke kleine pasjes voorwaarts, naar het schijnt volstrekt doelloos. Ze wordt altijd weer tot de orde geroepen, is het niet door het personeel dan door haar medebewoners, want mevrouw Van V. wordt beschouwd als een lastig mens. Op de meest ongepaste tijden schuifelt ze andermans kamer binnen.

Je proberen in te leven in wat er in het grijs omkranste hoofd omgaat, is ondoenlijk. Denkt ze nog, en zo ja, waarover dan? Omdat haar gezicht altijd emoties uitdrukt, is het op mijn netvlies gebrand, al ken ik haar in het geheel niet.

Pogingen er achter te komen wat er in dementerenden in het algemeen omgaat, is een uitdagend avontuur, maar niettemin een schier hopeloze zaak. Daarvan getuigt ook het boek van onderzoekmedewerkster Jaco-mine de Lange van het Nederlands centrum Geestelijke volksgezondheid in Utrecht.

Zoals een dement mens waarschijnlijk tast in het grensgebied tussen schemering en volstrekte verstandelijke duisternis, zo blijkt uit dit boek dat ook deskundigen niet verder dan veronderstellingen komen omtrent wat dementie nu eigenlijk is, laat staan wat er de oorzaak van kan zijn. Alleen bij benadering en pas na zeer frequente observatie kan er iets van een voor alle dementerenden geldend gedragspatroon worden ontrafeld. Er zijn zekere fases in te onderkennen. Het is een sluipende geestesziekte, die meestal pas zichtbaar wordt als er zich in het gedrag bijzondere afwijkingen beginnen te vertonen. Daarna beginnen verwanten, die de stadia van ontkenning, woede en berusting doorlopen, zich - ook na de uiteindelijke opneming - het hoofd gek te tobben over de vraag hoe met de dementerende om te gaan.

Jacomine de Lange vindt dat opneming in een verpleeghuis zo gek nog niet is, omdat men daar kennis en ervaring heeft en door minder emotionele banden wordt gehinderd. Ze meent dat de dementerenden, wat ze noemt, 'maatschappelijk zijn vergeten'. ' Er wordt te weinig geld aan besteed, er is een tekort aan gelden', verklaart ze nader in een gesprek.

In plaats van Vergeten in het verpleeghuis, was het misschien beter geweest te kiezen voor de titel 'Een lang slepend afscheid', zoals ze het in haar conclusies en aanbevelingen omschrijft. Want lang en slepend moet het voor de meest direct betrokkenen inderdaad zijn. Vaak wordt pas tot opneming in een verpleeghuis besloten als de verzorgers (vrouw of man, dochter of zoon) ten einde raad zijn, op hun tandvlees lopen, soms aan de drank zijn geraakt en te laat tot de ontdekking zijn gekomen, misschien wilden komen, dat er iets mis is. Zoals in het geval van de man die op zijn werk werd opgebeld dat zijn vrouw op straat liep in zijn pantoffels en vest.

Het is een van de vele voorbeelden, die Jacomine de Lange aanhaalt in haar boek, dat helder en herkenbaar is geschreven en dat van a tot z boeit. Familieleden kunnen er geschikte tips in vinden hoe ze met de dementerende om moeten gaan. En wellicht ook troost.

Jacomine de Lange deed haar onderzoek in twee inrichtingen in Rotterdam: een voor uitsluitend psychogeriatrische patienten, het ander waar naast somatische patienten ook demente mensen worden verpleegd. Ze ondervroeg personeel en familie en legde haar bevindingen neer in een boek, dat hoewel het niet eens in de boekhandel is te krijgen uitsluitend op grond van recensies nu al door de eerste druk van vijfhonderd stuks heen is.

Van het boek wordt een resume gemaakt als handleiding voor mensen, die in hun beroep met demente mensen te maken krijgen. Het is jammer dat er niet ook een handzame bewerking komt voor familieleden, want zij willen het liefst zonder al teveel omwegen worden geholpen.